Hoe verbeter je het mentale welzijn van wetenschappers? ‘Zorg voor een groepsgevoel’

De wetenschap moet minder waarde hechten aan individueel succes en meer aan samenwerking en groepsgevoel. Dat was een van de conclusies tijdens een bijeenkomst van De Jonge Akademie over het mentale welzijn van onderzoekers.

Enkel ter illustratie.

Een kwart van de wetenschappers in Nederland kampt met depressieve en/of angstklachten, bleek vorige maand uit een onderzoek van De Jonge Akademie. Vooral jonge academici ervaren bijvoorbeeld somberheid, slapeloosheid, spanning of overmatig piekeren.

Wat kunnen we doen om de mentale gezondheid verbeteren? Daarover gaat het tijdens een bijeenkomst van De Jonge Akademie in het Trippenhuis in Amsterdam, het gebouw van wetenschapsgenootschap KNAW.

Ook de mensen in de zaal krijgen pen en papier. Welke ideeën hebben zij zelf om de mentale gezondheid van onderzoekers te verbeteren? Alle ideeën zijn welkom.

Cognitieve vaardigheden

Volgens Marie-José van Tol, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie en oud-voorzitter van DJA, zijn de mentale klachten niet alleen een probleem voor de wetenschappers zelf. Klachten hebben immers invloed op bepaalde cognitieve vaardigheden. Mensen kunnen zich bijvoorbeeld minder goed concentreren en zijn minder flexibel in hun denken. Dat ‘kost’ dus ook veel geld: wetenschappers vallen uit of zijn minder productief.

Verschillende sprekers opperen ideeën om het probleem aan te pakken. Jantine Schuit, rector magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam, hekelt de sterke nadruk op individuele prestaties in de wetenschap, zoals het publiceren van wetenschappelijke artikelen, het binnenhalen van beurzen en het opklimmen van de academische ladder.

Volgens Schuit moeten we minder kijken naar individuele prestaties en meer naar wat iemand bijdraagt aan de groep of aan de samenleving. Dan ontstaat er ook meer een groepsgevoel, stelt ze, in plaats van alleen competitie. Uit het onderzoek van DJA bleek al dat een groot sociaal netwerk kan bijdragen aan de mentale gezondheid van academici.

Leiderschap

Daarbij speelt ook goed leiderschap een rol. Volgens Marjan Olfers, juriste en hoogleraar sport en recht van de Vrije Universiteit Amsterdam, moet er verandering komen in wat het systeem beloont: ‘Als publicaties, subsidies en zichtbaarheid bepalend zijn voor carrières, terwijl goede begeleiding als bijzaak wordt beschouwd, hoeven we er niet van op te kijken als we het over vijf of tien jaar nog steeds over dit probleem hebben.’

Daarnaast wijzen meerdere sprekers dat leidinggevenden volgens hen maar weinig verantwoording moeten afleggen. Olfers noemt daarbij ook het probleem van ‘onofficiële leiders’ in de academische wereld. Zo kan een professor die recent een miljoenenbeurs heeft binnengehaald vaak indirect veel invloed uitoefenen. Maar wie houdt zo iemand verantwoordelijk?

Profkip

Maar ook al verbeter je de leiderschapskwaliteiten van wetenschappers aan de top, dan blijven er nog allerlei problemen over. Martijn van der Meer, voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland, wijst op de zogenoemde profkip: onderzoekers die te veel promovendi hebben en daardoor geen goede begeleiding kunnen bieden. Dat gaat dan ten koste van die promovendi.

Van der Meer wil vooral voorkomen dat de oplossing komt te liggen bij het individu: ‘Laten we niet nu beginnen met het organiseren van mindfulness cursussen om academici gewoon meer veerkrachtig te maken.’

De Jonge Akademie is een invloedrijk genootschap van (relatief) jonge topwetenschappers. Ook onderwijsminister Rianne Letschert was lid.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.