Desolaat

| Roy van Zijl

Roy van Zijl (22) is masterstudent werktuigbouwkunde én een talentvol atleet. Hij schrijft om de week een column voor U-Today, over wat hem opvalt op de campus.

Photo by: Annabel Jeuring

Het geritsel van de bladeren, fluiten van de vogels en het stabiele maar gehaaste ritme van mijn eigen passen wordt abrupt doorbroken. Een tweetal witte Mercedes busjes met Duitse kentekens raast mij voorbij. Ik moet direct terugdenken aan het nieuws van een paar weken geleden over een sekte die probeert leden te ronselen in Enschede. Voor ik me goed en wel afvraag wat zij hier doen, keert de volledige rust en stilte alweer terug.

Iets verderop spot ik een behoorlijk grote groep fietsen. Een vreemd aangezicht gezien de huidige maatregelen en situatie in zijn algemeen. Grote kans dat ze allemaal wel iets mankeren; een lekke band, gebroken ketting of missende spaken. Misschien zijn hun eigenaren wel ten prooi gevallen aan de blauwe armada. De realiteit is huiveringwekkender. De gehele groep fietsen bevindt zich namelijk naast hét enige gebouw waar je zonder overlevingspakket en een dosis geluk iedere dag in een lockdown terecht kan komen: de Cubicus.

Een fractie van een seconde lijkt het alsof mijn vermoedens waarheid zijn als ik iets hoor dat lijkt op een schreeuw. Het blijken gewoon een aantal bouwvakkers te zijn, die wat stenen slijpen. Wat als er echt niemand meer naar buiten mag en er wel een algehele lockdown komt? Dan hebben de vogels op de campus helemaal het vocale rijk voor hen alleen. En hoewel het ontbreken van bladblazers onder mijn raam totaal geen slecht vooruitzicht is, kleeft er toch een dubbel gevoel aan.

Ja, we moeten onszelf, onze hulpverleners en vooral elkaar beschermen. De hoeveelheid extra werk en risico’s die artsen, ander medisch personeel en schoonmakers in een ziekenhuis moeten accepteren is exorbitant en bewonderenswaardig. En als ik foto’s en filmpjes voorbij zie komen van underground feestjes, grote mensenmassa’s bij bouwmarkten en natuurgebieden en zelfs op onze eigen campus, raak ik er ongemakkelijk en geïrriteerd van. Gewoon afstand van elkaar houden en alleen - of met heel kleine groepjes - op pad, het is toch niet zó lastig?

Maar zoals ik al zei: het blijft dubbel. Ik verlengde mijn studie, zodat ik meer tijd heb om te sporten en hoewel ik het apprecieer dat men mij talentvol noemt, is het vooral veel en hard werken. Met lede ogen moet ik nu toezien dat wedstrijden worden afgelast, trainingslocaties gesloten en trainingen worden verboden. Het raakt me. Het is een typisch geval van dat jouw eigen problemen altijd groter zijn dan die van anderen.

Met die gedachte door mijn hoofd spokend, ben ik weer bijna op mijn kamer. Op een paar verdwaalde hondenbezitters en een enkele universiteitsmedewerker na kwam ik niemand tegen. Precies zoals het nu maar even moet zijn.