‘Voor minder dat tien kilometer kleed ik mij niet om’

| Rense Kuipers

We werken bijna iedere dag met ze samen, maar hoe goed kennen we de collega’s nu echt? U-Today is benieuwd naar de persoonlijke verhalen achter het ondersteunend- en beheerspersoneel en zet ze in deze rubriek ‘On the spot’. Aan het woord is Sander Smit (54), projectleider bij de dienst LISA.

Photo by: Frans Nikkels

Hoe lang werk je al op de UT?

‘Al ruim 26 jaar. Nee, vervelen doet het nog zeker niet, want dit is een heel dynamische omgeving met leuke mensen. Daarbij, ik heb in al die jaren altijd heel diverse functies gehad. Ik ben begonnen bij het Rekencentrum. Toen dat was afgebrand in 2002, ging ik naar CIV, zoals de ICT-dienst toen heette. Vervolgens werd het ITBE, ICTS en nu LISA. Ik ben van oudsher een echte techneut en heb altijd technische functies gehad, van database- tot netwerkbeheer, maar de afgelopen vijf jaar ben ik projectleider. Dat vereist trouwens wel een heel andere manier van aanpakken.’

Waarin zit ‘m vooral het verschil?

‘Een techneut redeneert in de basis alles vanuit de techniek, als projectleider denk je vooral vanuit de klant – de mensen op universiteit in dit geval. Techneuten zijn vaak zo ondeugend dat ze de techniek voorrang geven. Toegegeven, ik ben zelf af en toe ook nog weleens zo koppig. Maar als projectleider moet je vooral vanuit de gebruiker denken.’

Waar houd je je nu mee bezig?

‘De verfijning van ons telefonieplatform. Zo’n vijf jaar geleden gingen we op de UT over op digitaal bellen via Lync en later Skype for Business. Dat nadert nu zijn end-of-life, dus gaan we over op Microsoft Teams. Dat proces starten we nu op en dat is nog best wel een dingetje, omdat iedere UT-medewerker er wat van gaat merken. Voor ons is het zaak om een duidelijk plan te hebben, de financiële middelen rond te krijgen, te zorgen dat de techniek op orde is en vooral ook dat we ook gebruikers gaan betrekken. Vervolgens moeten we ook nog zorgen dat de communicatie en begeleiding naar mensen toe goed gaat lopen.’

Waar haal je energie uit?

‘Iets doen voor een ander. En dan vooral iets waar mensen blij van worden. Daarom zit ik bijvoorbeeld al jarenlang in de feestcommissie van LISA en werd ik afgelopen jaar lid van de activiteitencommissie van de UT-Kring, de personeelsvereniging. Ik probeer nu de sportieve uitjes en meer uitjes voor mannelijke medewerkers aan te zwengelen, bijvoorbeeld het karten afgelopen september. Daar houd ik van: dingen oppakken en ze tot een hoger niveau brengen.’

Wat voor student was je?

‘Dat is een best opmerkelijk verhaal. Ik begon op de tuinbouwschool, deed vervolgens energietechniek & elektronica op de MTS. Net toen ik dacht dat ik maar beter aan het werk zou kunnen gaan, kon ik doorstromen naar de HTS en heb ik computertechniek gestudeerd. Ik was iemand die het meer van de stof tijdens de colleges moest hebben dan van de boeken. Eigenlijk ging het me allemaal best makkelijk af, maar in het laatste jaar op de HTS moest ik er toch maar aan geloven. Vervolgens kwam ik te werken als softwareontwikkelaar bij Moekotte, in Enschede. Sinds 1993 werk ik voor de UT, dezelfde plek als waar mijn vader ooit werkte.’

Wat zijn je hobby’s?

‘Hardlopen en mountainbiken. Vooral dat eerste trouwens. Ik heb al vier marathons gelopen, al was de laatste een paar jaar geleden. Dit jaar liep ik nog wel een halve marathon. Het mooie van hardlopen is dat het altijd en overal kan. Even het hoofd leegmaken. Voor minder dan tien kilometer ga ik me trouwens niet omkleden.’

Ben je meer een lezer of een Netflixkijker?

‘Lezen is niet mijn ding, maar ik houd van goede films en series, vooral een goede thriller of oorlogsdocumentaire. Waar dat vandaan komt, weet ik niet. Misschien omdat ik als kind in Berlijn ben geweest. Het laatste wat ik zag was de serie Happy, die gaat over een man met een beestje in zijn hoofd. Nee, niet echt een thriller, maar wel een ontzettende aanrader.’

Je ideale vakantiebestemming?

‘Moeilijk te zeggen, want ik reis graag. Binnenkort gaan we met het hele gezin op wintersport, naar Ischgl. Heerlijk, lekker actief en vrij overdag en ’s avonds gezellig aan een lekker Weizbiertje. In de zomermaanden gaan we vaak met de camper op pad, bijvoorbeeld naar Zuid-Duitsland of Frankrijk.’

Wat stond er in het laatste appje dat je verstuurd hebt?

‘Dat was vanmorgen. Mijn dochter vroeg me: wat ben je aan het doen? Ik zei: “ik ben aan het werk”. Tja, wat had ze anders verwacht? Ach ja, ze is zeventien en wilde volgens mij gewoon iemand die met haar meeging de stad in, in onze woonplaats Oldenzaal.’

Staat er nog iets op je bucketlist?

‘Oh, genoeg. Ik wil nog een keer het noorderlicht zien, dat lijkt me heel gaaf. Maar de restanten van de Inca-beschaving trekken mij ook. Ik sta open voor alles wat uitdagend is, of met natuur of geschiedenis te maken heeft. Hoewel, uit een vliegtuig springen zou ik niet zo snel doen. Uitdaging en iets zien van de wereld heeft z’n grenzen, hè.’