Reviewers

| Femke Nijboer

Soms, als ik in absurde situaties zit, lijk ik boven mezelf te zweven. Een olifant die in de kamer staat en niemand praat erover? Zweven. Een te lange vergadering waarin niemand durft te zeggen dat ze de draad allang kwijt zijn? Zweven. Van bovenaf zie ik mezelf normaal doen en verstandige dingen zeggen, terwijl er allerlei andere verhaallijnen ontstaan in mijn hoofd. De voice-over begint, popcorn staat op tafel.

Photo by: AJF

Zo ook afgelopen week tijdens de tweedaagse online review meeting. Het ging over een wetenschappelijk project waarin de UT een van de vele partners is. De gedachte dat ik samen met 70 collega’s 16 uur lang naar een schermpje zou staren, deed mij al zenuwachtig giechelen. David Attenborough nam het woord in mijn hoofd:

De zon komt op over Enschede. De novemberzon geeft de Sint-Jozefkerk aan de Oldenzaalsestraat een schitterende kleur. De eerste mensen zijn al op pad. Ze verlaten hun nesten en bewegen zich op wonderlijke manieren door hun leefgebied. De mensen hebben auto’s, scooters en bakfietsen uitgevonden. Het leefgebied van deze Twentse mensen is een stad, maar er zijn ook mensen die in dorpen wonen. Of op pakjesboot 12. Mensen bestaan in allerlei kleuren en maten en ze hebben verschillende taken. In een eenvoudig arbeidershuisje in de buurt van de Sint-Jozefkerk maakt een zogenaamde ‘wetenschapper’ zich op voor een nieuwe dag. Het is Femke, een 41-jarig vrouwtje, dat al bijna 16 jaar werkt als wetenschapper. Femke heeft twee jongen en leeft alleen met hen in haar nest. Ze is in de bloei van haar leven en heeft zojuist tenure gekregen. Een mijlpaal in het leven van een wetenschapper. Het houdt in dat de clan haar nu beschouwt als een vast lid van de groep.

Wetenschappers zijn een subsoort van de mensheid. Het zijn zeldzame wezens. Van elke drieduizend dertigplussers in Nederland is er één gepromoveerd (24/11/2020, Ad Valvas). Femke is er zo één. We moeten haar niet laten schrikken en filmen van grote afstand. Wetenschappers zijn vriendelijk, maar bij confrontatie schudden ze met hun hoofd en verdwijnen ze in hun nesten. Wetenschappers woonden vóór de pandemie in groepen in gebouwen. Een campus genaamd.

Vandaag is een bijzondere dag voor Femke. Ze maakt zich op voor de jaarlijkse bijeenkomst met soortgenoten. Een vreemd ritueel. De groep werkte maanden op afstand met elkaar samen en laat zich vandaag bekijken door een ander soort subsoort: reviewers. Waarom ze dit doen, is onbekend. Het is niet in het belang van het voortleven van hun soort. Reviewers kunnen genadeloos zijn en de werkzaamheden van de groep wetenschappers afbreken. Dit zou voor onze bloedmooie hoofdrolspeelster betekenen dat ze een paar beginnende wetenschappers onder haar vleugels niet meer van voedsel kan voorzien.

Normaliter vinden review-bijeenkomsten plaats in een speciale plek in Europa: Brussel. Een grote groep wetenschappers trekt naar België om daar twee dagen in een bedompte, warme zaal te zitten en te paraderen voor de reviewers. Hoe de wetenschappers de weg vinden weet niemand. Ze kunnen vaak zelfs hun huissleutels niet terugvinden. Freek Vonk, een bekende bioloog, opperde dat wetenschappers misschien gebruikmaken van echolocatie. Midas Dekkers denkt dat ze met een verfijnd reukorgaan subsidies op honderden kilometers afstand kunnen ruiken.

Normaalgesproken zou Femke zich voor deze bijeenkomst hebben uitgedost in een mooi pak. Misschien zou ze de hoop hebben gehad een partner te vinden om mee te paren. Hoewel algemeen bekend is dat wetenschappers weinig paren en pas op latere leeftijd jongen werpen. Nu in coronatijd wordt er sowieso weinig gebaltst en ook Femke zit vandaag in spijkerbroek en badslippers achter een scherm waarop zij haar collega’s kan zien en horen.

De digitale bijeenkomst begint. Iemand zegt de obligate zin: ‘Can you hear me? Can you hear me now?’. Drie reviewers stellen zich voor aan de meer dan zeventig wetenschappers. Het zijn – zoals gebruikelijk in de wetenschap – mannen. Dit fenomeen noemen we in de sociologie ook wel een ‘manel’. De reviewers maken een vriendelijke indruk, maar de wetenschappers zijn op hun hoede. Ze muten hun microfoon en laten de webcam uit – bang om gespot te worden. Dan neemt hun Italiaanse leider dapper het woord: ‘Letta me share my screen. Can youa see my screen?’. ‘Yes, we can’, bevestigen de reviewers en de leider begint het project en de agenda uit te leggen. De uitleg van de agenda is een hoogtepunt voor wetenschappers. Ze besteden er direct een half uur aan, waardoor de vergadering met dertig minuten vertraging doorgaat. Gedurende de uren daarop komen een voor een mensen hoog in de rangorde aan het woord. Ze gebruiken zogenaamde powerpointslides met oranje rechthoeken en pijlen erop om te bewijzen dat ze voortgang hebben gemaakt. Eén wetenschapper laat een plaatje zien van rummikubletters die het woord ‘challenges’ spellen. Een ander maakt zich extra groot en gebruikt de woorden ‘technology readiness level’.

(Ik zweef inmiddels behoorlijk)

Dan is het Femke’s beurt. Ze staat relatief hoog in de rangorde, omdat ze de Nederlandse wetenschappers mag vertegenwoordigen. Ervaren als ze is, zet ze haar grootste troef in. Ze laat als eerste een plaatje zien van iemand uit ‘de doelgroep’. ‘These are our primary stakeholders, these are the people who will ultimately use our technology and services’. Vervolgens de genadeklap: ze laat een kort videootje zien met muziek. De reviewers veren op achter hun computer. Ook voor deze subsoort is het een vermoeiende dag. Na afloop van haar presentatie hoort Femke: ‘Very excellent’. Ze kan weer rustig ademhalen. Zweven of niet, ze heeft de confrontatie overleefd.