‘Scheikunde is een hechte gemeenschap’

| Rense Kuipers

Opleidingsdirecteur Ben Betlem neemt vandaag – wegens het behalen van de pensioengerechtigde leeftijd – officieel afscheid van de UT. Dat doet hij met de lezing ‘Een halve eeuw UT-onderwijs in Chemical Engineering’. Treffender is misschien wel de ondertitel: lessen voor de toekomst. Want ondanks zijn pensioen, ambitieuze toekomstplannen voor Chemical Engineering heeft Betlem nog genoeg.

Photo by: Rikkert Harink

Ben Betlem begon in 1970 als student scheikundige technologie aan de UT. ‘Moeilijk om voor te stellen, maar ik maakte deel uit van de eerste generatie die geen college meer hoefde te volgen op zaterdag’, blikt hij terug. ‘Het was een tijd dat de campus praktisch allesbepalend was: je had hier een woonplicht voor de eerste twee jaar van je studie. En ik moet zeggen dat de sport- en cultuurverenigingen een belangrijkere rol spelen dan tegenwoordig.’

Update: Julianapenning

Ben Betlem ontving vanmiddag bij zijn afscheid de Julianapenning. Die penning wordt sinds 2000 uitgereikt en is bedoeld als eerbetoon wegens de vele en goede activiteiten die iemand voor de UT verrichtte – of ter gelegenheid van een bijzonder jubileum of vertrek na een verdienstelijke carrière.

Toen en nu

Wat Betlem vooral opvalt zijn de verschillen tussen het onderwijs van toen en nu. ‘Projectonderwijs bestond in die tijd zo goed als niet. Practica wel mondjesmaat, maar we kregen vooral hoorcolleges gevolgd door tentamens, ook vaak mondelinge’, vertelt hij. ‘Er is veel veranderd, ten goede. Zeker op het gebied van projectonderwijs, daarmee kun je veel meer de diepte in’, haast hij zich te zeggen.

Na zijn studie in Twente vloog Betlem uit. Eerst was hij vier jaar onderzoeksassistent bij de TU Eindhoven, vervolgens maakte hij de stap naar het bedrijfsleven en was hij onder meer bij de Koninklijke Hoogovens (tegenwoordig Tata Steel) verantwoordelijk voor procesautomatisering. In 1988 klopte de UT weer bij hem aan. ‘Bij de groep waar ik afstudeerde nota bene, procesdynamica. Dat was een flinke overgangsfase, van behoorlijke verantwoordelijkheden en strakke deadlines naar een veel vrijere omgeving.’

'We zijn al zeven jaar op rij topopleiding'

Loyaliteit en hechte gemeenschap

Al snel werd onderwijs de hoofdmoot voor Betlem, zelfs toen de vakgroep twee jaar na zijn terugkomst werd opgedoekt. Onder druk van het bedrijfsleven - via een brandbrief - werd een nieuwe, vergelijkbare groep opgestart. Ondertussen bleef de opleiding scheikundige technologie groeien. ‘Met uiteindelijk een piek van misschien wel tweehonderd eerstejaars, dus op een gegeven moment moest ik voor zo’n enorme groep hoorcolleges geven. Terugkijkend, was dat te veel van het goede.’ Betlem kent echter ook de andere kant van de medaille. ‘Het slonk zelfs tot aantallen van maximaal 25 eerstejaars.’

Met Betlem sinds 2007 aan het roer als opleidingsdirecteur, draait de opleiding inmiddels al jaren stabiel. Goed, durft Betlem zelfs te zeggen, ook nu hij afgelopen jaar het OLD-stokje heeft overgedragen aan André ten Elshof. ‘We zijn al zeven jaar op rij topopleiding. Daarmee behoren we volgens mij tot het kleine aantal van achttien opleidingen in Nederland die dit predicaat zo vaak hebben gekregen.’ Om meteen te relativeren: ‘Zo’n waardering hangt ook sterk af van studenten en of er goed naar ze geluisterd wordt. Loyaliteit werkt wederzijds.’

Dat Chemical Engineering-studenten ook loyaal zijn naar de opleiding en haar directeur toe, blijkt niet alleen in woorden, maar ook in daden. Betlem heeft een schaal aan zijn muur, gekregen van studievereniging Alembic als dank voor de goede invoering van het Twents Onderwijsmodel. En Betlem en docent Louis van der Ham zijn de enige nog levende ereleden van Alembic, na het overlijden van Paul Gellings en campusdecaan Jan Schuijer afgelopen jaar. ‘Wat belangrijk is, is dat scheikunde een hechte gemeenschap is binnen deze universiteit’, schetst Betlem de kracht van de opleiding. ‘Je ziet een vergelijkbaar saamhorigheidsgevoel bij wiskunde en natuurkunde: een gemeenschap waarmee iedereen zich verbonden voelt en waar je samen de druk voelt om goed onderwijs voor elkaar te krijgen.’

'We kunnen veel meer en gerichter investeren in samenwerken met buitenlandse instellingen'

Uitgesproken onderwijsvisie

Over goed onderwijs heeft Betlem een uitgesproken visie, die hij ook uitgebreid deelt bij zijn afscheidslezing. Een korte greep. ‘Studenten zelf meer keuzes laten maken à la ATLAS, al is de keerzijde daarvan dat onderwijs nog intensiever wordt voor begeleidende docenten. Een betere koppeling tussen master en PhD is ook wenselijk voor studenten die carrière willen maken in onderzoek. Het schort nogal aan die verbinding’, stelt Betlem.

Twee andere belangrijke ambities heeft hij in verdergaande internationalisering (‘We kunnen veel meer en gerichter investeren in samenwerken met buitenlandse instellingen, niet alleen maar beurzen uitreiken’) en in onderwijs voor professionals. ‘Zowel binnen nanotechnologie (waar Betlem nog opleidingsdirecteur van de master is, red.) en Chemical Engineering. Daarmee houden we onszelf scherp en we kunnen ons onderwijs veel meer koppelen aan de behoeftes van het bedrijfsleven. Ik vind dat we dat laten liggen als UT, ook in de nieuwe missie en visie zag ik het nauwelijks terugkomen’, zegt Betlem. Om eraan toe te voegen: ‘Eerlijk gezegd dient het CvB op dit vlak veel meer initiatieven te ontwikkelen.’

'Als ik iets doe, moet dat met een bepaald doel zijn'

Niet achter de geraniums

Ook al zwaait Betlem vandaag officieel af, mensen hoeven niet raar op te kijken als ze hem nog blijven zien lopen in de gangen van de Horst. ‘In deeltijd. Ik blijf nog even aan als opleidingsdirecteur van de master Nanotechnologie, terwijl we op zoek gaan naar een opvolger. En ik buig me over het binnenhalen van een beroepsaccreditatie voor Chemical Engineering. Eindhoven en Delft hebben zo’n accreditatie bijvoorbeeld al wel.’

Thuis gaat Betlem in ieder geval niet achter de geraniums zitten. ‘Ik ben heel erg geïnteresseerd in geschiedenis, vooral rond het jaar 1900. Ik zal nog een onderwerp moeten zoeken om mij in vast te bijten, maar ik wil dat het uiteindelijk leidt tot een publicatie. In dat opzicht zal het academische altijd in me blijven. Als ik iets doe, moet dat met een bepaald doel zijn. Nooit alleen voor mezelf.’