Letschert geeft nog niets weg in eerste Kamerdebat

Hoe krijg je mensen terug in de schoolbanken als ze eenmaal aan het werk zijn? De minister had in haar eerste Kamerdebat over ‘leven lang ontwikkelen’ nog geen antwoorden. Wel grapjes.

Photo by: martijn beekman
Rianne Letschert.

Rianne Letschert deelde woensdag ‘een geheim’ met de Tweede Kamer: afgelopen maandag had ze debattraining gehad. Iemand heeft haar een tijdlang ‘gegrild’. Toen dacht ze: ‘Oké, wil ik dit eigenlijk nog wel?’ 

Kennelijk is het antwoord positief, want een paar dagen later zit de nieuwe minister van Onderwijs in de Tweede Kamer voor haar eerste debat. Het gaat over leven lang ontwikkelen (LLO), maar zo kort na haar aantreden kan ze er nog weinig over kwijt.

Het kabinet-Jetten maakt er 100 miljoen euro voor vrij, maar waar gaat dat geld naartoe? Hogescholen lobbyen al jaren om LLO tot een van hun wettelijke taken te maken. Maar afgelopen woensdag drukten de Kamerfracties minister Letschert op het hart om toch vooral het mbo erbij te betrekken. Want hoogopgeleiden weten hun weg naar het onderwijs toch wel te vinden.

‘Gaat die 100 miljoen alleen naar het hbo en wo of wordt het ingezet voor de groep die er het meest aan heeft, mensen zonder werk of met alleen een praktijkopleiding?’, vatte de PVV het sentiment samen.

Letschert legde zich nog nergens op vast, maar begreep deze zorg. Ze reageerde met een samenvatting van een rapport van eind vorig jaar over LLO, dat het ministerie liet maken. Het dient als basis voor haar beleid, zei ze. In dat rapport staat dat leven lang ontwikkelen een overheidstaak zou moeten worden, uitgevoerd door publieke en private onderwijsinstellingen en gericht op tekortsectoren op de arbeidsmarkt.

Er staat ook in dat de overheid nu vooral theoretisch opgeleiden bereikt. Praktisch opgeleiden weten de weg terug naar de schoolbanken veel minder te vinden. Het taalniveau van opleidingen of cursussen is vaak te hoog. Het is te duur. En de overheid heeft het vooral aan bedrijven overgelaten, die zich vooral op de makkelijk te bereiken groepen richten.

Het onderwijs zou samen met bedrijven moeten zorgen voor ‘maatwerk’. Opleidingen moeten bovendien in stukjes gehakt kunnen worden, vatte Letschert het rapport samen. Een stukje opleiding leidt dan tot een ‘microcredential’, een minidiploma.

Maar wie dat diploma uitgeeft en wie toezicht houdt op de kwaliteit van het onderwijs? Dat is nog volstrekt onduidelijk. Vóór de zomer wil Letschert een doortimmerd plan naar de Kamer sturen.

Misschien, overwoog ze, moest ze zelf ook zo’n minidiploma krijgen voor de debattraining die ze had gevolgd. Als bewijs voor een volgende werkgever. Als de overheid ervoor zorgt dat dergelijke certificaten ergens geregistreerd staan, kun je bij het solliciteren gemakkelijk je schoolcarrière aan een werkgever voorleggen.

‘Als iemand mij om m’n diploma vraagt moet ik altijd weer gaan zoeken’, zei Letschert. Een Kamerlid dacht bij die opmerking gelijk aan Nathalie van Berkel, de beoogd staatssecretaris die haar CV had opgepoetst met niet-behaalde diploma’s. ‘Dat is een ander probleem’, reageerde Letschert. En trouwens: ‘Ik heb mijn diploma’s gevonden.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.