‘Sinds de lezing van the Iceman neem ik een koude douche’

| Rik Visschedijk

We werken bijna iedere dag samen, maar hoe goed kennen we de collega’s nu echt? U-Today is benieuwd naar de persoonlijke verhalen achter het ondersteunend- en beheerspersoneel en zet ze in deze rubriek ‘On the spot’. Aan het woord is Anneke Heukels (59), beleidsmedewerker bij Studium Generale.

Photo by: Arjan Reef

Hoe lang werk je bij de UT?

‘Wil je het echt weten? Inmiddels 33 jaar! Ik ben via uitzendbureau Randstad binnengekomen als secretaresse bij de afdeling Ergonomie en Taalkunde. Ze kozen mij omdat ik een cursus tekstverwerken had gedaan. Maar dat had weinig zin: de UT werkte met het programma WP+ en daar snapte ik niets van. Na één dag had ik het helemaal gehad: hier ga ik niet werken. Ik vond de mensen maar raar. Hoogleraar Errit van de Velde stond erop dat ik tutoyeerde en dat was ik helemaal niet gewend. Maar na een dag of drie vond ik het toch leuk. Drie maanden later tekende ik mijn vaste contract.’

Ga je nog altijd met plezier naar je werk?

‘Absoluut. Bij Studium Generale werken we met z’n drieën en dat gaat goed. We doen veel dingen samen, bijvoorbeeld sporten of zwemmen in de lunchpauze. Mijn werk is heel divers. Mijn collega’s doen vooral het zichtbare werk zoals presenteren en interviewen en ik doe alles achter de schermen. Van het filmen van een voorstelling of debat tot aan het vastleggen van een zaal en de financiën. Geen dag is hetzelfde.’

Dat klinkt als een drukke baan…

‘Dat is het zeker. Ik werk drie en een halve dag en heb meer dan genoeg taken. Daarom maak ik altijd lijstjes met bovenaan de zaken met een deadline. Regelmatig zet ik ’s avonds toch nog even de computer aan: heb ik alles gedaan? Het gaat altijd goed. Ik heb nog nooit een belangrijke deadline gemist.’

Verliefd, verloofd of getrouwd?

‘Ik woon nu drie jaar samen met mijn vriend. Daarvoor ben ik dertig jaar getrouwd geweest, maar dat huwelijk is gestrand. Ik heb drie kinderen en mijn vriend twee eigen kinderen en een stiefdochter. Alleen mijn jongste dochter van 18 woont nog thuis. Zij is de ene week bij ons en de andere bij haar vader.’

Hoe ben je bij Studium Generale terecht gekomen?

‘Dat was een jaar of achttien geleden. Mijn voorganger vertrok en vroeg of het niet een baantje voor mij is. Dat heb ik eerst afgewimpeld: ‘Dat kan ik niet hoor.’ Maar ik solliciteerde en kreeg de baan. Ik vond het meteen geweldig. Eerder had ik een auto en haalde ik sprekers op van het station. Dan komt zo’n Maarten van Rossem, nou dan ben ik best zenuwachtig. Maar dat blijkt helemaal niet de brombeer te zijn die je denkt. Hij is juist heel aardig en geïnteresseerd.’

De auto is er niet meer?

‘Nee, mijn vriend heeft een auto, maar die gaat ermee naar werk. Soms vind ik het wel jammer dat ik niet meer zoveel rij, want ik ben gek op snelheid. Hij heeft ook een motor, daar ga ik achterop. Laatst nog in Duitsland, tikten we de 210 kilometer per uur aan. Ik denk dan: nog iets gas erbij, dan ga ik sneller dan ik ooit ben gegaan!’

Wat is het mooiste cadeau dat je ooit kreeg?

‘Mijn elektrische fiets. Die kocht ik twee jaar geleden voor mezelf uit de erfenis van mijn moeder. Hij gaat lekker rap. Vanuit mijn woonplaats Hengelo ben ik in 12 minuten op de UT. Dat is handig, want het komt voor dat ik de hond tussen de middag een keer uitlaat. De hond komt uit Spanje. Het was een straathond die in een asiel werd opgevangen.’

Dus je bent een hondenmens?

‘Nee, ik ben gek op alle dieren. We hebben ook een poes, een Siamees. Ze heet Dushi. Ik heb haar in Antwerpen gekocht. Mijn dochter was mee, zij heeft het zusje van Dushi in huis. Als mijn dochter op reis is, dan logeert de poes bij ons.’

Wat doe je ter ontspanning?

‘Ik sport best veel. Tussen de middag een les in het sportcentrum of een keer zwemmen. Ik heb een aantal triatlons gedaan en drie keer de marathon gelopen: in Enschede, Berlijn en Athene. De laatste was vijf jaar geleden. Ik vind het belangrijk om gezond te leven en daarom beweeg ik veel en eet ik gezond. En sinds Wim Hof - oftewel the Iceman - een lezing bij ons gaf, neem ik ’s ochtends een koude douche. Iedere morgen moet ik mezelf dwingen dat te doen, maar het is heerlijk om zo op te staan.’