Spotlight

Laatste avond Drienerburght

| Jelle Posthuma

Conferentiehotel Drienerburght ontving gisteravond de laatste gasten. Het werd een avond van weemoed, toekomstplannen en bijzondere herinneringen. ‘Weet je nog dat oud-minister Joseph Luns te gast was? Hij was zo lang dat-ie niet in onze hotelbedden paste.’

Bedekt onder een laagje sneeuw ligt hotel Drienerburght er deze avond vredig bij. Morgen, als de laatste gast de deur achter zich dichttrekt, verhuist het hotel. Op steenworp afstand ligt de Hogekamp, waar het conferentiehotel een tweede leven begint. Binnen wijst echter niets op deze aanstaande verhuizing. Gasten checken in, drinken een biertje aan de bar en trekken zich terug in hun kamer. Het hotelbedrijf is nog in volle gang.

Opstartperikelen

‘Zo hoort het ook’, vertelt directeur Marijke Schmand. Ze drinkt een glas wijn aan de bar. ‘Voor mij is het een weemoedig afscheid. Ik was hier vanaf het begin. In mei 1987 opende het hotel zijn deuren. We waren met z’n vieren en deden alles zelf. Een conferentiehotel is anders dan het doorsnee logement, bleek al snel. Bij het allereerste congres kwamen wij erachter dat de hele groep tegelijk ging ontbijten, stipt om acht uur. In een normaal hotel loopt het de hele ochtend rustig door. We moesten de ontbijtzaal compleet aanpassen. Het waren de bekende opstartperikelen. Maar wat gebeurt er straks als iedereen tegelijk de warme douchekraan opendraait in het nieuwe U Parkhotel? Ook dat blijft afwachten.’  

‘Er werken échte mensen. Ze zijn zo lief’

Naast Schmand zit Alma Schaafstal. De CreaTe-opleidingsdirecteur slaapt twee keer per week in de Drienerburght en heeft inmiddels 225 overnachtingen achter haar naam staan. ‘Ik woon in de buurt van Utrecht. Dat is minstens een uur en drie kwartier van de UT. Heen-en-weer rijden is vijf keer per week gewoon te veel. Daarom heb ik mijn vaste kamer in Drienerburght: nummer 315. Ik zou mijn route ernaartoe blind kunnen vinden. Acht treden per trap, ik weet het precies. Het is mijn home-away-from-home.’

(Links: Marijke Schmand, rechts: Alma Schaafstal. Tekst loopt verder onder foto)

Schaafstal vervolgt: ‘De Drienerburght is voor mij een uitvalsbasis om heel hard te werken en te sporten. Niemand kijkt raar op als ik in het restaurant met oortjes in en een laptop op schoot mijn eten naar binnen schuif. Ik hoef geen kaarsjes op tafel. Tuurlijk, ik houd van gezelligheid, maar ik ben hier om te werken. De mensen hier begrijpen dat. Om zes uur ’s ochtends sta ik op en ga ik in het donker rennen op de sintelbaan. De nachtportier groet mij vriendelijk. Ik zie hem denken: ‘’Dat mens is gek.’’ Maar begrijp me niet verkeerd: de medewerkers maken het hotel. Er werken échte mensen. Ze zijn zo lief.’

Een tweede glas wijn brengt het gesprek naar mooie herinneringen. Schmand: ‘De afwijkende events waren voor ons het leukst. Tonnie Buitink organiseerde de grootst mogelijke concerten op de campus. De Drienerburght fungeerde als kleedkamer voor artiesten. Zo hadden we Sting op bezoek. Hij dronk alleen gemberthee. Of die keer dat ‘’Nancy van de witte catering’’ voor de deur stond. Zo noemden de beveiligers haar. Of ik mevrouw wilde wegsturen. Ik begreep er niets van. Ze viel wel een beetje uit de toon, maar wist ik veel dat ze hier was om drugs te dealen. Het is weer eens wat anders dan een doorsnee vergadergast.’

‘Ik schiet er nog vol van’

Als vanzelf vervolgt ze haar verhaal. ‘Het naarste wat ik meemaakte, was de vuurwerkramp. Ik deed boodschappen in Hengelo toen er ineens een enorme knal klonk. Een botsing, dacht ik. Eenmaal thuis, werd ik opgebeld door Linda van de receptie. Ze was helemaal overstuur, want de plafondplaten kwamen naar beneden. Ik ben naar Enschede gereden. Het was zo eng, zo creepy. Alles was afgesloten: ik mocht de campus niet op. Toen heb ik heel hard gevloekt en mocht ik er door.’

'Als straks de laatste gast de deur achter zich dichttrekt, begint het pas echt'

‘Mijn man had voor zijn bedrijf een medewerker in het rampgebied werken. En een collega van de huishoudelijke dienst had de kinderen voor het werk bij haar ouders gebracht, ook in Roombeek. Al snel besloot de UT om van de Drienerburght een opvanghotel te maken. Wij schakelden als personeel over op de automatische piloot en probeerden de mensen zo goed mogelijk op te vangen. Ondertussen liepen we steeds naar achter om te bellen. Is er al meer bekend over de medewerker van mijn man? En hoe is het met de kinderen en ouders van mijn collega?’

(Tekst loopt verder onder foto)

‘Een paar dagen later werden ze gevonden onder het puin. Het was zo heftig allemaal. Tegelijkertijd konden we als opvanghotel hulp bieden. Mensen kwamen compleet overstuur binnen. Ze waren alles kwijt. Ik weet nog goed dat het leger uit Brabant de campus op kwam rijden om te helpen. Dat was fantastisch. Later hebben we de soldaten met z’n allen uitgezwaaid – ik schiet er weer vol van.’

Alma slaat een arm om Marijke heen. Tijd voor een luchtiger onderwerp. Verderop zit universitair hoofddocent Alfred Schouten de krant te lezen. Hij werkt om de week twee dagen op de UT. Sinds 2007 komt Schouten in de Drienerburght. ‘Wacht even’, roept Schmand. ‘Ik zal eens opzoeken hoeveel keer je hier hebt overnacht.’ Na een korte blik in de administratie, komt ze teruggelopen. ‘Dit is jouw 253ste nacht in de Drienerburght.’

Verhuiskratten

Het loopt tegen elven. Schouten keert terug naar zijn kamer op de tweede etage. Morgen weer vroeg uit de veren. Op de gang staan de gele verhuiskratten klaar, maar verder oogt het hotel als ieder ander logement. De nacht valt over een stille campus. Dan gaat de wekker. Het laatste ochtendmaal staat klaar. Een Engels koppel nuttigt de laatste croissantjes. In de naastgelegen bar overlegt het personeel over de aanstaande verhuizing.

Berend Koekkoek coördineert de uittocht. ‘Mijn officiële titel is operationeel manager food and beverage. Maar tijdens de verhuizing is mijn functie het best te omschrijven als de rechterhand van Marijke.’ Koekkoek heeft zin in het U Parkhotel. ‘Ik ben wel voor de voortuitgang. Als straks de laatste gast de deur achter zich dichttrekt, begint het pas echt.’ 

Eén kernonderdeel van de Drienerburght wordt in ieder geval verhuisd naar het U Parkhotel – de medewerkers. Verreweg het belangrijkst volgens Schmand: ‘Al heb je gouden kranen in het hotel. Al zak je tot je knieën weg in het hoogpolig tapijt. Het zijn uiteindelijk de mensen die het doen, zonder hen zijn we nergens.’


Het U Parkhotel opent zijn deuren op 11 februari. Het nieuwe pand in de Hogekamp krijgt verdeeld over negen verdiepingen 72 hotelkamers, geschikt voor twee personen.