‘Op de UT ben ik enorm gegroeid’

| Jelle Posthuma

We werken bijna iedere dag samen, maar hoe goed kennen we de collega’s nu echt? U-Today is benieuwd naar de persoonlijke verhalen achter het ondersteunend- en beheerspersoneel en zet ze in de rubriek ‘On the spot’. In deze aflevering medewerker Vrijhof Cultuur Tessa Lieffering (47).

Photo by: Arjan Reef

We beginnen met een eenvoudige vraag. Hoe lang werk je op de UT?

‘Alweer 17 jaar, vanaf maart 2000. Toen begon ik als medewerker bij de kunstuitleen. Ik heb aan de AKI (kunstacademie) gestudeerd. Ik zag mezelf niet als moeder met kinderen, dus voor mij was kunst een manier om mijn denkbeelden door te geven. Met kunst voeg ik iets toe aan de wereld. Ik wil iets zeggen, zonder een dominee te zijn.’

‘Inmiddels ben ik, naast de kunstuitleen, verantwoordelijk voor de beeldende kunstexposities op de campus. Ik bedenk ze en zoek de kunstenaars. We hebben nu reizende exposities. Deze blijven niet, zoals gebruikelijk was in de Vrijhof, maar gaan de hele campus over. Daar ben ik blij mee, want je wilt iedereen bereiken. Met de exposities probeer ik mensen op het verkeerde been te zetten. De kunst mag niet te simpel zijn en het moet de moeite waard zijn. Bij een universiteit hoort intelligente kunst, vind ik. Voor de landschapjes moeten ze maar ergens anders zoeken.’

Waar ben je trots op in je werk?

‘Eigenlijk ben ik vooral trots op mijn functie, dat ik dit werk mag doen. Mijn hart ligt echt bij de exposities, de kunstuitleen is meer het standaardwerk. Ik vind trots trouwens een raar woord, ik word er vooral blij van. Op de UT ben ik enorm gegroeid. Ik moest opeens met mensen werken. Terwijl ik altijd de kat uit de boom keek. Zo van: kom niet te dichtbij. Ik leerde hier het sociale aspect. Op de UT werd ik warm ontvangen en ik dacht alleen maar: ik doe gewoon wat ik kan. Kennelijk deed ik het goed.’

Verliefd, verloofd, getrouwd?

‘Ik heb een partner. Het is mijn tweede relatie. Gelukkig hebben wij allebei geen behoefte aan huisje, boompje, beestje. Ik woon sinds kort in Hengelo, dichtbij mijn vriend. In het weekend komt hij langs en dan ga ik uitgebreid koken. Ik vind mijn vrijheid erg belangrijk. Dat ik mezelf kan blijven, maar wel samen met de persoon die belangrijk voor mij is. Dat geldt ook voor mijn werk. Misschien klinkt het egoïstisch, maar anders zakt het als een kaartenhuis in elkaar.’ 

Wat doe je om te ontspannen?

‘Fietsen. Vanuit Hengelo is het nog wel een kwartier fietsen voordat je echt in de natuur bent. In de zomer kampeer ik. Dit jaar gingen we twee weken naar Denemarken, al is vier weken mijn streven. Op vakantie zoek ik vooral heel veel niks, veel ruimte en het weidse. Ook op de campus zoek ik naar de rustige plekjes, het ‘bossige’. De plekjes waar niemand is. Ik heb op mijn werk constant contact met mensen, maar soms moet ik weer even in balans komen.’  

Dan een dilemma. Ga je voor bier of wijn?

‘Mag ik ook iets anders kiezen? Geef mij maar een mooie, rokerige whisky. Voor een kunstenaar is drank ook goed, het maakt iets los.’

En naar welke muziek luister je?

‘Naar muziek uit de jaren 60 en 70. Neil Young, Mountain en Wisbone Ash, dat soort artiesten. Ik heb trouwens geen radio meer, die is kapot gegaan. Ik heb ook geen smartphone, want dan loopt alles in de soep, te veel afleiding.’

Wat ligt er op je nachtkastje?

‘Op dit moment lees ik ‘Schorshuiden’ van Annie Proulx. Het boek gaat over een familie in de bossen van Noord-Amerika. Verder ben ik dol op Scandinavische boeken en films. Het absurdistische vind ik leuk. Net als met kunst, je moet denken: Huh! Het gaat uiteindelijk om de verwondering.’