De vrouw is eerstejaarsstudent aan de bacheloropleiding computational social science van de Universiteit van Amsterdam. Ze haalde één onderdeel niet, dat voor 10 procent meetelde in een vak van 30 studiepunten. Ook in de herkansing lukte het niet.
Hierdoor kreeg ze nul studiepunten voor dit vak en mocht ze ook niet door naar het tweede jaar. Ze kreeg geen negatief bindend studieadvies, maar zou wel een jaar vertraging oplopen.
Omstandigheden
Dat vond ze te gortig en daarom vroeg ze om een tweede herkansing. Ze had haar persoonlijke omstandigheden eerder al bij de studieadviseur gemeld. Ze zou te maken hebben gehad met seksueel geweld, rouw, financiële problemen en een huisuitzetting.
Maar de examencommissie van haar opleiding wees haar verzoek af. Ze was te vaak afwezig geweest en volgens de regels van de opleiding verlies je dan het recht op een extra herkansing. Bij twee eerdere opdrachten kreeg ze die uit coulance wel, maar we kunnen niet aan de gang blijven, vond de examencommissie.
De student legde haar zaak voor aan het college van beroep voor de examens (CBE) van de universiteit, maar ook daar ving ze bot. Vervolgens stapte ze naar de onderwijsrechter bij de Raad van State.
Rechter
Die kijkt er anders tegenaan dan de universiteit. De student wint haar rechtszaak. De regels zijn immers niet in beton gegoten, legt de rechter uit. De opleiding had de omstandigheden van de student ook deze keer in ogenschouw moeten nemen en dat is niet gebeurd.
Hoeveel de student eraan heeft, moet nog blijken. Het CBE moet van de rechter een nieuwe, verbeterde afweging maken. In de tussentijd moet de student alvast een tweede herkansing krijgen, maar die wordt pas nagekeken als het CBE inderdaad tot een ander oordeel komt en in het voordeel van de student beslist.
Spanningsveld
‘De uitspraak illustreert het spanningsveld tussen de toepassing van formele regels en de vereiste individuele belangenafweging’, zegt onderwijspsycholoog Henk van Berkel, die een proefschrift schreef over dit soort rechtszaken.
De student zou een jaar studievertraging oplopen. Van Berkel: ‘Wanneer een student gemotiveerd wijst op bijzondere persoonlijke omstandigheden en de gevolgen van een weigering zeer ingrijpend zijn, moet het bestuursorgaan expliciet en concreet toetsen of de weigering evenredig is.’ En dat is dus niet gebeurd. Examencommissies en CBE’s kunnen niet volstaan met een verwijzing naar de regels.
De rechter zegt dus niets over de onvoldoende zelf, maar eist transparantie over de afweging: staat een jaar studievertraging wel in verhouding tot het verzoek van een student in deze omstandigheden?
Les voor studenten
De uitspraak laat ook zien dat studenten hun bijzondere omstandigheden meteen bij de opleiding moeten melden, zoals deze student heeft gedaan. Dat verplicht onderwijsinstellingen namelijk om er rekening mee te houden bij een verzoek om een extra herkansing, aldus Van Berkel.