Wetten, persvrijheid en eed kunnen academische vrijheid beschermen

Hoe kun je de academische vrijheid beschermen? Een van de grondleggers van de wet op het hoger onderwijs, Peter Kwikkers, schreef er een boek over. Met een voorstel voor wetsteksten én een academische eed.

De term ‘academische vrijheid’ staat pas sinds 1986 in de wet, vertelt Peter Kwikkers. 'Voor die tijd was het een beginsel. Of hooguit een ongeschreven wet.' En het had weinig gescheeld of die term was in 1992 weer uit de wet verdwenen.

Kwikkers werkte destijds als ambtenaar bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De onderwijswetgeving moest gemoderniseerd worden; voor het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek kwam de WHW eraan. Kwikkers werd projectleider.

Het CDA stelde destijds de vraag waarom academische vrijheid er niet meer instond. 'We vonden het gewoon niet nodig en de wet moest wat bondiger worden', herinnert Kwikkers zich. 'Maar dat viel eigenlijk niet uit te leggen. Toen hebben we het er toch weer ingezet. Ook voor de hogescholen.'

Om van het gezeur af te zijn, dus. Niet omdat de toenmalige minister, Kwikkers zelf of zijn collega’s zich echt zorgen maakte over de academische vrijheid. Maar intussen is de wereld veranderd.

Boeken verboden

Kwikkers: 'Wat er in de VS gebeurt is buitengewoon zorgwekkend. Ze bemoeien zich met de toegang tot het onderwijs, delen financiële straffen uit en verbieden zelfs boeken. Zo makkelijk is het dus om academische vrijheid te nekken.'

Dus heeft de academische vrijheid ook in Nederland meer bescherming nodig, meent hij. Op eigen houtje is hij een boek gaan schrijven: ‘Uitzicht op academische vrijheid – een conceptueel recht’. Het is net van de drukker gekomen.

Kwikkers schetst de geschiedenis van het begrip academische vrijheid plus de opvattingen erover van diverse spelers in politiek, onderwijs en wetenschap. Bovendien doet hij concrete voorstellen voor de verankering van de academische vrijheid in de wet. 'Want je kunt die vrijheid snel kwijtraken.'

Niet scherp definiëren

Losjes gezegd betekent academische vrijheid dat je naar eigen inzicht kunt onderzoeken en doceren wat je wilt. Je kunt je nieuwsgierigheid volgen. De bijkomende verantwoordelijkheid is dat je open staat voor kritiek op je aanpak en bevindingen.

Maar verder moet je de academische vrijheid volgens Kwikkers niet te scherp definiëren, juist om haar te beschermen. Zijn idee: hoe scherper je die vrijheid afbakent, hoe minder eronder valt.

Wel kun je uitleggen wat het verschil is met andere vrijheden. Je moet de academische vrijheid volgens Kwikkers niet verwarren met de vrijheid van meningsuiting of de demonstratievrijheid (want een mening of politiek standpunt hoeft niet academisch onderbouwd te zijn). Ook de autonomie van instellingen en wetenschappelijke integriteit vallen niet helemaal samen met academische vrijheid. Maar ze hebben er allemaal wel mee te maken.

Kwikkers: 'Als je er juridisch naar kijkt, dan gaat het om een individueel recht, een bescherming van student, onderzoeker en docent. Maar het is een bescherming die ten goede komt aan de hele maatschappij.'

In zijn ogen is de academische vrijheid per definitie beknot. Je kunt niet altijd je eigen studiepad of studietempo kiezen, en meestal kun je ook niet helemaal zelf het onderwerp van je promotieonderzoek bepalen. En zo kun je doorgaan, zegt Kwikkers: 'In een vakgroep stel je samen het onderzoeksprogramma vast, maar je moet beseffen dat dit afbreuk doet aan de individuele academische vrijheid.'

Eed

Maar hoe bescherm je dan een vrijheid die altijd onder druk staat? Onder meer met een eed bij afstuderen of promoveren, oppert Kwikkers. Hij neemt in zijn boek een voorschot: 'Ik, student/docent/onderzoeker, zal ieders academische vrijheid bewaren, respecteren en verdedigen en de kwaliteit van onderwijs en wetenschap bewaken…' En dan nog meer.

Natuurlijk kunnen mensen hun eed breken, zoals artsen de eed van Hippocrates kunnen breken. Maar een eed zet de toon, meent Kwikkers. 'Je moet niet alleen kijken hoe je een schending van de academische vrijheid kunt voorkomen met een wetstekst, maar ook hoe je de waarde van deze vrijheid tot iedereen door laat dringen.'

Persvrijheid

Daarom moet je ook de persvrijheid binnen universiteiten en hogescholen wettelijk afdwingen, meent hij. Vroeger vond hij het gênant om zoiets voor te stellen – iedere zichzelf respecterende bestuurder wil toch zo’n blad binnen zijn instelling? – maar na enkele incidenten met censuur en intimidatie is hij er anders over gaan denken.

'Het is tijd om die reddingsboei uit te gooien, alleen al omdat een onafhankelijk eigen blad de academische vrijheid kan – moet – helpen bewaken en waar nodig versterken',staat in zijn boek. Kleine instellingen kunnen desnoods samen een medium in de lucht houden, maar het móet er zijn.

Want zulke nieuwsmedia zijn belangrijk voor het open debat binnen een instelling. Bovendien kunnen journalisten bestuurders ter verantwoording roepen als ze de academische vrijheid inperken.

Wetsteksten

Kwikkers heeft allerlei mogelijke nieuwe wetsartikelen geformuleerd. Niet alleen de WHW, maar ook de grondwet kan een aanpassing gebruiken, meent hij. Artikel 7 over de vrijheid van meningsuiting zou een nieuw eerste lid moeten krijgen: 'Gedachten en gevoelens zijn vrij. Onderwijs en het bedrijven van de kunsten en de wetenschap zijn vrij. De academische vrijheid is onvervreemdbaar.'

Het nieuwe kabinet spreekt in het regeerakkoord veel over vrijheid, maar de academische vrijheid komt niet ter sprake. Toch wordt het ook in deze regeerperiode een onderwerp van gesprek.

Want het vorige kabinet maakte zich zorgen over deze vrijheid. Het was al gevallen toen de minister van Onderwijs advies vroeg aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen: is academische vrijheid op dit moment voldoende juridisch beschermd in het Nederlandse recht?

Nee dus, zegt Kwikkers. En dat zit ook in kleinere dingen. Op dit moment is ('door een blunder') de academische vrijheid uit de wet verdwenen voor de Koninklijke Bibliotheek, de KNAW en de niet-bekostigde hogescholen en universiteiten. Dat moet sowieso worden rechtgezet, vindt Kwikkers.

Maar wat de KNAW ook adviseert, het zal zijn boek niet overbodig maken, denkt hij. 'Het is niet alleen voor politici en juristen bestemd. Het is voor iedereen die met deze vrijheid te maken heeft. Je moet de academische vrijheid bijvoorbeeld ook beschermen in de onderwijs- en examenregeling (OER) en bij het ontwikkelen van de medezeggenschap.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.