Mijn zoon Victor en ik kijken naar Rocky. Dat is natuurlijk opvoeding. Er zijn dingen die je als vader geacht wordt aan je zoon door te geven: normen en waarden, tafelmanieren, enig financieel inzicht. En blijkbaar vind ik dat daar ook een serie films uit de jaren zeventig en tachtig bij hoort, waarin Sylvester Stallone regelmatig in zijn gezicht wordt geslagen.
Victor vindt het gelukkig prachtig. Ik ook. Nog steeds.
Rocky Balboa is een southpaw. Een linkshandige bokser. Net als ik. Voor een orthodoxe, rechtshandige boxer is een southpaw vervelend. Alles komt van de verkeerde kant. Je voeten staan anders tegenover elkaar. Hoeken veranderen. Automatismen werken ineens niet meer.
Southpaws hebben daardoor een reputatie. Ze zijn lastig. Misschien spreek Rocky me daarom aan. Niet omdat hij de beste bokser is. Dat is hij meestal niet. Niet omdat hij bijzonder welbespraakt is. Dat probleem lost Stallone overtuigend voor ons op. En zelfs niet omdat hij altijd wint.
Rocky is een buitenbeentje. Hij hoort niet helemaal in de wereld waar hij in terecht komt. Hij beweegt anders, praat anders en denkt anders. Hij krijgt klappen. Veel klappen. Maar hij blijft staan. (Een bekende Rocky quote: ‘It’s not about how hard you hit, it’s about how hard you can get hit and keep moving forward’).
Dat klinkt verdacht veel als een academische carrière. Een universiteit zegt graag dat zij diversiteit van ideeën waardeert. Wetenschap bestaat immers bij de gratie van twijfel en tegenspraak. We organiseren peer review, opposities bij promoties, discussies op congressen en commissies waarin verstandige mensen geacht worden het met elkaar oneens te zijn.
En toch houden we verassend veel van consensus. We prijzen originaliteit, maar beoordelen onderzoekers op hun aansluiting bij bestaande onderzoeksprogramma’s. We vragen om baanbrekende ideeën, maar willen in een subsidieaanvraag wel graag vooraf weten wat eruit zal komen. We moedigen jonge wetenschappers aan om onafhankelijk te denken, zolang hun ideeën maar passen binnen de strategische prioriteiten.
Dat is een merkwaardige manier om het onverwachte te organiseren. Begrijp me goed: samenwerking, continuïteit en gezamenlijke ambities zijn noodzakelijk. Maar wanneer iedereen dezelfde richting op kijkt, wordt het steeds moeilijker om te zien wat zich achter ons afspeelt.
Totdat er iemand verkeerd om gaat staan. Waarom doen we dit eigenlijk zo? Weten we dit werkelijk? Wat gebeurt er als we precies het tegenovergestelde proberen?
Daar staat de academische southpaw. Niet noodzakelijk met gelijk. Dat is belangrijk. Dwarsliggen is geen intellectuele prestatie. Een afwijkende mening wordt niet beter doordat zij afwijkend is. Ook een linkshandige moet leren boksen. Misschien is dat zelfs het moeilijkste deel.
Tegenspraak vraagt vakmanschap. Je moet de literatuur kennen voordat je haar ter discussie stelt. Je moet begrijpen waarom een methode werkt voordat je een andere voorstelt. En wie tegen een gevestigde opvatting ingaat, moet er rekening mee houden dat er een paar stevige stoten terugkomen.
Dat heet geen onderdrukking. Dat heet wetenschap.
Maar er is een verschil tussen een idee kritisch toetsen en het bij voorbaat afwijzen omdat het niet in het bestaande plaatje past. Een universiteit die alleen ruimte biedt aan afwijkende ideeën nadat ze hun gelijk hebben bewezen, loopt het risico dat die ideeën nooit ontstaan.
Terwijl Victor en ik naar Rocky kijken, realiseer ik me dat dit misschien een van de dingen is die ik hem wil meegeven. Niet dat hij ieder gevecht moet aangaan. Niet dat hij altijd gelijk moet willen hebben. En al helemaal niet dat hij zich door Sylvester Stallone moet laten adviseren over defensief voetenwerk. Wel dat hij niet onmiddellijk van houding hoeft te veranderen wanneer hij ontdekt dat bijna iedereen tegenover hem anders staat.
Kijk goed. Denk na. Train. Luister naar de ander. En als je daarna nog steeds overtuigd bent: blijf staan! Misschien geldt dat voor een dertienjarige die zijn eigen plek in de wereld zoekt. Misschien geldt het ook voor een wetenschapper. Een universiteit heeft mensen nodig die samenwerken, luisteren en compromissen sluiten.