‘Ik volg Albert Einsteins theorie voor een gelukkig leven’

| Jelle Posthuma

We werken bijna iedere dag met ze samen, maar hoe goed kennen we de collega’s nu echt? U-Today is benieuwd naar de persoonlijke verhalen achter het ondersteunend- en beheerspersoneel en zet ze in deze rubriek ‘On the spot’. Aan het woord is Jolanda Schelfer (44), servicedeskmedewerker in Carré.

Photo by: Frans Nikkels

Hoe lang ben je al werkzaam bij de UT?

‘Nog niet zo lang. Eén jaar en vier maanden. Daarvoor werkte ik als receptioniste bij een zorginstelling. Daar was ik op een gegeven moment helemaal klaar mee. Ik kreeg niet meer uren en had veel mensen met lichamelijke klachten aan de balie. Het was tijd voor een nieuwe baan. Op de UT werk ik 24 uur en dat is precies goed. Ook de mensen die aan de balie komen zijn veel dynamischer. Ik ben hier helemaal gelukkig.’

Hoe zou je de functie van servicedeskmedewerker omschrijven?

‘De meest easy omschrijving is dat ik werk als receptioniste. Bij het woord servicedesk denken sommigen aan iets op het gebied van ICT, terwijl het daar natuurlijk weinig mee te maken heeft. De werkzaamheden als receptioniste zijn heel divers. Dat maakt het ook zo leuk. Ik ben de eerste contactpersoon voor studenten, medewerkers en gasten. Carré is bovendien een heel centraal punt. Zo’n beetje iedereen komt langs onze desk. Bij de andere UT-gebouwen is dat heel anders. Ik denk dat ik in de Spiegel doodongelukkig zou worden.’

Verliefd, verloofd, getrouwd?

‘Gescheiden. Hoewel mijn huidige vriend Ramon en ik alweer elf jaar bij elkaar zijn. We hebben een samengesteld gezin met twee kinderen uit mijn vorige relatie: Mandy (17) en Nuno (15). Ons gezin is nu al jaren gesetteld in het altijd pittoreske Eibergen. In Eibergen zijn de kinderen opgegroeid, daar liggen de roots. Ik zou niet meer ergens anders heen willen. Het ligt in de Achterhoek, ja. Als ik naar werk rijd, moet ik iedere keer weer de grens over naar Twente. Zo voelt dat.’

Wat doe je graag ter ontspanning?

‘Ik sport drie keer in de week. Twee keer naar de sportschool en één keer zwemmen. Nee, niet op de campus. Dan kom ik met van die Alice Cooper-ogen uit het water, dat kan niet. Ik trek mijn baantjes in Groenlo. Gewoon rustig en recreatief – daar voel ik me lekker bij. Ik heb lang last gehad van een heupblessure. Nu ik wat meer sport, kan ik de gewichten steeds wat hoger zetten. Dat voelt goed. Ik maak mezelf steeds iets sterker.’

Nog andere hobby’s?

‘Nee, eigenlijk niet. Ik ben vooral moeder. Daar ben ik druk genoeg mee. De kinderen redden zich wel steeds beter zelf, trouwens. Toch heeft mijn autistische zoon wat meer begeleiding nodig. Pas in groep acht kwamen we erachter dat hij een vorm van autisme heeft. Toen vielen er een hoop dingen op z’n plaats. Hij is ontzettend slim, lost de moeilijkste rekensommen met het grootste gemak op, maar heeft moeite met de dagelijkse dingen. We moeten hem gewoon iets meer handvatten geven.’

Iets heel anders. Wat zijn jullie vakantieplannen?

‘We gaan naar Vakantiepark Het Stoetenslagh in Harderberg. Eigenlijk is het al jaren niet meer onze keuze – de keuze van Ramon en mij, bedoel ik. Maar de kinderen gaan er graag naartoe. Daarom hebben we gezegd: tot jullie achttiende gaan we mee. Toen Ramon in mijn leven kwam, had ik al twee kinderen. Er is nooit echt me-time geweest. Langzaamaan hebben we behoefte aan ons eigen ding. We doen wel dingen samen, hoor. Deze zomer gaan we naar het metalfestival Into the Grave in Leeuwarden – vroeger was ik een echte rockchick, en dat zit er nog steeds wel een beetje in. En laatst zijn Ramon en ik nog naar de musical The Lion King geweest. Bij de eerste muziektoon zat ik al jankend in mijn stoel.’

En het mooiste gezamenlijke uitje…

‘Toen Ramon veertig werd, heb ik hem een weekje Oostenrijk gegeven. Ik zag voor het eerst bergen en we hebben veel gewandeld in de natuur. Ontzettend gaaf. Ik ben helemaal verliefd geworden op het land. Het staat ook nog op onze bucketlist: parasailen boven de Alpen. Het lijkt me fantastisch. Als de kinderen achttien zijn, gaan wij naar Oostenrijk, dat staat vast.’

Welk boek ligt er op je nachtkastje?

‘Op mijn nachtkastje ligt geen boek. Ik lees eigenlijk alleen op de camping. Thuis heb ik er de rust niet voor. Ik ben een heel bezig bijtje. Voor mij is vakantie verplicht stilzitten, afkicken. Dan lees ik graag een thriller, zoals Het ronde huis, over een mysterieuze villa op de Veluwe waar de Nederlandse elite de raarste dingen uitspookte. Een ander spannend boek dat mij te binnen schiet is Vijftig tinten grijs. Die heb ik ook gelezen, wat denk jij. Maar dat is spannend op heel een andere manier…’

Ben je een hondenmens of kattenmens?

‘Een kattenmens! We hebben drie raskatten, twee Britse kortharen en één kruising van een Heilige Birmaan en een Siberische kat. Voor mij zijn katten heel belangrijk. Toen ik net gescheiden was, had ik vier poezen, die ik allemaal ben kwijtgeraakt. Mijn buurman hield duiven en had het niet zo op mijn katten. Ze zijn allemaal op mysterieuze wijze verdwenen. Sindsdien zoek ik altijd katten die binnenblijven, die een klein territorium hebben.’

Nog een dilemma dan. Ben je een wijn- of een bierdrinker?

‘Dan ga ik voor wijn. Het liefst rood, maar eigenlijk drink ik niet zoveel. Trouwens, bier gebruikte ik lange tijd op andere manier. Vroeger deed ik het in mijn haar – echt waar! Ik had altijd krullen. Gewoon een flesje bier in een plantenspuit gieten. De geur was iets minder. Onze badkamer rook hetzelfde als de kroeg. Nu doe ik dat niet meer, hoor.’

Waar heb je eigenlijk een hekel aan?

‘Aan poeha. Mensen die zichzelf beter vinden dan de rest of doen alsof ze heel wat zijn. Ik kom uit een eenvoudig gezin. We woonden met z’n negenen in één huis, plus opa en oma. Mijn ouders hadden het niet breed, maar waren alsnog tevreden. Ik leerde al vroeg om gelukkig te zijn met wat je hebt. In mijn keuken hangt Albert Einsteins theorie voor een gelukkig leven. Hij schreef: ‘’Een rustig en bescheiden leven brengt meer geluk dan het najagen van succes in combinatie met constante rusteloosheid.’’ Zo probeer ik te leven. Ik ben tevreden met mijn werk als receptioniste en bovendien: ik werk met een mbo-diploma op een universiteit. Daar ben ik best trots op.’