Statistiek in Gambia

| Maaike Platvoet

Dick Meijer, wiskundedocent en PvdUT-raadslid, vertoeft al enkele maanden in het Afrikaanse Gambia waar hij op een kleine universiteit de vakken kansrekening en statistiek verzorgt. Dat deed hij al eerder in 2009 en 2013. ‘Sommigen zijn jaloers dat ik dit kan doen, maar mijn antwoord luidt altijd: het is een kwestie van keuzes maken.’

Bellen naar Gambia doe je het liefst in de vroege ochtend. ‘Dan is de internetverbinding op haar best’, mailt Meijer. Het tijdsverschil is slechts twee uur, dus dat levert gelukkig niet al te grote problemen op. Of er gebeld kan worden via What’s app? Scheelt weer in de kosten. En als er iemand op de kosten let  - of dat nou geldt voor de uitgaven van de UT of die van een kleine universiteit in Gambia – dan is het wel Dick Meijer. Als lid van de Universiteitsraad staat hij er om bekend van zijn hart geen moordkuil te maken. En dus gaat hij graag in discussie met UT-bestuurders of klimt in de pen voor een pittig opiniestuk. Inmiddels is Meijer zo’n vijftien jaar actief in de medezeggenschap en staat nu als eerste op de verkiezingslijst van de PvdUT. Maar campagne voeren zit er deze week voor hem niet in, gezien de afstand tussen Gambia en Nederland.

Hai Dick, hoe is het in Gambia?

‘Qua weer hebben we volgens mij dezelfde temperaturen. Voor Gambiaanse begrippen is het eerder wat koeltjes bij ons, zo rond de 28 graden.’

Wat doe je daar precies?

‘Ik verzorg een aantal wiskundevakken op een kleine universiteit. Veelal aan science studenten. Ze zijn goed in het automatiseren van wiskundige vaardigheden, maar hebben moeite met het oplossen van praktisch omschreven problemen. Analyseren en modelleren dus. Daarom geef ik hier kansrekening en statistiek. Verder werk ik aan nog wat kleine projectjes rondom de bouw van eenvoudige solar systeempjes die `s avonds licht geven en een pompje aandrijven om grondwater op te pompen om het vruchtbare land te bevloeien.’

Hoe kwam je überhaupt in Gambia terecht, want dit is niet de eerste keer…

‘Klopt. Ik was hier ook al in 2009 en 2013. De eerste keer was met educatief verlof, onder andere om mijn Engels bij te spijkeren. In 2013 was de aanleiding eigenlijk het TOM-model, waar toen op de UT volop aan werd gewerkt. Ik dacht: laat ze het uitzoeken, ik vertrek mooi. Uiteindelijk was ik een van de weinigen die goed voorbereid op dat TOM-model bleek te zijn. Toen ik in juni terugkwam in Nederland, kon ik volop mijn onderwijs voorbereiden. De laatste twee keer dat ik vertrok, kon ik dat doen via de levensloopregeling. Een prima regeling, waardoor ik in staat ben om mijn eigen salaris door te betalen. Sommigen reageren wel eens jaloers op mij; hoe kan je dat betalen, vragen ze dan? Het zijn simpelweg de keuzes die je maakt, zeg ik dan.’

Maar waarom Gambia?

‘Ooit gingen wij hier met onze kinderen naar toe op vakantie, tijdens de kerst. We zochten een warm land, de keuze viel op Gambia. Wij hadden een hele, fijne vakantie en leerden veel andere mensen kennen. Toen hoorden we dat een jongentje niet meer naar school ging omdat hij de jaarlijkse 100 euro niet kon opbrengen. Eenmaal terug in Nederland, ondernam mijn vrouw Marianne actie. Zij ging spullen inkopen en verkopen om, onder meer, scholing in Gambia te bekostigen. Langzaamaan ging de bal rollen. Uiteindelijk leidde dat tot de Stichting Bouwstenen voor Gambia.’

Ondanks de afstand, volg je de UT-ontwikkelingen op de voet?

‘Ik ben nog steeds officieel lid van de Uraad, omdat er niet voldoende mensen waren om mij te vervangen. Dus ja, dankzij de goede internetverbinding kan ik veel volgen. Ik lees veel. Ook de Nederlandse kranten.’

Maak je je dan ook druk om wat je voorbij ziet komen?

‘Natuurlijk is er nu letterlijk en figuurlijk meer afstand tot de UT. Maar ik heb wel nauw de discussie rondom OER gevolgd. Wat eerst dreigde op een herhaling van facetten, lijkt nu toch een positieve draai te krijgen. En ja, daarover mailde ik ook wel eens met mijn partijgenoten. Je weet, ik steek mijn mening niet onder stoelen of banken.’

‘Verder denken velen dat door de enorme onderwijsverschillen tussen Gambia en Nederland, ik de ‘rijke UT’ vast wel omarm als ik weer thuis ben. Maar juist omdat de UT die relatief ruime middelen heeft, zie ik het als een extra opdracht om het geld goed te besteden. Tegelijkertijd maak ik me net zo druk om het feit dat de plaatselijke managers ook hier eerst het geld naar zichzelf toe laten stromen en pas daarna naar het onderwijs. Dat moet dus andersom, vind ik.’

Wanneer keer je terug?

‘We hebben net ons ticket geboekt, dat wordt 23 juni. Kort daarna zal ik weer op de UT aan het werk gaan. ’

Ben je voldoende opgeladen om straks weer vol aan de bak te gaan in de medezeggenschap en als docent?

‘Ach, voldoende opgeladen…het is prettig om tijdelijk binnen een geheel ander sfeer ergens te werken. Verder vind ik het sowieso fijn om niet fulltime docent te zijn, maar daarnaast mij ook met andere dingen bezig te houden. Vandaar de medezeggenschap. Wat je er overigens niet zomaar naast doet hoor.’

Staat er in je laatste weken Gambia nog iets bijzonders op het programma?

‘We zijn nu bezig met de afsluiting van de tentamens. Een groepje studenten heeft mij gevraagd om nog wat extra colleges over statistiek te geven na die tentamens. Dat zie ik de Nederlandse studenten niet snel doen, haha.’

Staat je volgende reis naar Afrika al gepland?

‘Als ik terugkeer, dan ga ik er eerst op vakantie. Mijn vrouw reist sowieso vaker naar Gambia. Maar straks in januari, één a twee weken naar de zon, dat zie ik nu al weer zitten. En wil ik weer een half jaar lesgeven, dan zal ik eerst moeten sparen.’