In de afgelopen decennia is het hoger onderwijs behoorlijk gegroeid: van dik 100 duizend studenten aan hogescholen en universiteiten naar zo’n 830 duizend studenten op het hoogtepunt in 2022.
Maar sindsdien zijn er al zestigduizend studenten minder. Dat betekent ook minder geld voor de onderwijsinstellingen, die door de overheid deels per student betaald worden. En dat leidt tot bezuinigingen en reorganisaties.
Leren van andere landen
Daarin is Nederland niet uniek. Ook andere landen hebben met krimp te maken, weten onderwijsonderzoekers van KiTeS (voorheen CHEPS) van de Universiteit Twente. Voor het ministerie van OCW keken zij wat Nederland van die andere landen kan leren.
Want niets doen lijkt geen optie. De demografische krimp kan schade aanrichten ‘in studieaanbod, de internationale positie of zelfs de levensvatbaarheid van instellingen’, schrijven de onderzoekers.
Vrije markt
In Zuid-Korea en Japan wordt een groot deel van het hoger onderwijs aan de markt overgelaten. Daar kun je dus zien hoe onderwijsinstellingen zich gedragen als ze het zelf mogen bepalen.
In tijden van groei gaat dat wel goed, maar in tijden van krimp krijg je moordende concurrentie. Interessant fenomeen daarbij, merken de onderzoekers op, is dat er juist nieuwe universiteiten en opleidingen bij kwamen.
De demografische krimp leidt in Japan en Zuid-Korea dus tot extra concurrentie en ‘marktfragmentatie’. De instellingen proberen ‘nichemarkten’ aan te boren, ziet KiTeS. Ondertussen stijgen de collegegelden, want minder studenten maakt het onderwijs niet meteen goedkoper.
Inmiddels dwingen de Zuid-Koreaanse en Japanse overheid de onderwijsinstellingen tot fusies. Ook wordt het collegegeld aan banden gelegd en moeten opleidingen aan zwaardere kwaliteitseisen voldoen.
Portugal
In de Nederlandse politiek klinkt soms de roep om stabiele financiering in het hoger onderwijs. Hoe dat zou kunnen uitpakken, kun je in Portugal zien. Ook in dat land kromp het hoger onderwijs, maar hogescholen en universiteiten bleven ongeveer hetzelfde budget houden.
Dat zorgt voor stilstand in het opleidingsaanbod, stellen de onderzoekers. Het is niet zo gek om de financiering minder afhankelijk te maken van het aantal studenten, maar het gevaar is dus een gebrek aan vernieuwing in het opleidingsaanbod, waarschuwt KiTeS. Dan gaan opleidingen bijvoorbeeld steeds minder goed op de arbeidsmarkt aansluiten.
Accreditatie
In Nederland moeten nieuwe opleidingen eerst goedkeuring krijgen van een speciale Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs. Daar moeten universiteiten en hogescholen laten zien waarom de arbeidsmarkt op hun nieuwe opleiding zit te wachten.
Maar bestaande opleidingen hoeven zich niet meer te verantwoorden voor hun aansluiting op de arbeidsmarkt. In tijden van krimp is dat misschien minder wenselijk, overwegen de onderzoekers. Ze suggereren dat de minister de wet kan aanpassen: in de zesjaarlijkse kwaliteitskeuringen (accreditatie) zou bij bestaande opleidingen ook de ‘levensvatbaarheid’ meegewogen kunnen worden.
‘Focus op marktaandeel’
Vorige week waarschuwde ook de Onderwijsinspectie voor de problemen die de krimp veroorzaakt. De ‘continuïteit’ van universiteiten vraagt om ‘stevige keuzes’, staat in een rapport over hun financiële positie. Er zullen sowieso opleidingen verdwijnen, is de voorspelling.
Nederlandse onderwijsinstellingen zouden meer moeten samenwerken, menen de inspecteurs. Dat zeggen die instellingen ook zelf tegen de Onderwijsinspectie, maar in de praktijk vinden ze het toch ‘lastig’. De financiering van het Nederlandse hoger onderwijs, die dus sterk van het aantal studenten afhangt, zorgt onder meer voor een ‘focus op behoud van marktaandeel’.