‘Onderzoek en innovatie zijn de motor om uit de crisis te komen’

Ook de universiteiten weten niet wat de toekomst brengt, zegt voorzitter Pieter Duisenberg van universiteitenvereniging VSNU, maar één ding is zeker: ze doen er alles aan om het onderwijs en wetenschappelijk onderzoek op peil te houden.

Photo by: Gregor Servais

Natuurlijk zouden de universiteiten liever onderwijs op de campus geven, erkent Duisenberg. Studenten leren veel door te sparren met docenten en studenten. En onderwijs op afstand is even wennen. ‘Hoe gaat een college, hoe doe je mee in een onderwijsgroep, hoe maak je thuis tentamens?’

Maar met alle ups en downs gaat het gaat toch heel goed, vindt hij. ‘We leren veel over online onderwijs in deze crisis. De voorkeuren zijn misschien een beetje opgeschoven.’

Het kan!

Zelf gaf hij onlangs een gastles aan het university college van de Rijksuniversiteit Groningen. Dat moest online. ‘Liever was ik daar op de campus geweest, maar het ging prima en de studenten deden heel goed mee. Dus het kan!’

De crisis zal ongetwijfeld grote gevolgen hebben voor de universiteiten – ook financieel. Misschien komen er minder internationale studenten, misschien willen bedrijven minder bijdragen aan het wetenschappelijk onderzoek, maar het is koffiedikkijken. Duisenberg wil liever niet speculeren. ‘Het hangt af van hoe diep de crisis is en wat het kabinet besluit.’

Het enige wat de universiteiten kunnen doen, is zorgen voor de continuïteit van onderwijs en onderzoek, zegt hij. Ze werken aan praktische oplossingen voor de anderhalvemeter-universiteit: ze tekenen looproutes door het lab, ze maken plannen van aanpak voor tentamens en onderwijs op de campus.

‘Daarbij kijken we bijvoorbeeld naar vervoersbewegingen’, vertelt Duisenberg. ‘Komen de studenten met de bus? Als je ze vraagt om allemaal op de fiets te komen, waar moeten ze die dan stallen? Kan dat veilig?’

Versoepelingen

De vraag is ook welke studenten prioriteit krijgen in het onderwijs. Want de universiteiten gaan ervan uit dat ze voorlopig nog niet naar de oude situatie terug kunnen. ‘We praten met de ministeries van Onderwijs en van Infrastructuur over mogelijke versoepelingen tot aan de zomervakantie en we bekijken allerlei scenario’s voor het nieuwe academisch jaar. We denken vooral aan tentamens, practica en afstudeerders.’

Het devies is: on campus als het kan, online omdat het kan. Duisenberg herhaalt deze VSNU-slogan een paar keer in het interview. Aankomende studenten moeten weten dat ze gewoon kunnen studeren en dat ze goed onderwijs krijgen, wil hij onderstrepen.

Maar helemaal business as usual is het natuurlijk niet. De Maastrichtse rector Rianne Letschert zei dat sommige universiteiten misschien ‘instorten’ als studenten een paar jaar wegblijven en onderzoeksgeld verdampt. Is de toekomst duister voor de universiteiten?

Je kunt gewoon niet goed voorspellen wat het effect van de crisis op de langere termijn is, zegt Duisenberg. Maar de universiteiten zetten zich we schrap. Neem alleen al het geld dat bedrijven en goede doelen aan het wetenschappelijk onderzoek besteden: wat gaat daarmee gebeuren?

City Swim

‘Ik heb gisteren met de stichting ALS gesproken’, zegt Duisenberg. ‘Die mensen organiseren elk jaar de City Swim, waarmee ze jaarlijks zes miljoen euro voor het onderzoek naar die spierziekte ophalen. Dat evenement gaat nu niet door.’ Hoe behoud je dan de continuïteit van het ALS-onderzoek?

Dat is het soort de problemen waar de universiteiten zich voor gesteld zien en de antwoorden zijn niet eenvoudig. Zelfs de omvang van de schade is niet duidelijk. ‘Wel weet ik dat iedereen kennis en innovatie overeind wil houden, zowel het kabinet als het bedrijfsleven’, zegt Duisenberg. ‘Onderzoek en innovatie zijn de motor om uit de crisis te komen.’

Over de precieze schade wil Duisenberg nog niets zeggen, laat staan over financiële steun van het kabinet. Houdt hij soms de kaarten tegen de borst vanwege de onderhandelingen met de ministeries van OCW en Economische Zaken? Nee hoor, zegt hij. ‘Ik zie het meer als samenwerken dan als onderhandelen. We moeten voor veel praktische zaken oplossingen vinden.’

Langer de tijd

De universiteiten hebben onderling allerlei praktische afspraken gemaakt. Als promovendi het nodig hebben, krijgen ze langer de tijd om hun onderzoek te voltooien. Maar het is wel maatwerk: soms is het misschien niet erg om een artikel minder te publiceren voordat je een proefschrift afrondt. ‘De promotie is een proeve van bekwaamheid. Het gaat om kwaliteit, niet kwantiteit.’ Dat idee opperde het Promovendi Netwerk Nederland eerder ook.

Andere wetenschappers met vertraging in hun onderzoek krijgen misschien een andere (of eerdere) beoordeling voordat ze in vaste dienst komen. Of ze krijgen een verlenging van hun tijdelijke contract, als dat nog mag. De universiteiten praten nu met de ministeries over verruiming van de mogelijkheden daartoe.

Wie hij overigens een compliment wil geven: de studenten. Zij houden zich goed in de crisis, vindt hij, en dan doelt hij niet alleen op het onderwijs. Zijn indruk is dat studentenhuizen vaak streng zijn in hun bezoekregelingen. ‘Als jij het huis uit gaat naar een ander huis toe, mag je soms niet meer terugkomen.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.