1986: UT-alumnus en ‘totaalweigeraar’ krijgt 9 maanden cel

| Jelle Posthuma

In ‘Terug naar het jaar…’ laten we vervlogen campustijden herleven aan de hand van opmerkelijke verhalen. In deze achtste aflevering gaan we met Wim Koolhoven, UT-alumnus chemische technologie, terug naar januari 1986. Vlak na zijn afstuderen weigert hij dienst én vervangende dienstplicht, en belandt daardoor negen maanden in het huis van bewaring in Almelo.

Foto: Wim Koolhoven in 1986 (archief UT-Nieuws)

Het is 30 januari 1986. De recent afgestudeerde Wim Koolhoven heeft net het avondeten achter de kiezen, als twee marechaussees aankloppen bij zijn campuswoning aan de Matenweg. Ze nemen hem nog dezelfde avond mee naar de militaire gevangenis in Nieuwesluis. De reden? Koolhoven weigert sinds zijn afstuderen dienst én vervangende dienstplicht. Een totaalweigeraar, zo wordt hij genoemd. ‘Ik had wel iets beters te doen dan militaire dienst’, verklaart Koolhoven ruim 35 jaar later in de kantine van de Vrijhof. ‘Kijk alleen maar wat die schoft Poetin in Oekraïne doet’, vervolgt hij. ‘Of wat er in Afghanistan, Irak en zelfs in de jaren veertig door Nederland in Indonesië gebeurde… het is gewoon fout en ik wilde er niet aan meedoen. Door mijn dubbele weigering wilde ik dat heel duidelijk maken.’

Politie-escorte

Na een week in de militaire gevangenis van Nieuwesluis wordt Koolhoven overgebracht naar het huis van bewaring in Almelo. Op 22 april veroordeelt De Krijgsraad in Arnhem hem tot zes maanden gevangenisstraf. Zowel Koolhoven als de aanklager gaan in hoger beroep bij het Hoog Militair Gerechtshof in Den Haag. De zittingen leveren veel aandacht op, weet Koolhoven zich te herinneren. In Den Haag zit zelfs een bus vol studenten uit Twente op de publieke tribune. ‘Ik kreeg een motorescort van de politie. Ze waren bang dat er iets zou gebeuren’, grijnst hij. De uitslag in Den Haag valt tegen. Koolhoven krijgt twaalf maanden en keert terug naar het huis van bewaring in Almelo.

Gevangeniswezen

In de bajes is de academicus een vreemde eend in de bijt. ‘Mensen in het huis van bewaring zijn nog niet veroordeeld, maar hebben vaak wel iets stouts gedaan; van handtasjesdieven tot bankovervallers. Ik paste niet in het systeem, hoorde er niet echt bij. Dat zeiden medegevangenen ook.’ In het cachot slijt Koolhoven zijn dagen met lezen, corresponderen en een uurtje per dag luchten. Ook organiseert hij een staking voor medegedetineerden, die om wat bij te verdienen eenvoudige werkzaamheden verrichten zoals wasknijpers in elkaar zetten. Zelf werkt hij niet: Koolhoven blijft immers een totaalweigeraar. ‘Door de staking kregen de medegevangenen uiteindelijk een dubbeltje per uur meer, wat ze konden besteden aan pindakaas en sigaretten.’

Koolhoven ziet hoe het gevangeniswezen voor de meeste gedetineerden meer kwaad dan goed doet. ‘Er werden in Almelo nieuwe contacten in het criminele circuit gelegd. Daardoor blijven veel gedetineerden in het wereldje zitten. Voor mij was dat anders. Wel heeft het me veel geleerd over de gevangenis. Ik zou zeggen: voorkomen is beter dan genezen. De maatschappij denkt daar blijkbaar anders over, want de jeugdzorg is bijvoorbeeld de laatste jaren weer flink uitgekleed. Dat noem ik penny wise, pound foolish. Je moet zoiets niet als een boekhouder bekijken.’

Militaire systeem

Uiteindelijk komt Koolhoven wegens goed gedrag na negen maanden vervroegd vrij. De ‘Steungroep Wim’ en het studentenpastoraat van de UT staan met een feestontbijtje op de stoep. Enkele dagen later organiseert de club een feest in de Bastille. Koolhoven gaat uiteindelijk werken bij ITC en later als informatiemanager in de Spiegel. Terugblikkend op zijn tijd in Almelo, ziet Koolhoven hoe zijn leven in de bajes heeft stilgestaan. ‘Toen ik vrijkwam, moest ik ook echt even bijkomen. Weet je, het is best raar als je opeens weer zélf een envelop mag dichtplakken.’ Maar spijt of wrok heeft hij allerminst. ‘Op de THT leerde ik kritisch en zelfstandig nadenken. Ook mijn christelijke achtergrond speelde een rol in mijn beslissing. Voor mij was het enige goede en logische om ‘nee’ tegen het militaire systeem te zeggen.’