University Mystery House (1): de hoogleraar

| Wiendelt Steenbergen

Van doodlopende gangen tot verborgen luiken. Hoogleraar Wiendelt Steenbergen probeert al dwalende door het universitaire functiebouwwerk mysteries te ontrafelen over wetenschappelijke functies. In deze eerste aflevering van een nieuwe reeks columns getiteld ‘University Mystery House’ introduceert hij de hoogleraar en stelt de vraag: wat doet-ie precies en wat verwachten we van hem of haar?

Photo by: Rikkert Harink

De universitaire wetenschappelijke functies vormen, afhankelijk van hoe je telt, een bouwwerk van 9 tot 11 verdiepingen, van promovendus tot hoogleraar. ‘Verdiepingen’ is eigenlijk een te simpele term. Het bouwwerk is geen overzichtelijke galerijflat, maar een ingewikkeld gedrocht met tussenverdiepingen, vides, zijingangen, trapjes, doodlopende gangen, fopdeuren, verborgen doorgangen, torenkamers en penthouses waarvan sommige alleen toegankelijk via een helikoperdek. Ongeveer een combinatie van het Winchester Mystery House in San Jose (VS), en Slot Neuschwanstein in Beieren, beide geesteskind van excentrieke persoonlijkheden met veel geld en een rijke fantasie.

Slechts een deel van het functiebouwwerk is bedoeld voor permanente bewoning, vanuit de andere vertrekken sta je na 1 tot 4 jaar weer op straat. Voor interne verhuizing is een ingewikkeld stelsel van regels opgesteld. Wat die regels zijn, wanneer en hoe ze worden toegepast, dat is soms een mysterie.

Hoog in het gebouw

Een bijzondere groep bewoners vormen de hoogleraren. Zij wonen hoog in het gebouw, in de penthouses en torenkamers. Sommigen hebben zich langzaam door het bouwwerk naar boven gezwoegd, anderen betrokken meteen een penthouse met helikopterdek. Sommige hoogleraren zwaaien de scepter in een verticaal over het gebouw verdeelde woongroep, anderen leven meer solitair. Sommigen hebben een nomadisch bestaan, er zijn er die praktisch nooit thuis zijn of van wie eigenlijk niemand weet dat ze bestaan.

Dat hoogleraren bijzondere bewoners zijn blijkt op diverse manieren. Het meest objectieve kenmerk is dat ze soms een toga dragen. De meeste togadraagtijd gaat op aan het borrelen na een ceremonie. Heel handig zo’n toga, je maakt dan je gewone kleding niet vies. De hoogleraar bekleedt een ambt, andere universitaire wetenschappers niet. Verder is er voor geen enkele universitaire functie zo’n uitgebreid selectie- en benoemingsprotocol als voor hoogleraren. U vindt dit protocol nergens: informatie over ons hooglerarenbeleid is ‘op dit moment niet online beschikbaar’, en dat is al een tijd zo.

Een hoogleraar heeft een leeropdracht en een leerstoel. Anderen hebben dat niet. Hoogleraren hebben promotierecht, de meeste anderen niet. Hoogleraren houden een intreerede, en als ze levend en zonder morele kleerscheuren de universiteit verlaten mogen ze ook een afscheidsrede houden. Er is de soms aan paniek grenzende onzekerheid als een hoogleraar met emeritaat gaat (ook deze term onderscheidt hoogleraren van de rest) of anderszins vertrekt. Om dit het hoofd te bieden wordt sinds kort in mijn faculteit 5 jaar voor het emeritaat een eerste gesprek met de hoogleraar gevoerd. Ook dat maakt de hoogleraar uniek. Tenslotte hebben al die hoogleraren één en dezelfde leidinggevende: de decaan van hun faculteit.

Poeha

Hoe bijzonder die hoogleraar blijkbaar ook is, toch stel ik hier de vraag: wat is een hoogleraar nou precies? Met zoveel poeha rond deze functie zou je verwachten dat dat wel duidelijk is, zeker voor iemand die het zelf al jaren is. Wat verwachten we van ze?

Deze en andere onderwerpen die zich aan me opdringen als ik door de gangen van het universitaire functiebouwwerk dwaal, zal ik behandelen in de serie University Mystery House. Ik heb geen idee hoe lang deze serie wordt, en wanneer de episodes worden gepubliceerd. Dat heb je met een Mystery House: er gebeuren onverwachte dingen, soms heb je het eerst niet eens door, en misschien heeft het huis vertrekken en verbindingen die tot voor kort verborgen waren.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.