De wiskundeleerlijn is dood, leve de wiskunde

| Dick Meijer

Na twee kwartielen wiskundeleerlijn in het TOM-model maakt wiskundedocent Dick Meijer de balans op. 'De wiskundeleerlijn is niet efficiënt, niet effectief, niet flexibel, niet tijdig, niet aantrekkelijk en heeft niet de juiste inhoud noch het juiste niveau voor de deelnemende opleidingen,' vindt hij.


De wiskundeleerlijn is...

  • Niet-efficiënt, omdat de beoogde schaalvoordelen en rendementen erg tegenvallen.
  • Niet-effectief, omdat voor veel groepen studenten een groot hoorcollege met 800 man en zelfstandig de stof bestuderen niet leiden tot het kunnen toepassen in oefenopgaven. Gevolg is tijdverlies en frustratie bij de student en het alsnog moeten onderwijzen van de begrippen en technieken door de werkcollegedocent.
  • Niet flexibel en niet tijdig, omdat het centraal vastgelegde wiskundeprogramma voor alle opleidingen een goede samenhang binnen modules en tijdig behandelen van wiskunde, die nodig is in andere vakgebieden, onmogelijk maakt.
  • Niet aantrekkelijk voor studenten, omdat de 'inspirerende hoorcolleges' (voor zover ze als zodanig worden ervaren - of in ieder geval op hoofdlijnen waren te volgen) de studenten onvoldoende helpen begrippen en technieken te leren toepassen. Niet aantrekkelijk voor docenten omdat zij niet verantwoordelijk zijn voor inhoud, didactiek, toetsing en organisatie.
  • Wat betreft inhoud en niveau: in de 70-er jaren hadden we ook één wiskundeprogramma voor alle opleidingen, maar dat waren wel opleidingen die allemaal een 'hard technisch' karakter hadden (natuurkunde, wiskunde, scheikunde, werktuigbouwkunde, elektrotechniek). Daarna zijn er flink wat opleidingen bijgekomen die een wat minder hard technisch en een meer specifiek toegepast karakter hebben: INF, TBK, CIT, BIT, IO, BMT en TG. Deze opleidingen hebben behoefte aan een ander wiskundeprogramma: andere onderwerpen, met nadruk op begrip en oog voor de toepassingen. Misschien is de wiskunde-op-maat, wiskundeprogramma’s die toegesneden zijn op afzonderlijke opleidingen, her en der doorgeschoten, maar alle opleidingen op één hoop gooien is zeker een vorm van doorslaan.

Dit jaar was ik voor het eerst weer betrokken bij het calculusonderwijs. Ik heb me verbaasd over de volgorde van de onderwerpen (we maken rare paardsprongen door het boek), het beperkte aantal technieken dat studenten vanuit het vwo beheersen en hier aangeleerd krijgen en het niveau waarop de studenten inzicht in de wiskunde en zijn toepassingen beheersen. Ter vergelijking: in het eerste half jaar van 2013 heb ik calculusonderwijs verzorgd op een universiteitje in Gambia. Daar volgen ze gewoon de logische opbouw van een zelfde calculusboek. Ondanks het beroerde middelbare school onderwijs, leren Gambiaanse studenten wiskundige begrippen en technieken veel duidelijker en vollediger. Worden wij nu een wiskundig ontwikkelingsland?

Ik heb mijn conclusies dus al getrokken: het gaat hier niet om een paar verbeterpunten van een verder goed systeem, maar om een faliekant mislukt onderwijskundig experiment dat zo spoedig mogelijk moet worden afgeschaft in het belang van de kwaliteit van de opleidingen. Nu maar afwachten totdat de heren die deze ellende over ons, studenten en personeel, hebben uitgestort, bijdraaien. Eén van de redenen, waarom ik daar weinig fiducie in heb, is de niet aflatende stroom van marketingkretologie die tegenwoordig vanuit de top en communicatieafdeling op mensen buiten èn binnen de UT wordt afgevuurd: 'topkwaliteit, inspirerend, vernieuwend, super-enthousiast' en 'we zijn trots op het werk dat studenten en medewerkers hebben verzet'. Geen superlatief wordt geschuwd, maar de werkelijkheid is dat het niveau en arbeidssatisfactie achteruit hollen – en ondertussen negeren ze kritiek vanuit de universitaire gemeenschap met evaluatiesmoesjes en dergelijke.

Voor alle duidelijkheid: ik ben niet tegen 'vernieuwing' of 'samen doen wat samen kan', maar wel tegen ideologisch getinte en bijzonder slecht doordachte en beargumenteerde systeemveranderingen, die door het management en hun beleidsadviseurs aan docenten en studenten worden opgelegd.