UT-onderzoekers willen banden minder hard laten slijten

| Martin ter Denge

Hoogleraren Matthijn de Rooij en Anke Blume van de faculteit Engineering Technology krijgen 1,2 miljoen euro van de NWO voor onderzoek naar slijtage van autobanden. Doel is om slijtvastere banden te ontwikkelen.

Foto ter illustratie.

In Nederland rijden volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zo’n elf miljoen personenauto’s rond, dus in totaal 44 miljoen banden. Gemiddeld maken die zo’n vijftienduizend kilometer per jaar. De slijtage die dat veroorzaakt, levert een uitstoot van zo’n 20 miljoen kilo aan rubber microdeeltjes per jaar, die in de natuur terechtkomen. Dat is een vierde van het totaal aan microplasticvervuiling en levert dus een flinke bijdrage aan mogelijke milieu- en gezondheidsrisico’s. ‘En dan laten we vrachtwagens en zware bussen nog buiten beschouwing’, schets De Rooij het probleem.

Anke Blume en Matthijn de Rooij.

Gezamenlijk onderzoeksvoorstel

Daarom onderzoeken ET-hoogleraren De Rooij en Blume hoe een band slijt en wat eraan gedaan kan worden. In hun gezamenlijke voorstel met de titel Towards the next generation of tires: Development of micro-abrasive resistant tire treads willen ze uiteindelijk slijtvastere banden ontwikkelen en meer inzicht krijgen in hoe deeltjes vrijkomen. Een belangrijk subdoel van het onderzoek is een slijtagediagram ontwikkelen dat als standaard voor banden gaat gelden. ‘Zo kun je straks voor elke bandensamenstelling aflezen hoeveel deeltjes er bij gemiddeld gebruik vrij komen.’

Rubber en wrijving

Blume richt zich vooral op de samenstelling van de banden, de combinaties van soorten rubber, elastomeren en andere materialen. ‘In ons laboratorium onderzoeken we loopvlakmengsels op slijtvastheid onder diverse omstandigheden.’ De Rooij kijkt wat er precies gebeurt als een band contact maakt met wegoppervlakken, de zogenoemde tribologie, ofwel wrijvingskunde. ‘We weten bijvoorbeeld al dat een band zich onder het rijden anders gedraagt dan in stilstand. Maar we weten eigenlijk nog niet goed wat er gebeurt als banden slijten. Dat gaan we in het lab nabootsen en meten. Verder staat een band natuurlijk niet op zichzelf, dus moet je naar het hele plaatje kijken. Vandaar ook dat er partners vanuit de hele industriële keten van bandenmakers bij betrokken zijn.’

Andere factoren die volgens De Rooij meewegen zijn bijvoorbeeld het gewicht van de auto dat op de banden drukt of hoeveel lucht er in de banden zit. Ook het type motor in de auto zorgt weer voor wisselende resultaten: ‘Een elektromotor zorgt voor een veel directere aandrijving. Meer slippen van de band dus en meer slijtage.’

Het project wordt straks uitgevoerd door twee promovendi en een EngD-student. ‘Over vier jaar weten we meer.’ Tot die tijd is er nog een lange weg te gaan.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.