OER-soap, OER-soep, bureaucratie en de AVG

| Jörgen Svensson

Afgelopen maand werden het college van bestuur en de Uraad het niet eens over de nieuwe tekst voor de richtlijn voor de onderwijs- en examenregeling (kortweg: richtlijn OER) voor ons Twentse Onderwijsmodel (TOM). Is dat erg? Ja en Nee, en toch.

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

Ja, het is erg dat de gehele Uraad – het enige democratisch gekozen orgaan op het niveau van onze universiteit – al jaren een goed beargumenteerde wens op tafel legt voor een rechtvaardige richtlijn OER, waarin studenten gewoon de EC’s krijgen die ze verdienen, en dat het college deze wens jaar in jaar uit blokkeert, zonder daar steekhoudende argumenten voor te geven. De absurde 15-EC-of-niets-regel blijft gewoon bestaan, omdat het college dat verstandig vindt en omdat het college de zeggenschap heeft en de Uraad slechts medezeggenschap, aldus een fijnzinnig argumenterende collegevoorzitter vorig jaar. De belangrijkste conclusie die inmiddels uit deze OER-soap kan worden getrokken is dat, als puntje bij paaltje komt, medezeggenschap aan de UT niet veel voorstelt.

Nee, het is ook weer niet zo erg. De afgelopen jaren hebben we het 15-EC-monster namelijk tot soep gekookt en die OER-soep wordt in de praktijk al lang niet meer zo heet gegeten als dat hij ooit werd opgediend. Deze OER-soep bestaat namelijk niet alleen uit het OER, de studenten en de docenten, maar ook uit een ware bureaucratie van andere ingrediënten zoals opleidingsdirecteuren, opleidings­coördinatoren, opleidingsmanagers, studieadviseurs, modulecoördinatoren en onderwijskwaliteits­managers, ondersteund door een woud van verdere functionarissen die TOM in goede banen moeten leiden. Ze maken docenten duidelijk dat er niet al te veel onvoldoendes mogen vallen (wellicht het belangrijkste mechanisme waarlangs TOM tot rendementsverhoging leidt). Ze kunnen sinds vorig jaar vaststellen dat bepaalde moduleonderdelen toch onbeperkt houdbaar zijn (waarvoor de huidige rector is te prijzen). In ‘rapportvergaderingen’ – over verschoolsing van de academie gesproken! – kunnen storende onvoldoendes worden weggepoetst met het argument dat er voldoende compensatie is, of met een extra herkansing of een aanvullende opdracht; extra werk dat dan doodleuk aan de docent wordt opgedragen. Wanneer individuele studenten modules toch niet halen zijn er bovendien individuele regelingen mogelijk waarmee al behaalde onderdelen toch langer houdbaar blijven. Dergelijke regelingen worden dan, zoals het een echte bureaucratie betaamt, zorgvuldig geadministreerd in de talloze nevenadministraties –  in de vorm van Excelsheets en persoonsdossiers – die door de verschillende functionarissen worden beheerd. Daarin is precies vastgelegd welk poetswerk nog door wie moet worden verricht, welke deelresultaten tot welke tijd worden bevroren en wat precies de reden daarvoor is.

En toch, juist deze bureaucratische OER-soep is en blijft een probleem, vooral omdat we ons deze bureaucratie als universiteit eigenlijk helemaal niet kunnen veroorloven. Niet alleen gaan de kosten van de bureacratie ten koste van de omvang van de onderwijzende staf, zij belast die staf ook onnodig met extra werkdruk (extra overleg en extra kansen) en zij ondermijnt de professionele, onafhankelijke oordeelsvorming door de docent.

Bovendien creëert deze bureaucratie een aanvullend probleem, namelijk dat van de privacy­gevoeligheid van de nevenadministraties die nodig zijn om TOM rechtvaardig te houden. Vanaf 25 mei aanstaande is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Alle universiteiten dienen vanaf die datum veel zorgvuldiger dan voorheen om te gaan met privacygevoelige informatie. Ze moeten straks duidelijk kunnen maken welke privacygevoelige informatie zij bewaren, voor welke doeleinden, en ze moeten op verzoek van betrokkenen daar ook inzage in kunnen geven. Dat is een complexe opgave waarvoor de meeste onderwijs­instellingen nog lang niet klaar zijn. Maar, hoe staat dat met die nevenadministraties aan de UT waarin nu wordt vastgelegd dat de houdbaarheid van een individueel moduleresultaat is verlengd om persoonlijke redenen, zoals ziekte, relatie- en familieproblemen, burnout of zwangerschap? Is deze TOM-bureaucratie voldoende voorbereid op de AVG?

Ook met het oog op de AVG is het beter de 15-EC-of-niets-regel zo snel mogelijk af te schaffen.


Door Jörgen Svensson, Uraadslid namens de PvdUT (rechts op de foto)