Radicaal hart

| Eymeke Lobbezoo

Ik vind het moeilijk soms. Mijn naaste lief te hebben als mijzelf. De jihadist, meneer Wilders, eenzijdige journalisten, de ontevreden gelukszoeker, een schreeuwende Facebooker die het betreurt dat zijn haast verdronken medemens niet helemaal kopje onder is gegaan.

Photo by: Jellien Tigelaar

Ik wil ze door elkaar rammelen. Terugschreeuwen: zie nu wat je doet! Ik wil met ze gaan picknicken, met een kale Pegida-aanhanger en een bebaarde Syrië-ganger en een grote bak pastasalade. En dan samen ontdekken dat we alle drie mensen zijn. Maar ik begrijp ook wel dat het daar – oktober 2015 – te koud, te kil voor geworden is.

Ik vind het moeilijk soms. Onze nieuwe naasten lief te hebben als mezelf. Ze spoelen aan op de Griekse stranden waar we zouden genieten van een huwelijksreis. Romantisch is anders. Ze overspoelen mijn tijdlijn, de kranten, de gesprekken op straat en aan tafel. Ze wonen in mijn stad, ze wonen in mijn hoofd. Zelfs – juist, als ik slapen ga. Welkom! Welkom in ons land, in onze straat. Welkom, maar blijf liever van mijn gedachten af. Niet steeds dat kleine bovenkamertje betreden dat overuren draait, zich oneerlijk bevoorrecht weet. Vluchteling: ik voel je gebreken, mijn welvaart; jouw nood, mijn hulpeloosheid. Wat kan, wat moet ik doen?!

Natuurlijk, we praten, zamelen in, denktanken wat af. Ik schrijf een column, lees hem voor. Alsof… dat de wereld redden gaat?

Het enige antwoord lijkt radicalisering. En ik roep er graag toe op. Verder gaan dan angst en zorgen: nuchter en dapper radicaal liefhebben – al is het met onzekere handen en een bezorgd hoofd. Welkom. Welkom in ons hart.


Deze column sprak Eymeke Verhoeven-Lobbezoo uit tijdens de denktankmiddag Refugees@UT.