Vijf tips tegen een scriptiedip

| Marieke Enter

Ze bestaan echt, studenten die fluitend aan hun scriptie schrijven en ‘m keurig volgens planning bij hun begeleider inleveren. Maar voor veel anderen is hun scriptie vooral een maandenlange martelgang vol writer’s blocks, next level soggen en serieuze scriptiestress. Doodzonde én niet nodig, vindt scriptieschrijfexpert Peter Nederhoed.

Voor sommigen heeft het schrijven van je scriptie veel weg van een maandenlange martelgang (foto: Adobe Stock)

Nederhoed is auteur van het onlangs verschenen boek ‘De afstudeerscriptie, over het voorbereiden, indelen en schrijven van bachelor- en mastertheses’. De titel verklapt al dat het een vrij systemisch boek is over de techniek van scripties schrijven. Nederhoed zet uiteen welke stappen je moet zetten om tot een goede scriptie te komen en gaat per stap dieper in op de wetmatigheden en vuistregels die daarbij horen. Na het lezen van dit boek maak je bijvoorbeeld nóóit meer de fout om doelstelling en probleemstelling met elkaar te verwarren; Nederhoek is heel overtuigend dat je jezelf daarmee diep in de nesten werkt.

Naast ‘technische’ schrijfproblemen zijn er natuurlijk ook volop mentale drempels: de writer’s blocks, het eindeloze uitstelgedrag en next level soggen. Daarover vind je wat minder informatie in het boek – net zoals elke scriptieschrijver moest ook Nederhoed zijn onderwerp goed afbakenen ;) Maar desgevraagd heeft de scriptie-expert voor U-Today wel wat adviezen op dat vlak. Vijf tips tegen een scriptiedip

1. Zorg voor een goede planning

De planning die je bij de start van je afstudeeropdracht hebt opgesteld, is een langetermijnplanning die alleen in grote trekken aangeeft wanneer je wat gaat doen. Zet die om in een meer gedetailleerde planning, waarin je de schrijfopdracht opsplitst in een lijstje met kleine deeltaken die je in één of hooguit enkele weken kunt afronden. Dan werk je gerichter: je weet precies waarover je vandaag iets op papier gaat zetten en waarmee je de volgende dag verder gaat. En doordat je iedere week weer een taak van het schrijflijstje kunt afvinken, is het ook goed voor je motivatie.’

2. Saboteer soggen (scriptie-ontwijkend gedrag)

‘Regel een ruime, comfortabele en liefst vaste schrijfplek waar je ongestoord kunt werken. Alle zaken die je daarbij denkt te gebruiken, moeten er kunnen blijven liggen. Zet alles en iedereen op afstand die je van het schrijven zou kunnen afhouden. Gun jezelf privacy, rust, gelegenheid je te concentreren. Je mailt, chat en appt dus niet op je werkplek, checkt er niet je socials. Dat doe je maar elders of - als dat niet kan - op een of twee vaste tijdstippen. Vrienden zijn even niet welkom of krijgen te horen dat ze voorlopig niet op je hoeven te rekenen. Wees dus bewust ‘asociaal’. Ruim verder na iedere schrijfsessie alles op wat je niet meer nodig hebt. Dat zorgt voor een omgeving waarin je ‘opgeruimd’ terugkeert.’

Prijswinnende ut-scriptie

In hoeverre Wim van Eldik (Mechanical Engineering) ermee geworsteld heeft is niet bekend, maar zijn bachelorscriptie over onderhoud van een bepaald type infanteriegevechtsvoertuig leverde hem begin deze maand een WCM Award op, een scriptieprijs van het Nederlandse smart maintenance netwerk WCM. Volgens het juryrapport oversteeg Van Eldik’s geesteskind het niveau van een bachelorscriptie. ‘Hier vindt een grondige analyse plaats die voortbouwt op resultaten van eerder werk, wat goed is, maar die ook zelf de nodige zaken toevoegt aan onze kennis. De wiskunde van deze scriptie is goed, maar zo is ook de toepasbaarheid. En het blijft mooi om te lezen hoe belangrijk de vorm van een zandkorrel is voor de conditie van een CV90-infanteriegevechtsvoertuig.’ Van Eldik is inmiddels afgestudeerd en volgt momenteel de officiersopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie.

3. Parallel schrijven en onderzoeken

‘Wacht niet met schrijven tot je onderzoek compleet is afgerond. Het is efficiënter het daarmee gelijk op te laten lopen door onderwerpen waarover je voldoende materiaal hebt verzameld (bijvoorbeeld het theoretisch kader) of die je hebt afgerond (bijvoorbeeld je onderzoeksopzet), meteen ruwweg op papier te zetten. Je schrijftaak wordt op die manier stukken overzichtelijker. Je hoeft dan eigenlijk 'alleen maar' een serie deelrapportjes te produceren. En die schrijf je gemakkelijker als je nog midden in de stof zit, alle materialen nog bij de hand hebt en eenvoudig iets kunt verifiëren.’

4. Schrijf van makkelijk naar moeilijk

‘De tekstdelen die je níet parallel aan je onderzoek kunt uitwerken, kun je het best schrijven in een volgorde van gemakkelijk naar moeilijk. Begin bijvoorbeeld niet met de inleiding, want die laat zich pas goed schrijven als de rest van het verslag al min of meer af is. Start met een eenvoudiger te verwoorden onderdeel of met het onderdeel dat je het meeste aanspreekt. Heb je dat eenmaal af, dan kan dat zorgen voor de ‘flow’ waarin je zonder al te veel problemen ook andere, moeilijker onderdelen op papier kunt krijgen.’

5. Koester je flow

'Houd je verhaal in beweging. Het moet als het ware zichzelf vertellen. Zet de zinnen die zich aan je opdringen, onmiddellijk op papier voor je ze kunt vergeten. Weeg niet allerlei formuleringen in je hoofd tegen elkaar af; dat haalt de vaart uit het schrijfproces. Gegevens die je niet bij de hand hebt, laat je voorlopig voor wat ze zijn. Noteer alleen tussen haakjes om wat voor gegevens het gaat (‘formule vermelden’, ‘onderbouwen met cijfers uit tabel’, ‘bronvermelding toevoegen’, 'voorbeeld zoeken'). Stop ook niet om dingen na te lezen en te verbeteren. Corrigeren vergt een andere mindset en is daarom van later zorg.’