‘Coronapandemie benadrukt belang goede wetenschapsjournalistiek’

| Jelle Posthuma

Anne Dijkstra, assistant professor Science Communication aan de UT, doet binnen het Europese project ENJOI onderzoek naar wetenschapsjournalistiek. Samen met burgers, journalisten en onderzoekers wil ze een manifest opstellen voor goede wetenschapscommunicatie- en journalistiek. ‘Maar ik vertel journalisten niet wat ze moeten doen.’

Photo by: Gijs van Ouwerkerk
Foto ter illustratie - Het NanoLab op de UT

Wat is ENJOI precies?

Dijkstra: ‘Het staat voor Engagement and Journalism for Outstanding Open Science Communication. Het is een Horizon 2020 project, gefinancierd door de Europese Commissie. Kortgezegd willen we met het project, waaraan zes Europese partners deelnemen, standaarden en criteria ontwerpen voor goede wetenschapscommunicatie en wetenschapsjournalistiek. We richten ons binnen het project op de relatie tussen de wetenschap en de journalistiek in de regio Zuid-Europa, omdat dit gebied tot nu toe onderbelicht is bijvoorbeeld ten aanzien van West-Europa. Zelf verzorg ik de evaluatie van ENJOI en mijn promovenda Anouk de Jong werkt aan een analyse van de relatie tussen wetenschap en media.’

Waarom dit project? 

‘Een belangrijke directe aanleiding is de coronapandemie. Bij onderwerpen als Covid of het klimaat worden wetenschappers veelvoudig gevraagd om hun expertise. Deze rol is belangrijk, want wetenschappers kunnen niet in hun ivoren toren blijven zitten en moeten zich in het publieke domein begeven. Maar het gaat lang niet altijd goed, wat kan leiden tot alarmisme, polarisatie en zelfs misinformatie. Zo ontstond er bij het publiek soms verwarring over de rol van onderzoekers tijdens de coronacrisis. Wetenschappers geven advies, maar de beslissingen worden uiteindelijk genomen door de politiek. Hoe kunnen we daar standaarden voor ontwerpen, zodat dit onderscheid duidelijker is voor het grote publiek? Ook het medialandschap verandert sterk. Waar vroeger uitsluitend journalisten als een soort intermediair fungeerden, zijn er tegenwoordig verschillende (sociale) media die informatie over studies verspreiden. Binnen ons project willen we onderzoeken hoe dit precies werkt.’

Hoe gaan jullie het onderzoek aanpakken?

‘We organiseren om te beginnen een serie workshops en labs, waarbij burgers, journalisten, communicatiemedewerkers en onderzoekers in gesprek gaan over standaarden voor goede wetenschapscommunicatie- en journalistiek. De resultaten worden samengevat in een manifest, een soort handleiding voor wetenschapsjournalisten en onderzoekers. Verder gaan we aan de hand van een observatorium mensen trainen en hulpmiddelen aanreiken.’  

Zijn er al eerste lessen?  

‘Het project loopt tot en met 2023, en we beginnen nu net met de workshops, maar ik kan alvast een paar voorzetten geven. Voor wetenschappers is een les dat een communicatiebericht of een interview met een journalist meer is dan alleen een pr-moment voor het eigen onderzoek. Het gaat niet om het zenden van informatie, maar om de dialoog met de maatschappij. Ook solution journalism vind ik een interessante ontwikkeling. De journalist als volledig onafhankelijke waakhond staat steeds vaker ter discussie. Misschien kan een journalist meer doen dan alleen signaleren, maar bijvoorbeeld ook meedenken over oplossingen. Een ander mogelijk onderwerp is de zogenaamde false balance in de journalistiek. Inmiddels blijkt bijvoorbeeld uit 99 procent van de klimaatstudies dat de mens klimaatverandering veroorzaakt. Door hoor en wederhoor gaan journalisten vaak op zoek naar het tegengeluid, die ene procent dus. Dat staat niet in verhouding tot elkaar. Ook schuiven wetenschappers met tientallen jaren expertise op een bepaald vakgebied aan bij talkshows. In de uitzending verzorgt een andere gast, zonder noemenswaardige kennis, het tegengeluid. Dit is ook een vorm van false balance. Over deze en andere ontwikkelingen gaan we in gesprek tijdens de workshops. Ik zeg met nadruk in gesprek, want ik denk niet dat journalisten het waarderen als ik ze vertel wat ze moeten doen.’