Het is een bekend probleem in de Nederlandse wetenschap: onderzoekers steken veel tijd en moeite in het aanvragen van een beurs bij NWO, terwijl ze er weinig kans op maken. Wat valt daaraan te doen?
‘Ik blijf aandacht vragen voor dit probleem en de aanpak daarvan’, schrijft minister Rianne Letschert in een brief aan de Tweede en Eerste Kamer. Maar oplossingen liggen niet voor het oprapen.
De minister schuift de kwestie een jaar voor zich uit. Ze wil dat de universiteiten en onderzoeksfinancier NWO samen aan de slag gaan. Voor de zomer van 2027 moeten ze een plan van aanpak hebben.
Kansen
De aanvraagdruk bestaat eigenlijk uit drie problemen: de lage kans op succes, de rompslomp van het indienen en de invloed van een beurs op de loopbaan van wetenschappers, die volgens critici te groot is.
In 2025 deden 2.526 onderzoekers een gooi naar de gewilde Veni-, Vidi- en Vicibeurzen, van wie er 558 daadwerkelijk geld kregen. Dat komt neer op 16 procent. Voor elke geslaagde aanvraag zijn er dus vijf die het allemaal voor niets doen.
In de zogeheten open competitie van NWO liggen de kansen hoger. Daar waren 2.845 aanvragers, van wie er 753 werden gehonoreerd: 26 procent. Dat is ongeveer de verhouding waar NWO naar streeft.
Ingrepen
NWO heeft al maatregelen genomen om de rompslomp te verminderen. De organisatie werkt bijvoorbeeld met ‘vooraanvragen’, waarin onderzoekers hun plannen bondig uiteenzetten. Pas als ze door de eerste schifting komen, moeten ze de aanvraag nader uitwerken. Na die eerste ronde wordt 43 procent gehonoreerd.
In een recente evaluatie worden nog meer opties genoemd om de aanvraagdruk te verminderen, zoals betere communicatie rond de aanvraagprocessen. Dat is misschien zinvol, maar het echte probleem is daarmee niet verdwenen.
Bezuinigingen
NWO-voorzitter Marcel Levi vatte het vier jaar geleden samen in een interview: ‘Je kunt twee dingen doen: of meer geld erbij of minder aanvragen indienen. Meer knoppen zijn er eigenlijk niet.’
Meer geld komt er inderdaad voor NWO, maar dat geld is niet voor de Veni-, Vidi- en Vicibeurzen bestemd. Het nieuwe kabinet draait vooral enkele bezuinigingen terug en investeert in specifiek onderzoek. Dus dan blijft die andere knop over: minder aanvragen indienen.
Waarom kloppen steeds meer onderzoekers bij NWO aan? Een recente evaluatie wijst vooral op oorzaken buiten NWO. De instellingen zijn bijvoorbeeld flink gegroeid: er zijn meer onderzoekers, dus ook meer aanvragers.
Bovendien hebben universiteiten zelf minder geld ter beschikking door de krimp van het aantal studenten en de bezuinigingen van het vorige kabinet. Onderzoekers moeten hun geld vaak ergens anders vandaan halen.
Minder aanvragen
Misschien moeten er gewoon minder mensen een aanvraag indienen, zou je kunnen denken. Maar hoe regel je dat?
Sinds 2019 eist NWO een inbeddingsgarantie: onderzoekers kunnen alleen nog met steun van hun beoogde Nederlandse onderzoeksinstelling een aanvraag indienen. Daar kwam kritiek op, maar het leek aanvankelijk wel een beetje de druk te verlichten. Intussen helpt het kennelijk niet meer genoeg.
Maar wat kan NWO daaraan doen? ‘Wij gaan geen slot op onze brievenbus zetten’, zei voorzitter Levi in datzelfde interview van vier jaar geleden. ‘De universiteiten zouden zich kunnen voornemen om alleen het beste onderzoek naar NWO te sturen. Dat voornemen hebben ze ook wel, maar het gebeurt nog bijna nergens.’
Met andere woorden, de universiteiten zouden een voorselectie moeten maken en alleen kansrijke onderzoekers laten indienen. Nu denken ze kennelijk te vaak ‘je weet maar nooit hoe een koe een haas vangt’.
Het idee is niet nieuw, maar het gebeurt dus niet. En als het wel gebeurt, ligt de kritiek voor de hand. De selectie verdwijnt immers niet, maar raakt uit beeld: die verschuift in dat scenario van NWO naar de universiteiten zelf.
Plan
Al deze problemen zijn dus bekend en nu moeten de universiteiten komend jaar samen met NWO een plan bedenken. Althans, dat is het verzoek van minister Letschert.
Universiteitenvereniging UNL pakt de handschoen op, laat de woordvoerder weten. ‘We vinden het een belangrijke gezamenlijke verantwoordelijkheid van ons en NWO. De aanvraagdruk treft immers onze onderzoekers.’