UT-hoogleraar loopt per ongeluk halve marathon

| Stan Waning

UT-hoogleraar Mariëlle Stoelinga dacht dat ze zondag deelnam aan de vijf kilometer op de Enschede Marathon. Het bleek uiteindelijk de halve marathon te zijn, ruim vier keer zoveel kilometers.

Veel hardlopers werken maanden naar een marathon toe, inclusief voorbereidingen, duurtrainingen en voedingsschema’s. Stoelinga, die zich bezighoudt met risicomanagement van complexe systemen, besloot vlak voor de wedstrijd om een mooie poging te wagen op de vijf kilometer. ‘Maar tussen de start van de vijf kilometer en de halve marathon zat maar een kwartier en ik was tien minuten voor de start aanwezig. De menigte schoof steeds verder op, tot dat iedereen begon te rennen. Ik besloot maar mee te gaan, misschien was de start iets naar voren opgeschoven.’

Water

Maar naarmate de eerste kilometers vorderden, merkte Stoelinga dat het niet helemaal klopte. De mensen om haar heen liepen wel heel rustig voor een korte afstand als de vijf kilometer. ‘En iedereen had water mee, dat is ook niet gebruikelijk op zo’n afstand. Bovendien duurde het heel lang voordat we een keer afsloegen.’

Precies op het moment dat Stoelinga besefte dat er echt iets verkeerd ging, zag ze dat de andere lopers allemaal rode startnummers droegen. Op haar shirt zat een groen startnummer opgespeld. ‘Ik liep dus in het deelnemersveld van de halve marathon.’

Ze bedacht zich geen moment en besloot om voor de 21 kilometer te gaan. ‘Ik moest toch terug naar het startpunt. Wat moet je anders doen? Rond de tien kilometer kwam ik nog een bekende tegen, waar ik even mee kon babbelen. En de vele mensen en muziek langs de kant helpen je er echt door.’

Weinig gegeten

Zo maakte Stoelinga dus totaal onverwacht haar debuut op de halve marathon. Of dat voor herhaling vatbaar is? ‘Dat weet ik nog niet, maar blijkbaar kun je meer dan je denkt. Met een tijd van 2 uur en 12 minuten ben ik dik tevreden. Bij de drinkpunten deed ik even rustig aan, om het water goed binnen te krijgen. En ik had vooraf ook weinig gegeten, dus nam overal waar het kon tussendoor een banaantje mee. De laatste zes kilometers waren echt op het tandvlees, maar het is me gelukt.’