In middelgrote steden is er soms te weinig kennis en ervaring op het gebied van studentenhuisvesting. Daar moet het kabinet iets aan doen, staat in een motie die donderdag is ingediend tijdens het debat over de begroting van het ministerie van Volkshuisvesting.
De ondertekenaars zijn toekomstige regeringspartijen D66, CDA en VVD plus oppositiepartijen GroenLinks-PvdA en ChristenUnie. Ze zijn dus nu al verzekerd van een meerderheid.
In de middelgrote steden zijn meestal geen gespecialiseerde studentenhuisvesters actief, stellen deze fracties. Woningcorporaties in deze steden beschikken dus niet altijd over de specifieke kennis en ervaring die nodig is voor studentenhuisvesting. En dat geldt ook voor de ambtenaren, die de strenge regels rond verkamering en splitsing van woningen moeten hanteren.
Kennis delen
Het kabinet zou een ondersteuningsprogramma voor studentenhuisvesting moeten optuigen, waarin woningcorporaties en ambtenaren in gemeenten als Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht hun kennis en ervaring delen met collega’s in andere steden. Het doel: de bouw van onzelfstandige woonruimte voor studenten versnellen.
Demissionair minister Mona Keijzer (BBB) kan hiervoor geen extra geld toezeggen, onderstreepte ze in het debat. Je zou de motie overbodig kunnen noemen, zei ze, bijvoorbeeld omdat er al een studentenhuisvestingsregisseur is. ‘Maar uiteindelijk staat er onder deze motie een dikke Kamermeerderheid, dus daarmee verplicht u zichzelf ook wel om daar middelen voor te vinden.’
Geen vergunning
Wel meent ook Keijzer dat het beter kan met het splitsen en delen van woningen. In de gemeente Utrecht hoef je geen vergunning meer aan te vragen als je een woning met maximaal drie personen deelt, hield ze de Tweede Kamer voor. ‘Zoals we allemaal weten, is Utrecht een studentenstad. Als het daar kan, dan denk ik dat er weinig plekken in Nederland zijn waar het niet kan.’ Ze noemde het een inspirerend voorbeeld.
Ze schetste het dilemma van de beleidsmakers: de gemeenten gaan over het lokale woonbeleid, zoals het splitsen van woningen, want dat is eigenlijk het niveau waarop die afwegingen het best gemaakt kunnen worden. ‘Tegelijkertijd zie je gewoon in de praktijk dat gemeenten onvoldoende ambtelijke capaciteit hebben’, meent Keijzer. Als iemand aan het loket vraagt of hij een woning mag splitsen, dan lukt het niet altijd. ‘Dan is het: moeilijk, moeilijk, moeilijk, onvoldoende capaciteit.’
Je kunt dan landelijk beleid maken, legde Keijzer uit, maar dat is minder toegesneden op de lokale situatie. Dat is dus een kwestie van kiezen, maar dat laat ze aan het volgende kabinet over.