Vanwaar deze samenwerking van de UT met deze drie partners?
Walyar (foto rechtsonder): ‘We noemen ze officieel onze Global Academic Partners. We hebben als UT namelijk veel samenwerkingen, die op verschillend niveau strategisch zijn. Daarom doet het label ‘strategische samenwerkingen’ tekort aan de diversiteit van onze andere samenwerkingen. Voorafgaand aan de evaluatie en het besluit in 2024 stelden we criteria op: gaat het om meer dan alleen uitwisseling van studenten of medewerkers? En is er meer dan één faculteit bij betrokken? Zodoende kwam er een advies om deze drie instellingen aan te wijzen als Global Academic Partner.’
Wat betekent zo’n label?
‘Vooral dat we nu onderscheid maken tussen het type samenwerking en onze doelstellingen. Daarbij konden we een specifieke coördinator aanwijzen vanuit de dienst Strategie & Beleid. Zo is overzichtelijk en duidelijk hoe de rollen, verantwoordelijkheden en financiën geregeld zijn. Dat creëert ook continuïteit. En het zorgt ervoor dat het college van bestuur met meer focus de gesprekken kan aangaan met deze instellingen, want dat speelveld is veel meer afgebakend. Wij moeten als universiteit gerichte keuzes maken waarin we investeren. Daar helpt deze aanpak bij.’
Waarin bieden Münster, Monterrey en Waterloo de meerwaarde voor de UT?
‘De partnerschappen zijn in verschillende fases van volwassenheid. De samenwerking met Münster is onze meest volwassen en strategische samenwerking, met een eerste officiële overeenkomst al in 1979. We richten ons op batterijen, gezondheidszorg en ondernemerschap en voeren gezamenlijk onderwijs en onderzoek uit. Waterloo is opkomend; onze eerste overeenkomst dateert uit 2016. De samenwerking met de Canadese universiteit richt zich op gezondheid en innovatie. Met Tec de Monterrey richten we ons op chiptechnologie en onderwijsinnovatie. Dit is ook zo’n partnerschap in opkomst.’
Is er nog ruimte voor andere ‘Global Academic Partners’?
‘Die is er zeker. Daar is ook een procedure voor. In het kort: het is aan faculteiten om een voorstel te doen waar ze een samenwerking willen opschalen. Het is niet zo dat dat we vanuit Strategie & Beleid bepalen wie een Global Academic Partner is.’
Nu de keuze twee jaar geleden is gemaakt voor deze drie: wat leverde die scherpere focus tot nu toe op?
‘We hadden meer tijd en aandacht te besteden aan de specifieke kansen per partner. Inhoudelijk lopen nu verschillende initiatieven. Zo tekende Novel-T onlangs een overeenkomst met hun Canadese evenknie voor een trans-Atlantische handelscorridor. En we maakten voor alle drie universiteiten een samenwerkingsplan voor de lange en korte termijn, met daarin de keuzes: waarop zetten we in en hoe breed of gericht doen we dat? De samenwerkingen moeten namelijk wel passen bij onze strategische doelen en de gekozen impactdomeinen.’
Kan het ook zijn dat een van deze partnerships wegvalt?
‘De Global Academic Partnerships zijn niet in beton gegoten. Zowel wijzelf als de partneruniversiteiten evalueren wat de toegevoegde waarde is. Zo’n evaluatiemoment komt er voor ons eind van dit jaar aan: welke koers varen de andere universiteiten? Past die bij onze koers? En moeten we in zulke gevallen de samenwerkingen intrekken, herijken of juist versterken? Dat bepalen we de komende tijd.’