‘Na internet komt nu de data, daar moeten we klaar voor zijn’

| Rik Visschedijk

Peter Apers, decaan van de faculteit EWI, gaat na 33 jaar UT met emeritaat. Maar hij ziet nog volop kansen. 'We moeten en kunnen nog veel meer doen met sensing en big data', aldus Apers.

Photo by: RIKKERT HARINK

Apers zit midden in de overdracht van het decanaat aan zijn opvolger Joost Kok. Ze zien elkaar één of twee per week. Apers is gelukkig met de keuze. ‘Joost Kok is hoogleraar informatica en hoogleraar geneeskunde. Hij kan bij uitstek deze faculteit voortstuwen. In zijn vakgebied liggen er legio mogelijkheden in sensing en het verwerken van de big data die daaruit voort komen.’ Kok heeft daar ervaring mee in de sportwereld. Hij verricht metingen bij atleten. ‘Al die verzamelde data gebruikt hij om atleten de mogelijkheid te bieden tot betere prestaties te komen.’

Veranderende buitenwereld

De vertrekkend decaan denkt dat de komende vijf jaar maatschappelijke veranderingen op stapel staan die ook de wetenschap raken. ‘Is Apple dan nog een ICT-bedrijf of leggen ze zich geheel toe op health? Een iPhone verricht nu al talloze metingen en binnenkort krijgen patiënten een eerste diagnose via een app. We zitten in een nieuwe golf. Na het internet komt nu de data. Gezondheidszorg, bedrijven en kennisinstituten gaan allemaal aan het werk om met die gegevens nieuwe kennis te vergaren.’

Daar ligt volgens Apers een kans voor de UT. ‘De faculteiten EWI en TNW kunnen data vergaren’, legt hij uit. ‘De faculteiten BMS, ITC en ET kunnen vervolgens de verzamelde informatie interpreteren. Daarnaast kan de UT ontwikkelingen in de gezondheidszorg en in het bedrijfsleven initiëren. Daar zitten ze te wachten op slimme toepassingen om producten en diensten effectiever en efficiënter te maken.’

‘De UT moet investeren in data science’

Al die kennis is binnen de UT aanwezig, benadrukt Apers. Het is volgens hem een kwestie van knowhow samenbrengen en investeren. ‘Kijk, de laatste tijd zijn we misschien iets te veel met onszelf bezig geweest. Hoe gaan we ons onderzoek inrichten, welke rol krijgen de instituten? Dat is nu achter de rug. We moeten nu de stap naar buiten zetten. Op het gebied data science is mijn opvolger daar de aangewezen persoon voor. Ik verwacht ook dat de UT meer gaat investeren in dit vakgebied. We kunnen het ons niet veroorloven om nu al een achterstand op te lopen.’

Van wetenschap naar bestuur

De koers van zijn faculteit, de rol die wetenschap in de samenleving speelt; Apers voelt zich betrokken bij de wetenschappelijk-bestuurlijke kant van de UT. Hij maakte daarom de overstap van de wetenschap naar het bestuur. Een stap die meer onderzoekers maken, maar niet per sé logisch. ‘Ik ben in 1985 aangesteld als hoogleraar en was al in de jaren ’90 twee keer decaan’, zegt hij. ‘Ik hield me wetenschappelijk bezig met databasesystemen. Met mijn groep bouwden we het vakgebied uit. Focus was het uitbreiden van de functionaliteit van databasesystemen. We maakten het voor de gebruikers makkelijker om die uitbreiding efficiënt door te voeren.’

Rond de eeuwwisseling maakte hij definitief de overstap naar het bestuurlijke. De toenmalige collegevoorzitter en rector Frans van Vught vroeg hem om lid te worden van het college van bestuur. Dat bestond destijds uit vijf mensen. Apers hield zich bezig op de onderzoekkant en zette zijn jarenlange ervaring met de organisatie van onderzoek in. ‘In die tijd zetten we de onderzoeksinstituten neer. Dat betekende veel praten met de decanen en wetenschappelijk directeuren. De keuze voor de onderzoeksinstituten heeft zich uitbetaald. In de periode van de FES-gelden, oftewel de aardgasbaten, deed de UT het uitstekend in het binnenhalen van onderzoeksprojecten.’

Organisatiegraad vergroten

De lijst met bestuurlijke functies op zijn cv is lang. Zo werd hij in 2002 wetenschappelijk directeur van UT-instituut CTIT, was hij voorzitter van de technologiestichting STW en is hij actief in 3TU-verband en EIT Digital op Europees niveau. Het kenmerkende van zijn bestuursstijl? ‘Ik probeer altijd de organisatiegraad van mijn vakgebied te vergroten. Als je grote onderzoeksthema’s vaststelt en expertises bij elkaar brengt, dan kun je een vuist maken. Maak je eigen belang onderdeel van een groter belang, dat biedt de meeste kans op succes.’

‘In discussie ligt de essentie van de universiteit’

Al leverde dat in het verleden wel eens discussie op, bijvoorbeeld tussen een decaan van een faculteit en een wetenschappelijk directeur van een instituut. ‘Ik ben beide geweest en kan uit ervaring zeggen: juist in die discussies ligt de essentie van de universiteit. De decaan wil investeren in een nieuwe onderwijslijn, de wetenschappelijk directeur ziet andere mogelijkheden. Uiteindelijk gaat het om investeringen in de wetenschap en daarover wissel je argumenten uit.’

De UT is net klaar met het uitzetten van de nieuwe onderzoeksgebieden. Wetenschappers moeten de blik naar buiten richten en de wetenschappelijk directeuren het multidisciplinaire onderzoek stimuleren. Een goede keuze, vindt Apers. ‘Met het wegvallen van de FES-gelden zijn we onevenredig hard getroffen, veel meer dan andere universiteiten. De instituten kunnen samen met de principal investigators de strategische samenwerking opzoeken met partijen buiten de UT.’

Maar die uitdaging is voor zijn opvolger. Voor Apers liggen er genoeg mooie klussen, bijvoorbeeld als lid van de adviescommissie van het Einstein Institute in Berlijn. ‘En wellicht zijn er mogelijkheden om in deeltijd verbonden te blijven aan de UT.’

Fotografie

Ook heeft hij straks meer tijd voor een andere bezigheid. Aan de muur in de kamer van Apers hangen twee opvallende landschapsfoto’s, keurig ingelijst. ‘Gemaakt in Peru, waar mijn vrouw vandaan komt’, zegt hij. ‘Fotografie is een passie, waar ik straks wat meer tijd voor heb.’ Het is meer dan een hobby. Met zijn Nikon D800 runt hij een ‘winkeltje’. ‘Geslaagde foto’s plaats ik op een microstockfoto-site. Van de week verkocht ik nog een grote afdruk op aluminium aan een bedrijf.’

Als fervent fotograaf heeft Apers vast wel een idee waar we zijn portretfoto moeten maken. Hij twijfelt niet: het DesignLab. ‘Dat vind ik een inspirerende plek’, zegt hij. ‘Daar zie ik een belangrijke kracht van de UT, namelijk ondernemerschap en de vertaling van wetenschap naar de samenleving. De nieuwe vorm van ondernemendheid spreekt me aan. Onderzoekers werken er samen met ondernemers, maken meteen een prototype zodat je ziet hoe een innovatie ingezet kan worden.

‘Die vorm van ondernemerschap zou ik ook meer in onze opleidingen willen zien. Ik denk dat het onderscheidend is voor de UT. In deze combinatie van ondernemendheid, multidisciplinair werken en nauwe banden met bedrijfsleven liggen de kansen. Zowel op het gebied van onderzoek als onderwijs.’