Horizon Europe strekt zich inmiddels uit tot de andere kant van de wereld. In vijf jaar tijd zijn veertien niet-EU-landen toegetreden, waaronder Zuid-Korea, Egypte en Nieuw-Zeeland. Vorig jaar zijn er gesprekken geopend met Australië en met Japan zijn de onderhandelingen net afgerond.
Het Europese programma Horizon, dat jaarlijks ruim dertien miljard euro aan wetenschappelijk onderzoek spendeert, telt nu 23 ‘geassocieerde’ landen, naast de 27 EU-lidstaten.
Betalen
Japan zal de overeenkomst later dit jaar ceremonieel ondertekenen, maar nu al kunnen Japanse wetenschappers ervan profiteren. Ze hoeven niet langer bij een Europese onderzoeksgroep aan te sluiten om aanspraak te kunnen maken op Europese subsidie. Ze mogen nu zelf aanvragen indienen voor Japans onderzoek op Japanse bodem.
Daar betaalt het land wel voor. De details over de deal worden pas later bekendgemaakt, maar partnerlanden spenderen vaak meer aan Horizon dan dat hun wetenschappers uit het programma terugkrijgen.
Toch doen landen graag mee, vertelt Annabel Hoven. Ze is sinds kort van baan veranderd maar ten tijde van het gesprek was ze beleidsadviseur van Neth-ER, de belangenorganisatie van Nederlandse kennisinstellingen in Brussel. ‘Horizon is inmiddels een soort internationaal merk geworden. Het financiert alleen excellent onderzoek en het is een competitief systeem. Wetenschappers zetten een Horizonbeurs graag op hun cv.’
Geopolitiek ruilmiddel
Hierdoor kan de EU het programma inzetten als diplomatiek instrument, zegt Hoven. De wetenschappen worden ingezet als middel om de banden met andere landen aan te halen. Europa heeft daarbij iets te bieden. Want alleen China en de Verenigde Staten kunnen op het gebied van de wetenschap met de EU concurreren. En daar is de EU zich van bewust.
De verantwoordelijke Eurocommissaris, Ekaterina Zaharieva, noemt wetenschap en innovatie ronduit een geopolitical currency: een internationaal ruil- of betaalmiddel. ‘Vandaag de dag vertalen wetenschap, technologie en innovatie zich meer dan ooit in macht en geopolitieke invloed.’
Voor de EU is ‘wetenschapsdiplomatie’ inmiddels een onderdeel van de diplomatieke gereedschapskist. Zo beloofde Egypte in 2024 de migrantenstroom naar Europa te beperken. Een jaar later trad het land toe tot Horizon.
Veiligheid en stabiliteit
Meri Georgievska-Van de Laar, directeur Europese zaken van de Erasmus Universiteit is niet cynisch over wetenschap als internationaal smeermiddel. Ze heeft zelf gezien hoe Europese samenwerking vooruitgang bracht in Macedonië, waar ze geboren en getogen is, en in Turkije, waar ze lang heeft gewerkt. Beide landen zijn kandidaat-lid van de EU en kregen daarom alvast een lidmaatschap van Horizon.
Wat haar betreft worden nog meer landen ten zuiden van Europa bij Horizon betrokken. ‘Deze landen hebben expertise op gebieden waarop Europa kwetsbaar is: waterzekerheid, droogtebeheer, infectieziekten, duurzame landbouw... we kunnen veel van hen leren.’ Tunesië doet al langer mee; met Jordanië kondigde de EU begin januari geleden nieuwe gesprekken aan.
Veilige en stabiele landen om ons heen vergroten bovendien de veiligheid van Europa, denkt Georgievska-Van de Laar. ‘In feite krijgen we er dankzij de deelname van landen als Egypte strategische bondgenoten bij, die ons ook nog eens betalen voor hun deelname en hun talent en kennis met ons delen.’
Miljard ‘inwoners’
Al in 1987 deed Zwitserland mee aan de voorloper van Horizon en in de jaren negentig volgden IJsland, Noorwegen en Israël. Later kwamen er meer, maar vooral sinds 2021 gaat het hard. Alleen al omdat sindsdien landen van over de hele wereld in aanmerking konden komen. Veertien nieuwe partnerlanden sloten zich aan, waaronder Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea en Canada.
Dankzij de 124 miljoen Japanners die nu aanhaken, hebben de 23 partnerlanden samen 593 miljoen inwoners, tegen 450 miljoen van de EU-lidstaten zelf. Opgeteld hebben de Horizon-landen samen meer dan één miljard inwoners. Wordt het voor wetenschappers uit het kleine Nederland nu moeilijker om geld te bemachtigen?
Concurrentie?
Vooral uit landen als Japan, Zuid-Korea, Nieuw-Zeeland en Canada kun je veel beursaanvragen verwachten, denkt Annabel Hoven van Neth-ER. In die landen is de wetenschappelijke infrastructuur verder ontwikkeld.
Maar tegelijkertijd wordt dankzij de uitbreiding de pot met geld groter. ‘En de zeggenschap over dat geld blijft bij de EU. De geassocieerde landen spelen een rol in de uitvoering, maar hebben geen inspraak in strategische keuzes, bijvoorbeeld over welk type onderzoek geld krijgt.’
Misschien hoeven Nederlandse wetenschappers er niet per se op achteruit te gaan als meer landen deelnemen. Toen het Verenigd Koninkrijk, een wetenschappelijke supermacht, na de Brexit weer aanhaakte bij Horizon, had dat geen gevolgen voor de hoeveelheid toekenningen aan Nederland.
Wereldmacht
De samenwerking met niet-Europese landen kwam onder een vergrootglas door het Israëlische geweld in Gaza. De Europese Commissie overwoog vorig jaar om het land uit Horizon te zetten, maar vooral Duitsland hield dat tegen. In Nederland pleit de KNAW nog steeds voor het schorsen van Israël uit Horizon.
Hoe zit het dan bijvoorbeeld met Egypte? Dat land kampt niet alleen met corruptie, maar is ook weinig democratisch en kent nauwelijks academische vrijheid. De KNAW heeft tot nu toe geen standpunt ingenomen over de toetreding van Egypte. Dat bevestigt een woordvoerder.
De waarden van de EU en van wetenschappers zullen nog vaker botsen. We moeten daar niet naïef over zijn, zegt Georgievska-Van de Laar van de Erasmus Universiteit. Natuurlijk moet je de kennisveiligheid in de gaten houden, zoals de EU ook doet. ‘We moeten samenwerken waar het veilig en nuttig is en beschermen wat gevoelig en strategisch is. Maar alleen door samen te werken maken we van Europa een toonaangevende wetenschappelijke wereldmacht.’