Spierpijn

| Roy van Zijl

Roy van Zijl (21) is masterstudent werktuigbouwkunde én een talentvol atleet. Hij schrijft om de week een column voor U-Today, over wat hem opvalt op de campus.

Photo by: Annabel Jeuring

De wereld begint langzaamaan rond te draaien, mijn blikveld wordt wazig en het gepiep van mijn eigen ademhaling echoot door de verlaten Horsttoren. Het melkzuur in mijn benen heeft inmiddels een kookpunt bereikt en mijn kaken staan stijf van een ongemakkelijke grimas. In een film zou dit hét moment zijn voor een freeze-frame¸ gevolgd door een flashback en de toepasselijke voice-over: ‘Hoe ben ik hier nu weer beland?’  

Een paar trappen hoger hoor ik het geschreeuw van mijn Duitse estafettegenoot. Normaliter is mijn misère voorbij wanneer ik hem bereik, nu wacht mij echter nog een vijftal helse verdiepingen. Vooraf had ik mezelf nog verplicht om niet naar de etagenummers te kijken. Mislukt. Nog voor ik op de helft ben aanbeland zie ik tot mijn schrik dat ik pas op de zesde verdieping ben. Als dit van tevoren nog geen mentaal spelletje was, is dat het nu zeker wel.

Na een gevoelsmatige eeuwigheid komt er een verlossing aan de schamele vijf minuten lijden. Een ritje in de saunalift brengt mij en de andere deelnemers naar de zo gewenste combinatie van water en zuurstof. Mijn vroege starttijd zorgt ervoor dat ik nog genoeg tijd heb om anderen aan hun lijdensweg te zien beginnen. Echt goed opletten zit er helaas niet in, de droge lucht zorgt immers voor een hoest waar de gemiddelde kettingroker of Coronaviruspatiënt jaloers op zou zijn.

Achteraf komt opvallend vaak dezelfde uitspraak terug: ‘Volgend jaar doe ik dit echt niet nog een keer.’ Toch sta ik hier alweer voor het vijfde jaar op rij na te hijgen en mijn longen op te hoesten. Samen met twee vrienden heb ik het lustrum ‘meedoen aan de Aloha Gebouwenloop’ gehaald. En dat terwijl ik mijzelf ieder jaar afvraag waar ik in hemelsnaam aan begonnen ben.

Als fanatiek sporter leid ik zeker niet het meest standaard studentenleven. Soms vraag ik mij af waarom studenten blij worden van een avond veel drinken om zich vervolgens de volgende dag beroerd te voelen. Hoofdpijn, vermoeidheid en spierpijn klinkt nooit als een aantrekkelijke optie. Mijn ideeën hierover veranderden echter flink toen ik de dag na mijn trappenloop avontuur uit bed probeerde te komen.

Zelf blijk ik al jaren net zo hard mee te doen aan het fenomeen ‘iets doen dat je leuk vindt, maar vervolgens de dag erna flink lijden.’ Laten we daarbij ook alle bezoekjes aan het bosschage – voor het dumpen van je maaginhoud - tijdens de trainingen niet vergeten. De overeenkomsten tussen een avondje sporten en een kroeg bezoeken zijn dus opvallend aanwezig. Aan iedereen de keus tussen dan wel een van dezen, dan wel iets anders wat hij of zij leuk vindt. Onze oosterburen kennen daar al een goed woord voor: Muskelkater, spierpijn dus.