Afgelopen donderdag bezocht een flinke groep 5vwo-leerlingen de UT voor een masterclass. Deze leerlingen bedachten in samenwerking met de gemeente Enschede oplossingen voor een duurzame hittebestendige stad. Enthousiaste leerlingen, veel creativiteit, pogingen tot ontwerpen, modelleren en calculeren.
Diezelfde middag viel het UT-instellingsplan in de brievenbus. De afgelopen jaren is bij diverse gelegenheden gevraagd om beleidsmatig ook aandacht te schenken aan voortgezet onderwijs (VO)-scholen, leerlingen en hun VO-docenten met het oog op de kwaliteit van de UT-instroom. Dus ik was reuzebenieuwd wat de UT op dit vlak ervan bakte. Conclusie: het UT-instellingsplan is wat betreft onze belangrijkste toeleverancier geen weerspiegeling van wat de UT nodig heeft, wat de UT aan koers uitzette en wat de UT in de volle breedte hierop uitvoert. Terwijl de collega’s in de Spiegel (bestuur en beleidsmedewerkers) benadrukken dat de UT-betrokkenheid bij en door het VO relevant is, doet de UT zichzelf en de VO-sector in dit instellingsplan enorm tekort door hierop niet te reflecteren op de verdiende strategische aandacht.
Talentvolle studenten
Het voortgezet onderwijs (VO) is onze belangrijkste toeleverancier van nieuwe generaties talentvolle studenten. In het UT-instellingsplan komt de term ‘voortgezet onderwijs’ echter slechts één keer voor: in een bijzin over strategische samenwerkingspartners als de VU, de universiteit van Münster, 4TU en het consortium ECIU. Hoe zou een VO-docent, een schooldecaan, een schooldirecteur, een schoolbestuurder ons instellingsplan lezen en ervaren? Dat we de VO-scholen en onszelf tekortdoen geef ik in de volgende observaties mee.
De UT heeft regelmatig bestuurlijk overleg met VO-scholen uit de regio over samenwerking op gebied van onderzoek, opleiden en professionaliseren van VO-docenten en aansluitingstrajecten vwo-UT. De Carmel-scholengroep (50 locaties, 34.000 leerlingen) investeerde de afgelopen jaren ruim 3 miljoen euro in wetenschappelijk onderzoek bij de vakgroep ELAN (o.a. promoties, postdocs op onderwijskundig en vakdidactisch gebied). Alle VO-scholen in onze regio hebben leraren die voor leerlingen dagelijks bezig zijn met het organiseren van activiteiten met en door de UT; de UT biedt met inzet van studentassistenten bij profielwerkstukken (PWS) een aangetoonde meerwaarde voor de leerlingen bij schoolsucces en studiekeuzes.
Strategische aandacht
Een tweede voorbeeld is dat UT-opleidingen, UT-experts, maar ook faculteitsbesturen zich samen met Marketing & Communicatie druk maken over de relatie met VO-scholen. Er zijn UT-breed veel initiatieven te vinden waarbij UT-experts naar VO-scholen gaan, beschikbaar zijn voor lezingen en activiteiten. M&C heeft een heel plan in elkaar gezet voor scholenbezoeken. De UT investeert stevig in Pre-U en ELAN; de Pre-U en ELAN-programma’s worden goed bezocht en gewaardeerd door veel VO-leerlingen en hun docenten. Kortom, er is heel veel ‘VO-reuring’ op de UT en dat verdient ook strategische aandacht in de UT-beleidsplannen voor de komende jaren.
Een derde voorbeeld is dat de UT samen met de Delft, Eindhoven en Wageningen ook goed en langlopend investeert in 4TU.Schools, met als doel ingenieursvaardigheden in het funderend onderwijs te versterken en zo voor vwo-leerlingen met versterkte kennis, vaardigheden en houdingen positieve keuzes voor de bèta-techniek te stimuleren. Dit zijn majeure investeringen met een lang termijnperspectief.
Nationale Groeifonds
Een vierde voorbeeld: Het Nationale Groeifonds steekt 360 miljoen euro in het onderwijsprogramma Techkwadraat met als doel het versterken van bèta-technisch onderwijs, zowel kwalitatief als kwantitatief. Dit landelijke programma is nauw gelieerd aan ‘Beethoven’, het grote landelijke investeringsprogramma in de chiptechnologie. Bij zowel de landelijke als de regionale uitvoering is de UT sterk betrokken. Juist bij de grote UT-Impactthema’s is het van belang dat we nadenken en beschrijven hoe deze thema’s te verbinden zijn aan leren en onderwijs bij getalenteerde jonge mensen.
![]()
Als vijfde voorbeeld is opvallend en illustratief dat in het UT-instellingsplan bij het kopje Twente Board wordt genoemd dat ‘we zetten samen met regionale samenwerkingspartners in op behoud van internationaal talent voor de regio’; er wordt ingezoomd op het werven van internationaal talent (student, promovendi, staf). Dit is wel een heel selectieve beleidsaandacht. Want dit programma gaat naast het behoud van talent juist heel sterk over het ontwikkelen van talent en voor Twenteboard een majeur onderdeel zeker qua financiële middelen. De opdracht ligt bij de VO-scholen die samen met UT en Saxion al volop in uitvoering zijn. Het is daarmee geen ‘Spiegel-dossier’, maar wel al werk-in-uitvoering voor de UT dat ook voor de UT van strategisch belang is.
Lerarentekort
Een kort zesde voorbeeld: Bij de UT-agenda voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO) is het professionaliseren van VO-docenten is UT-intern door decanen en werkgroep meermaals als een goed voorbeeld en showcase genoemd.
Als laatste voorbeeld verwijs ik graag naar het nationale lerarentekort als een van de grootste maatschappelijke uitdagingen. In het oosten van Nederland valt het nu nog mee, maar de komende jaren met de te voorziene uitstroom van gepensioneerde leraren speelt dit zeker als issue bij ‘onze’ VO-scholen. De UT-lerarenopleiding is een levendige opleiding en een relatief grote en belangrijke speler. Als de UT geen eerstegraads docenten natuurkunde opleidt, wat betekent dat dan voor de instroomkwaliteit bij werktuigbouwkunde? Met VO-scholen is de UT hier volop mee bezig op alle organisatieniveaus en activiteiten. Ook dit is maken van impact en verdient veel meer aandacht in het lange termijn beleidsdenken van de UT.
Studenteninstroom
De UT met een begroting van 500 miljoen euro is voor de bekostiging ook deels afhankelijk van de studenteninstroom vanuit het VO. Elk groot bedrijf of instelling van deze omvang kan zich niet permitteren om in een strategisch instellingsplan de belangrijkste toeleverancier van grondstoffen of informatie niet te eren of op een voetstuk te plaatsen. In ons geval zijn VO-scholen by far de belangrijkste leverancier van verder te ontwikkelen talent.
Mijn conclusie: het huidige UT-instellingsplan is vooral een weerspiegeling van beleidsproblemen die in de Spiegel op de bordjes liggen. Tegelijkertijd zijn de bestuurders en beleidsmedewerkers van goede wil maar wel ontzettend druk. Het lukt ons met elkaar op een of andere manier niet om de ‘boven de stof te hangen’ en eens uit te zoomen waarmee relevante verbindingen beter zichtbaar te maken. Alle genoemde voorbeelden geven aan dat er veel werk wordt verzet door VO-scholen en UT met een relevant langetermijnperspectief. Toch is de UT niet in staat om strategisch te beschrijven dat studiesucces op de UT begint met goed onderwijs in het VO. De UT kan bijdragen aan de kwaliteit van het VO. Daar heb je goede docenten, goede professionalisering, vakontwikkeling en aansluitingstrajecten voor nodig. En dat begint wel met een visie.