Oud-UT'ers hossen als prins en adjudant door Boekelo

| Stan Waning

Joris Smit (45) en Michel Boedeltje (41) studeerden rond de eeuwwisseling samen op de UT en woonden aan de Calslaan. Zondag zijn ze als prins en adjudant de hoofdrolspelers tijdens het carnaval in Boekelo. ‘Aan de Calslaan vierden we een soort campuscarnaval.’

Photo by: Marlies Bosma
Joris Smit (links) en Michel Boedeltje (rechts).

Gestoken in keurige carnavalsjasjes lopen de twee dinsdagavond over het spoor van Museum Buurtspoorweg in de richting van De Buren. Het eetcafé fungeert als residentie van carnavalsvereniging De Soaltkloet'ns. Een strenge selectie is daar niet aan voorafgegaan. In Boekelo is het aantal cafés immers op één hand te tellen.

Eenmaal binnen springt de UT-achtergrond van Smit en Boedeltje gelijk in het oog. De carnavalsmedaille die aan een koord om hun nek bungelt, heeft met de cirkels en driehoeken dezelfde contouren als het oude UT-logo. ‘De UT is namelijk wat ons bindt. Daar leerden we elkaar kennen. De inhoud van de driehoeken is alleen veranderd. De Brabantse vlag voor Joris, de vlag van Groningen voor mij’, vertelt adjudant Michel.

Tentfeesten

Of ze zich dat ooit konden bedenken? Dat ze ruim vijftien jaar na hun studententijd, samen als carnavalsduo aan tafel zouden zitten in een café in een Twents dorp met zo’n 2.500 inwoners? Van wonen aan de Calslaan naar nieuwbouwwijk De Bleekerij? Boedeltje: ‘Totaal niet. Ik had bovendien lange tijd weinig met carnaval. Ik kom uit Oude Pekela, een dorp in Groningen. Daar heb je tentfeesten, maar geen carnaval. Dat leerde ik hier in Boekelo pas kennen.’

Vooral die kleine feesten die steeds groter werden, die waren mooi. Zo ook in onze eigen flat. Dan ging het meubilair naar buiten, timmerden we een badkuip in de woonkamer, tien fusten bier naar binnen en feest vieren. Een soort campuscarnaval.

Wim Sonneveld

Prins Joris daarentegen groeide op met carnaval in Deurne, een Brabants dorp – of eigenlijk Het Dorp volgens zanger Wim Sonneveld. ‘Van jongs af aan. Ik herinner me van mijn eerste UT-jaar nog dat we op carnavalsmaandag een tentamen hadden. Met een groepje Brabantse jongens gokten we maar op de herkansing. Carnaval ging toch voor. Twee jaar geleden was ik tijdens carnaval voor het werk in Louisiana. Daar vierden ze toen Mardi Gras, dat iets wegheeft van carnaval. Ook daar heb ik me heel goed vermaakt.’

Smit begon in 1995 aan zijn studie chemische technologie en hij woonde aan Calslaan 30A. Boedeltje startte vier jaar later en woonde aan nummer 22. Op de campus was carnaval toen niet echt een thema. Smit: ‘Ik ben gepromoveerd aan de UT, dus ik zat er tot en met 2006, maar je zag door de jaren heen de tijden veranderen. In het begin mocht echt alles op de campus.’

Campuscarnaval

Zijn adjudant vult dat aan met een voorbeeld. ‘In mijn herinnering komen de flatfeesten als eerste boven. Alles kon, soms had je er meerdere per weekend.  Vooral die kleine feesten die steeds groter werden, die waren mooi. Zo ook in onze eigen flat. Dan ging het meubilair naar buiten, timmerden we een bar in de woonkamer, tien fusten bier naar binnen en feest vieren. Een soort campuscarnaval. Studeren gebeurde met mate.’

Zowel Smit als Boedeltje stortten zich destijds in het rijke campusleven. Laatstgenoemde nam zitting in de introductiecommissie en meerdere borrelcommissies, Smit was de eerste voorzitter van fusievereniging BSV de Stoottroepen (biljart). Zo’n twintig jaar later mengen ze zich in hun woonplaats Boekelo ook tussen de gemeenschap. Het dorp mag dan niet al te groot zijn, dat geldt wel voor de carnavalsvereniging met zo’n 350 actieve leden. Die komen overigens ook uit Twekkelo, Oele, Beckum en Usselo. Joris: ‘Ik ging voor carnaval altijd nog terug naar Brabant, tot het moment dat ik de optocht hier langs mijn huis zag komen. Michel raakte later betrokken en nu zijn we prins en adjudant. Zo snel kan het gaan.’

Proclamatie in het Twents

De Boekelose carnavalstraditie kenmerkt zich zoals in zoveel steden en dorpen met een enorme hoeveelheid aan officiële plichtplegingen, vaak in het geheim. Het duo diende bijvoorbeeld een proclamatie te schrijven, in het Twents. Een flinke kluif voor een Brabander en een Groninger. Michel: ‘Met het schrijven hebben we hulp gehad, maar het uitspreken van de proclamatie was veel oefenen, al zit ons motto er inmiddels goed in: ‘De pauze is veurbie, d’r an met de lippe!’

Het motto vat het thema in Boekelo dit jaar goed samen. Want dat de pauze veurbie is, willen ze maar wat graag weten. Vorig jaar beperkte carnaval zich tot een paar onlinebijeenkomsten, twee jaar geleden zette de storm een streep door de optocht. ‘Dat maakt deze editie toch bijzonder. De aanloop was langer dan normaal en telkens was het schakelen. Gelukkig maakten we een goede keuze door de optocht te verplaatsen naar begin april. Ik verwacht niet zo’n drukte als normaal, maar dat mag de pret niet drukken’, aldus Smit. Boedeltje: ‘Vrijdag wordt de kloet’n (soort liksteen, red.) gehesen. Dat is een sleuteloverdracht, waarbij ook een wethouder van de gemeente Enschede aanwezig is. Zaterdag hebben we een themadag en zondag is er dan eindelijk weer een optocht in Boekelo. We hebben er zin in.’