‘We sliepen in een tent naast de olifanten’

| Jelle Posthuma

We werken bijna iedere dag samen, maar hoe goed kennen we de collega’s nu echt? U-Today is benieuwd naar de persoonlijke verhalen achter het ondersteunend- en beheerspersoneel en zet ze in deze rubriek ‘On the spot’. Aan het woord is Joke Meijer (64), management-assistant van de vakgroep Water Management.

Photo by: RIKKERT HARINK

Hoe lang ben je al werkzaam aan de UT?

‘Sinds april 1998. Ik ben begonnen als secretaresse bij thermische werktuigbouwkunde. In 2002 ben ik overgestapt naar de vakgroep van Arjen Hoekstra. Ik noem mijzelf voor de buitenwereld management-assistant, want secretaresse klinkt zo afgezaagd en alles gaat tegenwoordig in het Engels.’

Wat houdt je baan in?

‘Noem mij een manusje-van-alles. Ik doe allerlei secretariële werkzaamheden, houd de website bij, regel workshops. Om maar een paar voorbeelden te noemen. Met mijn 64-jaar ben ik de oudste medewerker van onze afdeling. Ik voel me wel een beetje de moeder van onze vakgroep.’

Verliefd, verloofd, getrouwd?

‘Ik ben getrouwd en heb twee kinderen. De kers op de taart zijn mijn twee kleinzonen, Mees en Jip. Daar genieten mijn man en ik ontzettend van. We passen één dag in de week op. De kleinkinderen houden ons jong.’

Als je dit werk niet zou doen, waar was je dan beland?

‘Ik had graag een loopbaan in de verpleging gehad. De verpleging was mijn roeping. Ik zag mezelf al op de OK staan. Helaas heb ik nooit de opleiding kunnen volgen. Op mijn zestiende werd mijn moeder erg ziek en overleed ze. Ik moest thuis bijspringen, mijn school afmaken en ging aan het werk. Het spijt mij nog af en toe dat ik niet in de verpleging ben beland. Toch is het verzorgende altijd gebleven. Ook in mijn huidige werk. Op onze kamer staat het koffiezetapparaat. De meeste collega’s komen langs voor een kopje koffie en maken altijd een praatje.’

Wat is je favoriete reisbestemming?

‘Ik ben verliefd op Italië. De mensen, het eten en de natuur: dat spreekt mij enorm aan. Maar mijn mooiste ervaring was een reis naar Kenia, een paar jaar geleden. Ik werd met mijn man uitgenodigd door een PhD-studente van onze afdeling. Zij kwam zelf uit Kenia. We sliepen in een tent naast de olifanten en ik heb de Big Five gezien. Het was een geweldige ervaring.’

Welk boek heeft het meest impact op je gemaakt?

‘Dan blijven we bij Kenia. De blanke Masai van Corinne Hofmann heeft ontzettend veel indruk op mij gemaakt. Hofmann schrijft over haar grote liefde, Lketinga, een Samburu-krijger uit Kenia. Ze ziet hem staan op het vliegveld en denkt: dat is de mijne. Uiteindelijk blijkt het een onmogelijke liefde.’

Wat is het mooiste cadeau dat je ooit kreeg?

‘Die heb ik nu om mijn vinger. Toen ik vijftig werd, kreeg ik van mijn man een ring. Deze is gemaakt van het goudwerk van mijn moeder. Haar sieraden zijn omgesmolten tot een gouden ring. En mijn kinderen zijn natuurlijk het mooiste cadeau, maar dat is niet materieel.’

Ben je een hondenmens of een kattenmens?

‘Zonder twijfel een hondenmens. Onze hond heet Lulu, een kruising tussen een labrador en een Friese Stabij. Het is een geweldige hond, ontzettend lief en heel intelligent. Voor katten ben ik bang. Waarom weet ik niet. Als we bij kennissen zijn, komen ze altijd op mijn schoot zitten.’

Als je collegevoorzitter zou zijn voor één dag, wat zou je veranderen?

‘Dat vind ik een moeilijke vraag. Eigenlijk ben ik best tevreden. Hoewel, de salarissen van ons mogen best wat hoger. Wat dat betreft worden we ondergewaardeerd. Het UFO-profiel zou wel eens aangepast mogen worden.’

Waar heb je eigenlijk een hekel aan?

‘Mensen moeten mij niet beschuldigen van iets wat ik niet heb gedaan. Ik ben zelf heel eerlijk en recht door zee. Liever eerlijk dan een pleaser, is mijn principe.’

Ben je een wijn- of bierdrinker?

‘Ik ben niet zo’n alcoholische dame, maar een lekker wijntje op zijn tijd, daar kan ik wel van genieten. Vanuit Italië nemen we ook altijd een paar flessen mee. Of een witbiertje in de zomer, heerlijk.’

Tot slot, wat staat er nog op je bucketlist?

‘Als ik met pensioen ga, willen mijn man en ik met een camper door Scandinavië trekken. Maar het belangrijkste is natuurlijk gezond blijven. Ik kom uit een gezin van zes en we zijn nog maar met z’n tweeën over. Dat hakt er wel in. Daarom zeg ik: pluk de dag. Dat stel ik niet uit tot mijn pensioen. Ik werk 28-uur per week en geniet zoveel mogelijk.’