Vrijheidsbijdrage

| Mark Oude Alink

Mark Oude Alink studeerde en promoveerde aan de UT en is nu universitair hoofddocent Integrated Circuit Design aan de faculteit EEMCS. Hij schrijft maandelijks een column over zijn belevenissen als UT-wetenschapper, het reilen en zeilen van de universiteit en alles wat daarmee te maken heeft.

Photo by: RIKKERT HARINK WWW.RIKKERTHARINK.NL

Wat is het volgende woord in de rij: anderhalvemetersamenleving, prikspijt, klimaatklever, graaiflatie, polarisatie, hallucineren, ...?

Het zijn allemaal Van Dale Woorden van het Jaar. Ik weet het antwoord voor 2026 ook niet, maar ik doe alvast een gok: vrijheidsbijdrage. Toen ik dit woord voor het eerst hoorde, moest ik meteen aan Marlon Brando en Al Pacino denken. De nieuwe coalitie van Don Jetten wil dit gebruiken om aan de 3,5% NAVO-norm te voldoen. Niet dat we ons eerder veel van die norm aantrokken, maar we zijn nu toch terecht overstag om niet langer te blijven parasiteren op Amerikaanse uitgaven, en daar hebben we grotendeels Don(ald) Trump voor te danken.

Nu was Trumps aandringen natuurlijk niet zonder eigenbelang; handenwrijvend zag hij in gedachten al de Europese miljarden bij de Lockheed Martin's, Northrop Grumman's, Raytheon's en Boeing's binnenstromen. Europa heeft echter ook een niet te onderschatten defensie-industrie, met onder andere Thales, Damen, Rheinmetall, Airbus, Leonardo SpA en Saab. Het lijkt verstandig voor de EU om militair gezien autonoom te worden: wat pas gebeurde met de Microsoft-mailbox van ICC-rechters zou in theorie ook kunnen gebeuren met de software van de F35 of de Patriot-raketten. De Europese leiders lijken zich dat gelukkig te beseffen. Ook daar kunnen we Trump voor bedanken.

De Europese bedrijven hebben echter onvoldoende capaciteit om op korte termijn al die miljarden om te zetten in militair materieel. Voor Nederland speelt nog mee dat het militaire zwaartepunt van de EU buiten onze eigen landsgrenzen ligt. Wij zijn echter heel goed in complementaire hightech oplossingen. Mede daarom is de intentie om een (flink) deel van de vrijheidsbijdrage te investeren in R&D.

Sommige instellingen, zoals de Rijksuniversiteit Groningen, kijken argwanend tegen onderzoekssubsidiëring door het Ministerie van Defensie aan. De UT houdt zich op dat punt rustig, wat in mijn ogen geheel terecht is. Laten we niet naïef zijn: vrijwel al het onderzoek dat we doen, ook al is het expliciet civiel, heeft toepassingen op militair gebied (waarmee het dual-use wordt). Denk hierbij aan chiptechnologie, cryptografie, en materiaalkunde, maar bijvoorbeeld ook geschiedenis, logistiek en psychologie. Het voorstel om de defensie R&D-gelden vooral te spenderen aan dual-use toepassingen waar de Nederlandse hightech sector al in uitblinkt, is dan ook een hele verstandige. Afgezien van het ministerie waar het geld vandaan komt zal er weinig veranderen.

Ethische bezwaren om zulk onderzoek te doen kunnen weggewuifd worden. Op het kleuterplein, dat het wereldtoneel tegenwoordig lijkt te zijn, geldt het recht van de sterkste. Als je niet iemand op zijn bek kan slaan, delf je zelf het onderspit; als je dat wel kunt, word je niet snel lastiggevallen. Het aannemen van deze R&D-gelden is misschien dus juist wel de meest vredelievende oplossing. Daarbij snakt de UT naar meer financiering, ondanks de recente meevallers. De nieuwe Don doet ons dus een aanbod dat we niet kunnen weigeren.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.