Veel animo voor onderzoek naar CoronaMelder-ervaringen

| Marieke Enter

Voor een onderzoek naar het gebruik en de waardering van de CoronaMelder-app deed UT-hoogleraar Lisette van Gemert vorig week een oproep via dagblad Tubantia. Ze zoekt mensen die via de CoronaMelder een waarschuwing hebben ontvangen óf verstuurd. De oogst aan reacties is opmerkelijk groot.

De CoronaMelder registreert op basis van bluetooth of je dicht bij iemand anders was. Hoe dichterbij, hoe sterker het bluetoothsignaal. (Illustratie: CoronaMelder.nl)

Hoe gebruiken Nederlanders de inmiddels al vier miljoen keer gedownloade CoronaMelder, en wat vinden ze daarvan? En specifieker: hoe reageren ‘gewaarschuwden’ en ‘waarschuwers’ op de app? Dat zijn de vragen die Van Gemert en haar mede-onderzoekers in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wil beantwoorden via kwalitatief onderzoek. Het lastige is alleen dat de privacy van de app-gebruikers zo goed geregeld is dat die kandidaten niet zomaar te traceren zijn. Via de GGD’s zou dat voor een deel wel kunnen – zij contacten immers de mensen die een ‘sleutel’ hebben ontvangen om via de CoronaMelder andere app-gebruikers te waarschuwen – maar die hebben hun handen al meer dan vol. Daarom bewandelde Van Gemert een ander pad, via Tubantia. Die zag wel nieuwswaarde in het onderzoek en de bijbehorende zoektocht naar vijftig proefpersonen, getuige dit bericht.

Leverde het Tubantia-bericht je iets geschikts op?

‘Zeker! Al binnen een paar dagen had ik verschillende bruikbare reacties binnen van mensen die willen meewerken aan het (anonieme) onderzoek, waaronder opvallend veel mensen die willen delen wat er in hun ogen misgaat met de CoronaMelder. Mensen blijken moeilijk te kunnen accepteren dat zo’n door de overheid gelanceerde app niet altijd onfeilbaar is. We zijn die reacties nu aan het inventariseren en een deel van deze mensen gaan we daadwerkelijk interviewen. Daarnaast zoeken we verder naar ‘waarschuwers’ en ‘gewaarschuwden’ die zo’n Tubantia-oproep waarschijnlijk níet onder ogen krijgen, zoals laaggeletterden en arbeidsmigranten. Om ook ouderen en gehandicapten goed in het onderzoek te betrekken, is het een groot voordeel dat we dankzij de Experivan van het BMS-lab straks naar mensen kunnen toegaan.’

Wat ga je precies onderzoeken?

‘Het RIVM en LifeLines nemen al periodiek surveys af waarin wordt gevraagd of mensen de app gedownload hebben en of ze die willen gaan gebruiken, ofwel wat hun intenties en attitudes zijn. Daaruit komt naar voren dat Nederlanders best een hoge intentie hebben om die app te gebruiken - vier miljoen downloads is ook lang niet slecht. Tegelijkertijd is nog niet zo duidelijk hoe ze er op langere termijn tegenover staan. Op dit moment zijn best veel mensen neutraal: hun attitude over het nut van zo’n app is niet positief en niet negatief. Over het daadwerkelijke gebruik weten we nog niet veel, vanwege de privacy by design.’

Geeft de forse respons op je Tubantia-oproep niet al een indruk?

‘De CoronaMelder houdt mensen duidelijk bezig, ja. Uit de respons komt een aantal beelden naar voren waarvan ik verwacht dat we die in de interviews alleen nog maar meer gaan vinden. Mijn zorg is vooral dat veel mensen de app nog niet zo heel goed begrijpen en daardoor ook nog niet zo goed gebruiken. Van sommigen hoor ik bijvoorbeeld dat ze de app hebben verwijderd, omdat ze toch nooit een notificatie kregen. ‘Dan functioneert de app dus niet goed’, concludeerden ze dan ten onrechte. Anderen verwijderen de app juist omdat ze wél notificaties kregen, maar vervolgens niet tien dagen thuis kunnen of willen blijven. Testen zonder klachten mocht tot nu toe namelijk nog niet, waardoor een deel van het bestaansrecht van de app wegvalt. Gelukkig maakte minister De Jonge dinsdag bekend dat dat per 1 december verandert. De testcapaciteit is dan voldoende verruimd om iedereen – ook de mensen zonder klachten – te kunnen testen op de vijfde dag na een notificatie van de CoronaMelder. Dat betekent dat de app weer nieuwe betekenis kan krijgen en veel zinvoller wordt, zoals het oorspronkelijk bedoeld was.’

Het onderzoek duurt drie maanden, wanneer verwacht je resultaten?

‘Omdat de Tweede Kamer ook volop bezig is met dit onderwerp, is het de bedoeling dat we onze inzichten zo snel mogelijk en liefst op wekelijkse basis delen met de Kamer. Daar wachten we dus niet mee tot het hele onderzoek is afgerond.’