Om maar gelijk de koe bij de horens te vatten: wat vindt u van de berichtgeving over sociale onveiligheid bij de faculteit EEMCS?
‘Ik ga daar uiteraard eerst met de collega’s van het CvB goed naar kijken om te zien hoe we dat oppakken. Ik ga er ook vanuit dat iedereen die hierin een rol heeft, bekwaam is en de motivatie heeft om dit op te lossen. Veel meer kan ik er nu nog niet over zeggen. Sociale veiligheidskwesties spelen al langer en helaas op alle universiteiten. De discussie die we daarover met elkaar moeten voeren is belangrijk, nog los van de onderliggende individuele casuïstiek. Hoe willen met elkaar omgaan op universiteiten en bij machtsongelijkheid? Hoe willen we met elkaar omgaan als er spanning zit op het systeem? Dat het voeren van die discussies voor het universitaire stelsel belangrijk is, lijkt me vrij evident.’
Zijn dit soort gevallen überhaupt te voorkomen?
‘Ik ken de specifieke kwestie niet genoeg om dat te kunnen zeggen. Maar ik wil de vraag wel omdraaien. Als kwesties namelijk bekend raken, is dat beter dan dat ze niet bekend worden. Nu kunnen we samen naar de processen kijken en hoe we hiervan kunnen leren.’
Wat zijn uw drijfveren om in Twente te gaan wonen en werken, de groene campus is natuurlijk wel iets anders dan die van de VU in Amsterdam?
‘De UT is een prachtige universiteit. Het is nu écht tijd voor Twente. Als je kijkt naar het regeringsbeleid wat betreft talent, wat betreft economie en als je kijkt naar de opgaves van deze tijd en die legt naast het UT-instellingplan, dan is het voor elkaar geschreven. Wij als universiteit met ‘high tech human touch’ kunnen nu aan de grote vragen en de antwoorden werken op het gebied van de vier grote G’s, zoals ik ze noem; vergroening, vergrijzing, geopolitieke uitdagingen en generatieve AI. Zonder technische innovaties komen we hier niet uit. Maar we moeten er wel zo uitkomen dat we daarbij onze manier van leven in een open maatschappij overeind houden. En die combinatie van technologie en maatschappij/economie hebben de klassieke universiteiten niet in huis, de UT wel. Persoonlijk zit ik vol energie om aan dat soort grote opgaves te gaan werken en ik wil daar graag deel van uitmaken. In het verleden was ik ook altijd verbonden aan universiteiten met een bijzondere opgave voor hun deel van de wereld, zoals in Singapore en Kopenhagen. En dat de UT dan voor mij te klein zou zijn? Met dat Calimero-effect moeten we echt stoppen.’
Gaat u hier wonen?
‘Ik heb nog geen woning gevonden, maar ik blijf erbij: ik ga op de campus wonen. Voorlopig is mijn onderkomen het U-Parkhotel.
Welke grote uitdagingen liggen er voor u?
‘Voor mij persoonlijk om de organisatie zo goed mogelijk te begrijpen. Dat is altijd een uitdaging, zeker als je nieuw bent. In de eerste weken zal ik zoveel mogelijk gesprekken voeren, ambities en mensen leren kennen. Een andere uitdaging is dat ik niet te snel dingen toezeg, , maar telkens tijd moet nemen om met de collega-bestuurders Machteld en Tom ruggespraak te houden.’
Waar ziet u naar uit?
‘Ik vind het geweldig wat voor dingen hier op de campus worden uitgevonden. Ik ben dan zelf wel geen technisch ingenieur, maar heb een hart voor technische innovaties en het enthousiasme dat daarbij komt kijken. Mijn eerste banen waren bij Siemens, dat achtervolgt mij nog steeds.’
Hoe bekend was u al met de Universiteit Twente?
‘Er is natuurlijk de samenwerking met de VU, waar ik ook bij betrokken was. In die hoedanigheid was ik al een paar keer op de campus en had ontmoetingen met mijn collega-cvb-leden. De regio kende ik al wel in bredere zin, als we er tenminste vanuit gaan dat de regio niet bij de grens stopt. Ik woonde in Münster, studeerde en promoveerde er, en leerde er mijn partner kennen. En in die tijd was ik ook in Enschede. Deze regio vormde dus deel van mijn opgroeien.’
(Tekst gaat verder onder foto)
![]()
Gregor Halff bij de OAJ van de UT. Foto: Eric Brinkhorst.
Wat voor type collegevoorzitter bent u?
‘Ik vind het belangrijk dat we ambitieus zijn. Als universiteit hebben we een bijzondere opgave en die moeten we zelfverzekerd oppakken en uitdragen. Dat zal ik consequent doen. Ik denk dat we best wat minder bescheiden mogen zijn over wat we hier doen. Het tweede is dat de kwaliteit van wat we doen ligt in het stellen van goede, wetenschappelijke vragen. En dat iedereen die vrijheid moet hebben om vragen te kunnen stellen. Die vrijheid voor elk bereiken we alleen als we elkaar als UT-gemeenschap kunnen vasthouden. En soms moet je repareren, daar zal ik mij voor inzetten.’
Hoe doe je dat dan, het vasthouden van zo’n gemeenschap?
‘Dat draait om twee dingen. Als eerste; het uitdrukkelijk hebben over gemeenschappelijke waarden. Dat moet ik op de UT nog ontdekken: waar geloven we allemaal in? En ten tweede; de mogelijkheden van het voeren van dialogen. Dat kan informeel of formeel, of bilateraal, maar het organiseren van dialogen hoort erbij.’
Waar hecht u waarde aan binnen de academische gemeenschap?
‘Ik heb het gevoel dat er veel kracht in de medemens zit. Mijn rol is er onder andere voor zorgen dat ik die kracht opwek, daarvoor enthousiasmeer en laat zien hoe mensen zelf die kracht kunnen inzetten. Daartegenover ligt wel mijn ongeduld voor defaitisme. Er is namelijk altijd wel een oplossing, zeker op een universiteit waar zoveel slimme mensen werken.’
Over uw achtergrond, waar bent u opgegroeid?
‘Ik groeide op in India, Costa Rica, New York, Duitsland, Nederland, Pakistan en Trinidad. Mijn moeder was antropologe, mijn vader diplomaat. Ik heb een jongere broer die bij de Verenigde Naties in New York werkt en die mij zeer dierbaar is. Pas toen mijn moeder in 2022 terminaal ziek was, vestigde ik mij definitief in Nederland.
Dus ja, ik groeide op in een enorm geprivilegieerde omgeving. En ik vind, daar moet je iets voor terug doen. Het vertalen naar een verantwoordelijkheid door iets voor anderen te doen.
Wat ik in mijn jeugd ook leerde; ik ben mijn ouders dankbaar dat ze mij altijd naar lokale scholen stuurden. Daar behoorde ik vaak tot de minderheid. Ik leerde daardoor goed naar mijn omgeving te kijken. Misschien weet hij of zij wel weer iets dat ik niet weet? En wat ik door mijn internationale jeugd leerde: als je interesse hebt in anderen en je omgeving, kun je overal gelukkig worden.’
Uw studententijd was in Münster. Wat voor student was u?
‘Een beetje een saaie, denk ik. Ik ben vroeg gepromoveerd in een tijd dat het moeilijk was om een baan te bemachtigen. Daardoor werd ik overijverig in het behalen van hele goede cijfers. Dus ja, ik was saai. Daarnaast woog ik meer dan honderd kilo. En nee, ik laat je daarvan geen foto’s zien. Het was geen heel actief leven in ieder geval. Ik had in die tijd ook mijn coming-out. Dat was toen nog iets anders dan nu, zeker in Duitsland. Dat is voor iedereen als student nieuw en zal ook nu nog voor studenten soms moeilijk zijn. Dan ga je je toch een beetje verstoppen. Ik denk dat ik pas een interessantere gesprekspartner ben geworden na mijn studie.’
Wat wilt u de studenten van nu – aan de start van een nieuwe collegejaar - meegeven?
‘Vrijheid en nieuwsgierigheid. Er is geen betere gemeenschap dan een universiteit om nieuwsgierigheid vrij uit te leven. En stel vragen, vraag om hulp. Je bent nooit alleen, er zijn altijd mensen om je te helpen.’
(Tekst gaat verder onder foto)
![]()
Foto: Eric Brinkhorst.
Wat doet u zoal na werktijd?
‘Ik heb door mijn internationale omgeving heel veel vrienden in de hele wereld en spreek graag met ze af. Daar zal ik alleen voorlopig geen tijd voor hebben, het is de komende maanden toch vooral heel veel werken. Het is mijn verantwoordelijkheid om de organisatie zo snel en goed mogelijk te leren kennen.’
Tot slot, is er nog een vraag die u zelf graag zou willen beantwoorden?
‘Ik denk dat ik- met mijn achtergrond als sociale wetenschapper- vaak de vraag ga krijgen ‘snap jij wel iets van techniek?’. Dus bij deze: Ik begrijp niet elke nieuwe techniek, daar zal ik collega’s voor nodig hebben. Ik word wel aangetrokken door de impact van technologische innovaties en wat dat betekent voor de maatschappij. Ik begrijp heel goed de opgave die wij bij technologische innovaties hebben. Vanuit mijn internationale achtergrond zie ik dat er veel technologie komt uit landen die niet zijn zoals wij willen zijn. We dragen als universiteit daarom de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat technologie zo ontwikkeld wordt dat onze maatschappij open en veilig blijft. Want de concurrentie van niet-open maatschappijen op technologisch vlak is enorm. Dat is een speciale opgave voor een universiteit als de onze.’