‘Dit is de fase van hard tegen hard’

| Jelle Posthuma

Klimaatorganisatie Urgenda klaagde in 2012 de Nederlandse Staat aan, omdat die te weinig zou doen om broeikasgassen terug te dringen. In een vol Amphitheater gaf Marjan Minnesma, directeur van Urgenda, dinsdagavond een Studium Generale-lezing over deze ‘rechtszaak uit liefde’ en vertelde ze hoe wij Nederland in 2030 honderd procent duurzaam kunnen krijgen.

Foto: Hiska Bakker (SG) in gesprek met Marjan Minnesma

Minnesma begint de avond met een mededeling. ‘Mijn lezing bestaat voor een derde deel uit een boodschap waar je depressief van wordt, het depri-deel. Daar moeten we doorheen, want ik wil de urgentie duidelijk maken. Daarop volgt gelukkig nog twee derde deel met oplossingen. Dus jullie gaan, als het goed is, blij naar huis.’

Urgenda

In 2012 spande klimaatorganisatie Urgenda een rechtszaak aan tegen de Nederlandse Staat. Drie jaar later volgde het opvallende vonnis: Urgenda had volgens de rechter volledig gelijk en zo dwong de stichting via de rechter af dat de uitstoot van broeikasgas met 25 procent moet dalen in 2020 ten opzichte van 1990. Wat volgde was een hoger beroep, ook gewonnen door Urgenda, waarop de staat in cassatie ging. Op 20 december van dit jaar velt de Hoge Raad dan eindelijk een definitief oordeel.

Het depressieve deel van de avond is met recht treurig te noemen. De CO2-concentratie in de atmosfeer is nog nooit zo hoog geweest, en bovendien nog nooit zo snel geklommen, vertelt Minnesma. Wat volgt zijn hitterecords, smeltende gletsjers en poolkappen, kapotte koralen, droogte en een extreme zeespiegelstijging. Dat laatste is voor het laag liggende Nederland niet heel gunstig. ‘Hoewel, hier in het oosten zit u nog goed. Ik kom als Amsterdammer hierheen.’

Dat vraagt om aandacht, zou je denken. Maar tot op heden is niets minder waar, stelt Minnesma. Voorlopig nemen de broeikasgassen alleen maar toe. Ook in Nederland is de CO2-emmissie de afgelopen decennia nagenoeg gelijk gebleven. Ons land behoort zelfs tot het slechtste jongetje (of meisje) van de klas als het gaat om duurzame energie en onze uitstoot per persoon. ‘We zeggen: jongere generatie, los het maar op. Maar dat vind ik immoreel. Ik wil niet tegen mijn kinderen zeggen: we hebben geen windmolens, want mama vond ze lelijk.’

Maatregelen

Daarom dus een ‘rechtszaak uit liefde’ tegen de staat, én oplossingen voor een duurzaam Nederland. In 2030 moet de uitstoot nul zijn volgens Urgenda. Kan dat technisch? Ja. Financieel? Jazeker. En qua mensen? Ook. ‘Als iedereen op zijn eigen plek het maximale doet, dan kunnen we het halen.’ Urgenda heeft veertig maatregelen om de transitie te realiseren, tijdens de lezing gedestilleerd tot vijf punten: anders wonen, anders vervoeren, anders eten, anders produceren en tot slot, anders energie opwekken.

Uit het lijstje volgen een aantal concrete tips van Minnesma. Die warmtepomp bijvoorbeeld, om het huis te verduurzamen, dat is toch hartstikke duur? Nee, want ook de energierekening (gemiddeld 35K over 15 jaar voor een Nederlands huishouden) verdwijnt. ‘Bovendien, je hoeft geen theemuts aan isolatie om je huis te zetten, om een warmtepomp te kunnen installeren en rendabel te maken.’

Een andere tip: ‘Waarom geven we werk forenzen geen 19 cent per kilometer als ze met de fiets komen, en dan schroeven we autorijden terug naar 10 cent.’ Of speciaal voor de studenten in de zaal: ‘Je kunt beter bier drinken dan wijn. Dat is veel duurzamer.’ Minnesma wil het vooral positief benaderen. ‘Mensen die echt willen, helpen wij hun huis verduurzamen. En reken maar als wij daarna een bord in de tuin plaatsen met ‘deze woning heeft geen energierekening’, dat de kritische buurman toch even komt vragen hoe dat zit.’

Debat

Na afloop krijgt de zaal gelegenheid om Minnesma het vuur aan de schenen te leggen. Maar tot een hevige klimaatdiscussie komt het niet. Waarschijnlijk kan de UT-gemeenschap zich goed vinden in het verhaal van de Urgenda-directeur. Een heel verschil met het nationale debat. ‘We zitten in de fase waarin het hard tegen hard wordt, dat is ook voorspeld in de theorie van de energietransitie.’

Toch komt er een kritische kanttekening vanuit de zaal: ‘Ik zit in de energiesector en we hebben véél te weinig goede mensen om de energietransitie te realiseren, om bijvoorbeeld de warmtepompen te installeren.’ Minnesma: ‘Dit is de fase waarin het schuurt. Mankracht is inderdaad een van de grootste problemen, maar ik denk dat we het door omscholing kunnen redden. We moeten wel.’

Verreweg het grootste gedeelte van de zaal lijkt het verhaal van Minnesma te onderstrepen. Er komt zelfs een concreet voorstel vanuit het publiek om de campus groener te maken. Student Erik Kemp stelt aan Minnesma voor om de campuswoningen te verduurzamen. ‘We hebben hier zo’n tweeduizend studentenwoningen. Zou u eens meewillen naar woningcorporatie De Veste om met hen om tafel te gaan zitten?’ Minnesma gaat van harte op de uitnodiging in. Want ook op de UT is er nog genoeg werk aan de winkel om het doel van 2030 te halen.