Waarom dit co-voorzitterschap?
Segerink: ‘We doen het vooral om praktische redenen en om elkaar te ondersteunen. Het scheelt tijd, en je kunt met elkaar sparren.’
Van der Wiel: ‘Dit past bij de tendens van het vierogenprincipe, dat je bijvoorbeeld ook bij promoties ziet. Maar bovenal is het praktisch handiger, iedereen is gewoon heel druk en nu kun je elkaar ontlasten. Er staat voor deze functie wel 0,4 fte, dat betekent dus dat we beiden een volle dag in de week hiermee bezig zijn.’
Segerink: ‘Het is normaal dat je op een gegeven moment meer taken erbij krijgt, maar de werkdruk is al hoog. Toch is het belangrijk dat dit gedaan wordt, wij lossen het dus zo samen op.’
Welke uitdagingen liggen er de komende tijd voor jullie?
Segerink: ‘Dat zijn er nogal wat. Zoals je weet, wil men harmoniseren bij de faculteiten. Sommigen zetten daardoor de hakken in het zand. De uitdaging ligt erin dat we in dit proces meedenken, dat we verbeteren en dat op een goede manier doen.’
Van der Wiel: ‘Aan de harmonisatieplannen zitten best wat goede kanten, maar het moet niet gaan leiden tot meer rompslomp. Onze core business staat centraal: onderwijs, onderzoek en valorisatie.’
Segerink: ‘Daarnaast moeten we werken aan een beter imago voor Electrical Engineering. Veel mensen kennen ons niet, maar het is een prachtige opleiding die veel te bieden heeft en in alle haarvaten van de maatschappij zit.’
Van der Wiel: ‘We moeten ons realiseren dat we op een wereldwijd toneel spelen. Dan moet je niet krampachtig willen doen rondom het werven van studenten in het buitenland. Als je het economisch bekijkt, is ook de instroom van internationale studenten hard nodig. Het is mooi als mensen vanuit Nederland Electrical Engineering willen studeren, maar dat is een heel kleine markt. En je wilt niet per se studenten wegvangen bij andere uni’s.’
Hoe staat het met de instroom bij Electrical Engineering?
Segerink: ‘Volgens mij zijn – maar ik ben nu voorzichtig – de eerste geluiden over de instroom komend jaar positief. Dus dat is fijn.’
Van der Wiel: ‘Het belangrijkste is dat hetgeen we op poten zetten, een positief elan brengt rondom Electrical Engineering. We hebben al heel goed onderzoek en heel goed onderwijs. Onze onderzoekers zijn geregeld in de media en die rolmodellen moeten we nog meer inzetten om nieuwe studenten te werven.’
Segerink: ‘De reorganisatieperikelen hadden hun weerslag op de hele UT, en dat heeft ook zijn invloed op de beeldvorming naar buiten. Het is nu belangrijk dat we onze successen vieren. Het is tijd voor een positieve vibe, daar kom je veel verder mee denk ik.’
Van der Wiel: ‘En daar kun je beter energie insteken dan in het optuigen van nieuwe managementstructuren.’
Maar de vrees voor extra rompslomp door de harmonisatieplannen is er wel?
Segerink: ‘Ik denk heus wel dat de harmonisatie goede kanten heeft, want ook ik – als onderzoeker die regelmatig met twee andere faculteiten samenwerkt – zie best veel verschillen tussen die faculteiten. Dat kan beter. Maar we moeten niet doorschieten, en voor ogen houden: wat los je op?’
Van der Wiel: ‘We moeten vooral waakzaam zijn voor experimenteren met nieuwe managementlagen. Je moet wel heel erg overtuigd zijn van de noodzaak en hoe dit bijdraagt aan het primaire proces.’
Kortom, genoeg te doen. En daar blijft het vast niet bij?
Van der Wiel: ‘We kijken ook hoe Electrical Engineering optimaal kan bijdragen aan het Beethoven-project. Electrical Engineering is bij uitstek relevant voor chiptechinitiatief Beethoven, en de instroom van nieuwe studenten daarbij cruciaal.
Wat verder belangrijk is: de universiteit is dynamisch, er is altijd personeelsverloop. Hoe passen bepaalde nieuwe ontwikkelingen in onze strategie? Gaan we bijvoorbeeld de onderzoekslijn voortzetten van mensen die met pensioen gaan of ontwikkel je een nieuwe lijn? Het is goed om daarover alvast na te denken. En er komt waarschijnlijk een nieuwe ronde sectorplannen aan. Dát zijn dingen waar we ons mee moeten bezighouden. En dat doe ik liever dan ons richten op interne herstructurering zonder duidelijke noodzaak.’