Photo by: Arjan Reef
Spotlight

Pensionado’s bewaken historische ontwikkeling techniek

| Rik Visschedijk

Op de zolder van Carré zit de historische studieverzameling EWI. Hier verzamelen UT-gepensioneerden ‘de historie van de UT’, zoals voorzitter Paul Regtien het zegt. 'De techniek gaat zó snel, iets wat vijf jaar oud is, is al antiek.’

Het is woensdagmiddag, de dag dat de meeste leden van de studieverzameling aanwezig zijn. Het zijn er zo’n twaalf in getal. Af en toe schuift er iemand aan. Regtien, emeritus hoogleraar metrologie, benadrukt het belang van de club. ‘We verzamelen en selecteren alles wat bij het erfgoed van de UT hoort. Studenten krijgen de huidige stand van zaken in de techniek onderwezen, maar het is ook belangrijk om te zien hoe mensen het vroeger deden en tot welke innovaties ze kwamen met de middelen uit die tijd. We proberen de historische ontwikkelingslijn van de techniek zichtbaar te maken.’

Academisch Erfgoed

Begin juni ontving de studieverzameling een delegatie van de Stichting Academisch Erfgoed. De mogelijkheid bestaat dat de UT, als een van de laatste universiteiten, lid wordt. ‘Daar zijn we natuurlijk voor’, zegt Regtien. ‘Je moet zuinig zijn op je erfgoed. Voor ons is een lidmaatschap ook positief omdat we nu afhankelijk zijn van de goede wil van de faculteit. Als de UT zich committeert aan de stichting, dan is onze positie ook wat sterker.’

Werkgroeplid Martin Beusekamp, vroeger docent informatica en onderwijsmanager, is de eerste om die grote woorden te relativeren. ‘We zitten hier ook omdat we het gezellig vinden. We hebben allemaal een leven op de UT gewerkt en via deze club onderhouden we onze band met de campus.’

(tekst loopt verder onder de foto)

Paul Regtien, voorzitter van de historische studieverzameling EWI


Dick Bosman

Op de vijfde verdieping – de zolder - van Carré hebben ze een werkplek. Er is geen daglicht en de kamers zijn gecreëerd met tussenwandjes. Regtien: ‘De faculteit gunt ons deze ruimte en we krijgen een klein budget.’ Aan de wand van de ‘ontvangstruimte’ - die volgepakt is met meetapparatuur, versterkers, oude pc’s en oscilloscopen - hangt een portret van wijlen Dick Bosman, hoogleraar meettechniek en decaan Elektrotechniek. Hij is de geestelijk vader van de studieverzameling.

Bestuurslid Riel Weenink, in zijn werkzame leven medewerker bij de facultaire technische dienst, herinnert zich de oprichting als de dag van gisteren. ‘Het was in 1979. Bosman vond een historische studieverzameling een lovenswaardig idee, zoals hij het noemde. Hij stelde de werkgroep officieel in, gaf een budget mee van maximaal vijfduizend gulden om materialen aan te schaffen en maakte mij vier uur in de week vrij om me ermee bezig te houden. Die tijd is essentieel: als je het aan een vrijwilliger overlaat, dan versloft het meteen.’

Oud Roest

De studieverzameling begon in gebouw Hogekamp, waar de kelder van vloer tot plafond werd volgepakt met apparatuur. ‘Verre van ideaal’, zegt Regtien. ‘We waren compleet uit het zicht en af en toe liep de kelder onder met water. We wisten best dat we een bijnaam hadden. Oud Roest, zo noemden ze ons.’

‘Bij een open dag krijgen we flink wat bezoekers’

Eind 2010 verhuisde de faculteit EWI naar Carré. Aanvankelijk was er geen plek voor de studieverzameling ingeruimd. ‘Na een flinke lobby konden wij dit deel van de bovenverdieping krijgen’, aldus Regtien. ‘We gingen terug in vierkante meters en moesten selecteren en weggooien. Dat blijven we moeilijk vinden, maar nu is het mooiste deel van onze collectie uitgestald. Bij bijvoorbeeld een open dag krijgen we flink wat bezoekers.’

Zichtbaar maken

En, belangrijker, de studieverzameling is zichtbaar voor de UT-populatie. Er werden vitrines aangeschaft, waarin de belangrijkste stukken worden getoond. Die staan verspreid door Carré en de Zilverling. Dat ging niet zonder slag of stoot. Regtien: ‘Aanvankelijk wilde de faculteit er niets van weten, want wat moet de UT met dat oude spul – zo was de gedachte. Dat tij keert langzaam. Nu vind je een dertigtal vitrines in het gebouw.’

Eerste digitale rekenmachine

Wie via de lift binnenkomt, loopt meteen tegen een pronkstuk op: de PDP-8, de eerste, succesvolle minicomputer van Digital Equipment Corporation (opgegaan in Hewlett-Packard) uit 1964. De UT kocht dit exemplaar drie jaar later voor honderdduizend gulden.

Daarnaast werden alle items onder de loep genomen en door Albert Schoute (eerder docent informatica op de UT) in een database gezet. Regtien: ‘Sindsdien verkopen we ook apparatuur op onze eigen marktplaats. Dat levert ons zo’n vijf- tot achthonderd euro per jaar op. Daarvan kopen wij weer gereedschap en materialen. We kopen praktisch nooit artikelen, want we krijgen veel aangeboden. Vanuit de UT, maar ook uit nalatenschappen.’

Wat die apparatuur allemaal waard is? ‘Ik heb werkelijk geen idee’, aldus Regtien. ‘Het gaat ons niet om de materiële waarde, maar om de immateriële. Hier zie je de ontwikkelingslijn van de wetenschap op de UT. Daar is geen prijskaartje op te plakken.’