De instroom bij de lerarenopleidingen op de UT is al enkele jaren stabiel. Volgens opleidingsdirecteur Mark Timmer zijn er genoeg studenten om aan de vraag naar nieuwe docenten in de Twentse regio te voldoen. ‘Wij kunnen de regio goed bedienen, want openstaande vacatures kunnen we prima vullen met docenten die wij opleiden.'
Het lerarentekort in Twente
Van een groot lerarentekort in Twente is volgens Timmer nog geen sprake. Dat heeft volgens hem onder meer te maken met de demografische ontwikkeling in de regio. ‘Door het dalende aantal geboortes in de afgelopen twintig jaar zijn er minder leerlingen op scholen en daarmee ook minder vacatures voor docenten. Als een school hier van 1200 naar 1000 leerlingen gaat, hoeft de leraar die met pensioen gaat niet vervangen te worden. In de Randstad is het lerarentekort veel groter.’
Wel verwacht hij dat het tekort in de toekomst ook in Twente weer toeneemt. ‘De prognose is dat we in Twente over zo’n twee à drie jaar een lerarentekort hebben. Dat betekent dat we als UT meer studenten moeten aantrekken. Het is nog niet zo problematisch als in de Randstad, dus we hoeven de instroomcijfers ook niet gelijk te verdubbelen. Vijf studenten per jaar extra, boven op onze huidige instroomcijfers, zou fijn zijn’, zegt hij.
Instroomcijfers
Studenten kunnen op verschillende manieren leraar worden aan de UT. Zo kunnen zij tijdens hun bachelor een minor volgen of na hun bachelor kiezen voor een educatieve master of educatieve module. Ook zij-instroom behoort tot de mogelijkheden. ‘Kijk, elk jaar stromen er, net als dit jaar, rond de zeventig studenten in. Verdeeld over alle lerarenopleidingen die wij aanbieden. Zo’n vijftig daarvan volgen een minor/module en iets meer dan twintig studenten kiezen jaarlijks voor de master of zij-instroom.’
De minor en module zijn voor studenten een manier om kennis te maken met het leraarschap. Daarmee mogen zij lesgeven in het reguliere voortgezet onderwijs in de onderbouw van havo/vwo en het gehele vmbo. Wie daarna verder wil, kan een educatieve master volgen om ook in de bovenbouw les te geven. ‘Voor ons is de minor echt een opstap en kennismaking met het leraarschap’, zegt Timmer.
Interview gaat verder onder de foto.
![]()
‘Vooral de opleidingen tot docent wiskunde en natuurkunde zijn groot.’ De UT biedt daarnaast opleidingen aan voor toekomstige docenten scheikunde, informatica, techniek en onderzoek & ontwerpen. Zo’n veertig van de jaarlijks ongeveer zeventig nieuwe studenten kiezen voor wiskunde of natuurkunde. ‘Dat is juist goed, want voor deze vakken zijn ook de meeste leraren nodig’, constateert hij. Dit is verklaarbaar, aangezien deze schoolvakken bij een groot aantal UT-bachelors aansluiten.
Er zijn ook schoolvakken waarvoor de groepen kleiner zijn. Met jaarlijks ongeveer tien nieuwe studenten is informatica daar een voorbeeld van. ‘We hebben er nu eigenlijk ook niet meer nodig, want de vraag naar informaticadocenten in de regio is op dit moment betrekkelijk laag. We kunnen op de UT wel meer studenten opleiden voor de Randstad, waar ze hard nodig zijn, maar veel studenten komen hier vandaan en zien een verhuizing naar de andere kant van het land niet zitten.’
Acties ondernemen
Vanwege het landelijke lerarentekort en het maatschappelijke belang van het beroep heeft de lerarenopleiding binnen de UT een bijzondere positie. In tegenstelling tot andere masteropleidingen mag de opleiding studenten van andere opleidingen daarom actief benaderen om hen te enthousiasmeren voor het leraarsvak. ‘We zijn een kleine opleiding, maar belangrijk. Ook vanuit het college van bestuur en het faculteitsbestuur is daarvoor erkenning’, zegt Timmer.
De opleiding geniet een ‘goede bekendheid’ onder studenten van de UT en scholen in de regio. Dat was niet altijd vanzelfsprekend. ‘We merkten dat veel aankomende bachelorstudenten dachten dat je alleen aan een hogeschool tot leraar wordt opgeleid, maar dat is een misvatting.’ Om die doelgroep beter te bereiken, is de opleiding zichtbaarder geworden tijdens open dagen.
Goed onderwijs
Vanuit de bacheloropleidingen worden studenten actief benaderd op de mogelijkheden om docent te worden. Timmer zoekt daar onder meer andere opleidingsdirecteuren voor op. ‘Zij zien het maatschappelijk belang en vinden het belangrijk dat de lerarenopleiding onder de aandacht komen. Goed onderwijs in de middelbare schoolvakken waarvoor wij opleiden is ook belangrijk voor de studenten die bij hen instromen.’
De meeste studenten die momenteel een UT-lerarenopleiding volgen, komen vanuit een andere UT-bachelor. Studenten die de lerarenopleiding via de master volgen, combineren deze vaak met een technische UT-masteropleiding, aldus Timmer. ‘Op die manier verliezen de andere opleidingen hun studenten niet als ze voor een lerarenopleiding kiezen.’
Samenwerking met scholen
De UT werkt samen met zo’n dertig scholen in de regio, van Oldenzaal tot Deventer en Groenlo. Timmer bezoekt deze scholen regelmatig, samen met de directeur van Pre-U, en spreekt daar met schoolbesturen en directies. De samenwerking vindt plaats binnen een zogeheten onderwijsregio. Hierin werken scholen en lerarenopleidingen gezamenlijk aan het werven, matchen, opleiden, begeleiden en professionaliseren van docenten. Zo spreken zij over hoe de lerarenopleidingen kunnen aansluiten op de behoeften van scholen, de vacatures, het Pre-University-programma om leerlingen te enthousiasmeren voor het onderwijs, de bijscholing van huidige leraren en de prognoses voor de toekomst.