Afgelopen zaterdag was het eigenlijk Veteranendag, maar die werd wegens code rood helaas afgelast. Het is een dag waarop Nederland normaliter stilstaat bij mensen die zich hebben ingezet voor de veiligheid van anderen. Misschien zijn we in Nederland wat terughoudender geworden in het tonen van waardering daarvoor. Alsof iedere vorm van trots op publieke dienstbaarheid direct verdacht zou zijn.
Toch moest ik de afgelopen weken regelmatig denken aan een versleten legerpukkel op de zolder van een oom.
Voor een jongen van tien had die canvasrugtas iets mysterieus voor mij. Net als de oude baretten, emblemen en plastic soldaatjes die daarbij hoorden. Zoals bij veel jongens begon mijn belangstelling voor het militaire niet met geopolitiek of strategie, maar met avontuur.
Later verandert zo'n fascinatie natuurlijk. De romantiek verdwijnt zodra je beter begrijpt wat oorlog werkelijk betekent. Maar iets anders bleef mij interesseren: de manier waarop militaire organisaties omgaan met onzekerheid, verantwoordelijkheid en samenwerking.
Ik werd uiteindelijk geen militair, maar professor. Toch besloot ik enkele jaren geleden reservist te worden. Niet uit fascinatie voor militaire macht, maar omdat ik iets wilde doen buiten de veilige grenzen van mijn eigen academische wereld.
Universiteiten kunnen soms gesloten ecosystemen worden. We schrijven papers, geven colleges en discussiëren over maatschappelijke impact, maar veel van dat werk blijft comfortabel abstract. Ik merkte dat ik behoefte kreeg aan een omgeving waarin verantwoordelijkheid directer voelbaar is.
Wat mij misschien nog het meest verraste, was hoe leerzaam het is om opnieuw leerling te worden. Niet de professor die uitlegt, maar degene die instructies krijgt. Niet degene met de antwoorden, maar degene die fouten maakt en daarvan leert.
Gaandeweg ontdekte ik ook dat de afstand tussen mijn academische werk en Defensie kleiner is dan je zou denken. Een leger draait niet alleen op strategie, maar ook op water, energie, logistiek, materialen en infrastructuur. Veel moderne veiligheidsvraagstukken blijken uiteindelijk systeemvraagstukken te zijn.
Maar misschien is het belangrijkste wat ik leerde wel iets anders.
Een samenleving functioneert alleen wanneer voldoende mensen bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor iets dat groter is dan henzelf. Sommigen doen dat in de zorg. Anderen bij de brandweer, scouting, het onderwijs of als vrijwilliger. Militairen en reservisten doen dat op hun eigen manier.
Misschien hoeven we in Nederland niet uitbundig patriottisch te worden. Maar een rustige vorm van respect voor mensen die verantwoordelijkheid dragen voor de veiligheid van anderen lijkt mij geen slechte eigenschap voor een samenleving.
Juist in een tijd waarin geopolitieke spanningen toenemen en technologie steeds sterker verweven raakt met veiligheid, voelt dat besef opnieuw relevant.
En misschien begon dat inzicht, heel lang geleden, bij een paar plastic soldaatjes, een oude baret en een versleten legerpukkel op de zolder van een oom.