Hoe hoger op de ladder, hoe meer overwerk

| HOP, Bas Belleman

’s Avonds of in het weekend nog even de laptop openklappen is doodgewoon in het hoger onderwijs en onderzoek. Hoe hoger in de boom, hoe meer de mensen overwerken, meldt het Rathenau Instituut.

Dat blijkt uit een vierjaarlijks onderzoek naar de drijfveren van onderzoekers en docenten aan universiteiten en hogescholen, waarvoor bijna 2.300 docenten en onderzoekers een enquête hebben ingevuld.

Van de promovendi werkt ruim de helft meer uren dan afgesproken. Dat loopt op tot ruim 90 procent onder hoogleraren. In het hbo gaat het ook zo. Van de hbo-docenten en docent-onderzoekers draait 64 procent meer uren dan in het contract staat, tegen 71 procent van de managers en 81 procent van de lectoren.

In het gedrang

Door de werkdruk komt met name het onderzoek in het gedrang. De meeste respondenten hebben er minder tijd voor dan afgesproken, zeggen ze. Logisch dat een meerderheid er graag meer ruimte voor zou hebben. Management- en organisatietaken zijn minder populair.

En lesgeven? Daarover zijn de meningen verdeeld. Aan de universiteiten zou de helft (51 procent) minder tijd willen besteden aan onderwijs en een derde (32 procent) wil minder bezig zijn met het begeleiden van studenten. ‘Daartegenover staat dat een kwart van de wetenschappers aan universiteiten juist meer tijd aan deze taken zou willen besteden’, schrijft het Rathenau erbij.

Aan de hogescholen zien de rapportschrijvers hetzelfde patroon. Daar zou 40 procent van de respondenten graag minder tijd in het onderwijs steken en 31 procent wil minder bezig zijn met studentenbegeleiding. ‘Ook hier zou ongeveer een kwart juist meer tijd hieraan willen besteden’, stelt het Rathenau.

In het hele hoger onderwijs zijn universitair docenten het minst tevreden met de tijd die ze aan onderzoek kunnen wijden. Promovendi daarentegen, die meestal weinig anders doen, zijn over het algemeen blij met hun tijd voor onderzoek.

Gender

Dit zijn allemaal gemiddelden. Maar persoonlijke factoren spelen ook een rol in het werk. Bij een op de drie respondenten strooien gezinssituaties of zorgtaken zand in de raderen, bij vrouwen net iets vaker dan bij mannen.

Meer dan 40 procent van de vrouwen meent dat haar gender een belemmering is bij het realiseren van haar ambities, terwijl omgekeerd 16 procent van de mannen juist in het nadeel denkt te zijn.

Mentale of fysieke beperkingen dwarsbomen vrouwen meer dan mannen: 15 tegen 3 procent. Verder voelt een klein groepje mannen zich in zijn ambities belemmerd door zijn seksuele geaardheid, terwijl vrouwen dit bijna nooit noemen.

Erkennen en waarderen

Onder het motto ‘erkennen en waarderen’ streven de universiteiten naar een betere verdeling van de taken. Maar als het Rathenau aan de respondenten vraagt wat zij belangrijk vinden bij de beoordeling, dan steekt bij de universitaire medewerkers de kwaliteit van de publicaties nog altijd boven alles uit. Dat geldt voor alle rangen, van docent tot hoogleraar. Op de tweede plaats komt ‘de tevredenheid van de mensen die ik begeleid’, zoals studenten en promovendi.

Bij de vraag waar ze zelf in de praktijk op beoordeeld worden, noemen ze nog vaker de onderzoeksprestaties. Het aantal publicaties zou ook een grote rol spelen, hoewel de respondenten daar zelf minder waarde aan hechten.

Bij hogescholen, die meer op onderwijs gericht zijn, is dat anders. Daar noemen de respondenten de tevredenheid over de begeleiding het meest, evenals de ‘voortgang van studenten’. De onderzoekers onder hen willen ook graag de verbinding tussen onderzoek en onderwijs leggen en bijdragen aan kennisbenutting.

Corona

De enquête is ingevuld tussen juni en september 2021, dus de coronacrisis speelde er nog doorheen. Vooral onderzoek heeft onder de crisis te lijden gehad, terwijl de respondenten juist meer tijd moesten besteden aan onderwijs.