Spotlight

‘Het hoeft geen verloren periode te zijn’

| Maaike Platvoet

UT-alumnus Danny de Vries (46) werd twintig jaar geleden, op 13 mei 2000, wereldberoemd toen hij als eerste de beelden filmde van de vuurwerkramp in Enschede. Over hoe hij die ramp beleefde, maar ook over de wereld waarin we nu leven schreef hij het boek ‘Brief aan Marcel’.

Een doodgewone UT-student communicatiewetenschap, dat was Danny de Vries op 13 mei 2000. Met een bijbaantje bij RTV Oost, en voor de UT maakte hij voorlichtingsjournaals voor de eindexamenkandidaten. Maar alles veranderde op die ene zaterdag in mei. De student was als een van de eerste journalisten aanwezig op de rampplek en filmde de ontploffingen van vuurwerkfabriek S.E.Fireworks. Het leverde ongelooflijk indrukwekkende beelden op, die in een mum van tijd over de hele wereld door de internationale media getoond werden. De Vries werd opeens ‘de jongen van de vuurwerkramp’. Die fatale dag kwam ook collega-cameraman én vriend Marcel van Nieuwenhoven om het leven. In totaal vielen er 23 doden, raakten 950 mensen gewond en werden 200 huizen verwoest. Ook veel UT’ers, studenten en medewerkers, waren betrokken bij de ramp. Enkele weken na de fatale brand werd op de UT een benefietconcert georganiseerd, waarvan de opbrengst naar de slachtoffers ging.

De Vries werd door UT Nieuws (het huidige U-Today) regelmatig geïnterviewd in de loop der jaren. Hij bleef voor zijn gevoel altijd ‘die jongen van de vuurwerkramp’. Al was hij daar op gegeven moment behoorlijk klaar mee, zo gaf hij te kennen in 2010.

En nu ben je voor even wéér ‘die jongen van de vuurwerkramp’… maar met een boek.

‘Dat klopt. Dat boek, dat moest een keer komen. Vlak na de ramp, in juli 2000, schreef ik op aanraden van mijn vriend alles wat ik had meegemaakt op. Puur voor mijzelf. Mijn leven was toen best een puinhoop. Ik zat in een zakelijk conflict met RTV Oost over de rechten van het filmmateriaal, had een collega en vriend verloren, zat zelf met alle emoties na de ramp…en ik wist eigenlijk niet meer wat ik moest. Mijn schrijfsels van toen kwamen op een plank terecht. Af en toe las ik er wel eens in, maar telkens dacht ik: oh nee, veel te persoonlijk, veel te emotioneel. En dan deed ik er niets mee.’

‘Luister naar elkaars verhalen, steun elkaar, bedenk een mooi project’

Maar dat veranderde toen het coronavirus ons land in de greep kreeg, zo schrijf je op jouw website?

‘Ik zag meteen heel veel vergelijkingen tussen de coronacrisis en de vuurwerkramp. Alleen al die mondkapjes…die droegen de mensen ook in het rampgebied na de ontploffingen. En overal zie je nu krijttekeningen van kinderen op straat. Toen tekenden de kinderen op de schuttingen rondom het rampgebied. Ook de vele ambulances, de constante stroom verhalen over doden en gewonden…ik heb het gevoel dat ik deze periode al eens heb meegemaakt. Door de vuurwerkramp was ik best een tijdje in de war, daar voerde ik later gesprekken over met een psycholoog. Het had namelijk ook zomaar allemaal voorbij kunnen zijn. Ik heb tussen mijn 30 en 45e ook heel hard gewerkt, en van alles aangepakt. Nu ben ik meer in balans, ik ervaar elke dag als een cadeautje. Omdat ik nu anders met dit soort heftige zaken omga, besefte ik mij opeens: ik wil dat boek afmaken. En ik ben me daarin gaan richten aan mijn omgekomen collega Marcel. Door de huidige crisis, ben ik weer meer aan hem gaan denken. Hij is ontzettend jong overleden, dat realiseerde ik met toen ook wel, maar toen had ik ook zoveel andere dingen te verwerken.’

Waar gaat ‘Brief aan Marcel’ over?

‘Ik vertel Marcel mijn verhaal, zoals ik de vuurwerkramp beleefde. Maar ik schrijf hem ook over hoe ik naar rampen kijk in het algemeen, en de hedendaagse journalistiek. Het is eigenlijk een verhaal dat ik hem laat meelezen. Het boek gaat ook niet over Marcel, maar het is in een briefvorm aan hem gericht. Het boek is nu anderhalve week uit, en ik krijg leuke en goede reacties. Er is ook veel mediabelangstelling. Voor mij gaat het er vooral om dat ik iets met dit verhaal wil doen.’

‘Ik voelde mij lang schuldig omdat ik die beelden had gefilmd’

Wat bedoel je daar mee?

‘Allereerst vind ik het belangrijk omdat er zo aandacht blijft bestaan voor de vuurwerkramp. Dit jaar is er geen herdenking door de coronacrisis. En ik vind het zo ontzettend belangrijk dat we deze verhalen blijven vertellen. Ze horen bij onze geschiedenis, bij Enschede. Het is doodzonde dat er in Enschede niet eens een vaste expositie is over de ramp. Ik vind dat we dat een beetje wegstoppen.

Verder vraag ik met dit boek ook voor meer aandacht voor journalisten die werkzaam zijn in crisissituaties. Ik ben zelf deskundige op het gebied van crisiscommunicatie en vind dat de overheid te weinig aandacht heeft voor journalisten op dit terrein. Verslag doen van crisissituaties heeft impact. Daar zou meer nazorg voor moeten zijn.

En mijn derde boodschap is: geniet van het leven. Voor je het weet verschijnt de zon achter de wolken. Dat gebeurde op 13 mei 2000 letterlijk. Het kan zomaar ineens voorbij zijn.’

Veel studenten op de UT zitten nu in een moeilijke situatie. Sommigen hebben door de coronacrisis te weinig geld, zijn eenzaam, kunnen niet afstuderen of terug naar hun ouders. Heb jij advies voor ze?

‘Ik raakte na de vuurwerkramp ook geld kwijt. Studeren lukte niet meer, dus verloor ik sommige studiepunten. Wat ik toen vooral leerde: je moet juist nu aanpakken. Probeer zoveel mogelijk positieve dingen tegenover negatieve dingen te zetten. Zo voelde ik mij lang schuldig omdat ik die beelden had gefilmd die de hele wereld overgingen, ik vond dat de slachtoffers meer aandacht moesten krijgen. Maar uiteindelijk wist ik met die beelden wel te politie te helpen en kon ik door de verkoop van de beelden veel goede doelen steunen.

Nu, met de coronacrisis, zou ik tegen studenten zeggen: als je de hele dag thuis bent; zoek elkaar online op. Probeer samen een mooi project te starten, wat zou je bijvoorbeeld kunnen doen voor de UT of voor Enschede? En je kunt ook naar elkaars verhalen luisteren, elkaar steunen. Het hoeft geen verloren periode te zijn.

Zo ben ik nu ook wijkraadslid in Rotterdam. En drukker dan ooit. De afgelopen periode bedachten we verschillende dingen voor wijkgenoten, via Zoom. Zo hebben we een draaiorgel door de straten laten rijden om de mensen op te vrolijken, tulpen uitgedeeld en kaartjes door alle brievenbussen gedaan. Haal iets positiefs uit het negatieve. Dan ontstaat er vanzelf weer balans.’

‘Ik zag veel vergelijkingen tussen de coronacrisis en de vuurwerkramp’

Ben je zelf als student destijds goed ondersteund door UT?

‘De UT hielp mij enorm in die tijd. Ik zat zelfs een zondag ondergedoken bij rector Frans van Vught, omdat de media van alle kanten aan mij trokken. En juist omdat de UT voor mij een veilige plek was, gaf ik daar destijds ook alle interviews. Toen ik later de studie wilde oppakken, bleek dat mijn studiepunten niet meer geldig waren en ik een aantal vakken opnieuw moest volgen. Daar kreeg ik – ‘als die jongen van de vuurwerkramp - alle steun bij.

Kom je nog wel eens op de campus?

‘Jazeker, regelmatig! Vanwege mijn werk voor de Twentse ambassades natuurlijk, maar ik heb er ook nog vrienden. Ik had echt een fantastische studententijd in Enschede. Nu woon ik Rotterdam en ook dat bevalt heel goed. Ik voel me thuis tussen al die culturen. Ik ben geboren in Amsterdam ging ooit voor mijn studie naar Twente, en dat was achteraf een geniale zet. Ik heb daardoor een brede blik ontwikkeld.’

DANNY DE VRIES (1974)

De Vries is communicatie- deskundige en gespecialiseerd in reputatie, strategie en lobby. Hij studeerde in 2002 af aan de UT in risico-en crisiscommunicatie. Sinds 2005 is hij directeur van bureau Albers De Vries en vanaf 2015 directeur van de Twentse Ambassades. Hij was daarvoor jarenlang actief als journalist voor zowel radio, tv als krant en kreeg landelijke bekendheid door zijn beelden van de vuurwerkramp op 13 mei 2000. Deze ramp heeft voor een belangrijk deel bepaald wie hij is en wat hij doet. In 2018 werd De Vries benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn rol rond de vuurwerkramp, zijn inzet voor Twente, Koningshuis en LHBT- emancipatie.

Kijk hier voor het boek Brief aan Marcel.