Het zogeheten hybride werken is sinds de coronacrisis ook op de UT gemeengoed geworden. Medewerkers wisselen werkdagen op de campus af met thuiswerkdagen of ‘remote’ werken. Eerder stelde de UT al acht principes op voor hybride werken. Deze nieuwe en uitgebreidere regeling ligt in het verlengde van die principes.
Zo is hybride werken ‘een mogelijkheid, niet een recht’. Dus is het aan medewerkers en leidinggevenden om in overleg tot goed werkbare afspraken te komen. Het uitgangspunt is dat UT-medewerkers ten minste 60 procent van hun werktijd per week ‘op kantoor’ zijn. Daar kan van afgeweken worden als ‘de werkzaamheden, het teambelang of bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven’.
In de regeling staan ook andere zaken, zoals de voorzieningen voor een thuiswerkplek, het ontvangen van financiële tegemoetkomingen, richtlijnen voor UT’ers die werken in het buitenland en over cyberveiligheid. Zo moet je als medewerker gebruikmaken van een beheerde UT-laptop en altijd werken via de beveiligde EduVPN-verbinding.
De dienst Human Resources schreef het beleid om helderheid te bieden over hybride werken. Een goede aanpak moet volgens de dienst onder andere leiden tot ‘een gezonde werk-privébalans, duurzame inzetbaarheid en duurzaamheid en een aantrekkelijke en inclusieve positie op de arbeidsmarkt’.