Photo by: Rikkert Harink
News

Hoe duurzaam is de UT?

| Rense Kuipers

Duurzaamheid zichtbaar maken en bewustzijn creëren, daar draait het deze week om tijdens de eerste ‘Sustainability Week’ van de UT. Hoe duurzaam zijn we nou echt als instelling? En kan het allemaal niet veel beter op onze groene campus?

Een gedegen methode om het begrip duurzaamheid tegen het licht te houden, is om te kijken naar je CO2-voetafdruk. Dat is vrij recent nog gedaan. Vorig jaar was de totale CO2-emissie van de UT 28596 ton, volgens een rapportage van Blonk Consultants. Een snelle rekensom en je komt op een kleine twee ton CO2 per UT’er. Dat is vijf keer zo weinig als de gemiddelde Nederlander, met de belangrijke kanttekening dat in de UT-berekening het gedrag van medewerkers en studenten thuis uiteraard niet is meegenomen.

Uit de rapportage van Blonk Consultants: Verdeling CO2-emissies Universiteit Twente 2018 per categorie.

‘Zeker niet slecht’

Met die informatie in het achterhoofd is het aan beleidsmedewerker duurzaamheid Brechje Maréchal om de vraag te beantwoorden hoe we het nou doen als UT. ‘Zeker niet slecht, laat ik dat vooropstellen’, antwoordt ze. ‘In lijn met overheidsdoelstellingen, besparen we ieder jaar 2 procent op ons energieverbruik. De vergelijking met andere universiteiten vind ik moeilijk te trekken, aangezien technische universiteiten vanwege de onderzoeksfaciliteiten sowieso een hoger verbruik hebben.’

Slag maken

Om een duurzaamheidsslag te maken, kiest de UT sinds kort voor een andere benadering dan in het verleden. Toen Maréchal in 2018 solliciteerde voor haar functie bij de UT, kon ze weinig vinden over duurzaamheid. ‘Vervolgens sprak ik collega’s over initiatieven en bleek dat eigenlijk best veel onder de noemer duurzaamheid te scharen is. Maar veel initiatieven zijn individueel of gefragmenteerd, of worden simpelweg niet opgeschreven omdat mensen het als een logisch onderdeel zien van hun werk of er de tijd niet voor hebben.’

Daarom is er nu een UT-breed programma, genaamd SEE, voor het beheer van de prestaties op het gebied van duurzaamheid, energie en milieu. Maréchal: ‘We werken nu aan een beleidsstuk om duurzaamheid integraal op te pakken. Dat stuk koppelen we aan de strategie van de UT voor de komende drie jaar.’

Eerste Duurzaamheidsweek UT

Deze week vindt de eerste duurzaamheidsweek plaats op de UT, met verschillende activiteiten rondom duurzaamheid op de campus van de UT en in het centrum van Enschede.

Misverstanden

Omdat het hele begrip duurzaamheid volgens Maréchal dusdanig breed en complex is, is het logisch dat er misverstanden op de loer liggen. Wie zich bijvoorbeeld groen en geel ergert aan de verlichting in de Horsttoren ’s avonds laat, heeft het niet meteen bij het rechte eind. ‘Laat op de avond is er veiligheidshalve verlichting aan. Om de vluchtwegen te verlichten voor mensen die nog aan het werk zijn’, aldus Maréchal, om aan te tonen dat er niet zomaar zaligmakende oplossingen voor handen zijn. ‘Al met al moet je heel goed kijken naar maatregelen die impact hebben en maatregelen die zichtbaar zijn.’

Een opschoondag georganiseerd door de vereniging Sustain is volgens Maréchal een mooi voorbeeld van een zichtbaar initiatief. ‘Dat helpt enorm om mensen mee te krijgen. Maar het draait natuurlijk niet alleen maar om zichtbaarheid.’ Impact is volgens Maréchal doorgaans een ander verhaal: in plaats van je druk te maken over de nachtelijke verlichting in de Horsttoren, kan de UT meer energie besparen door energiesystemen beter in te regelen in de gebouwen en naar besparingen bij grootverbruikers te gaan kijken. ‘Zo kan een subtiele efficiëntieslag in bijvoorbeeld het NanoLab, met een verbruik van 4 miljoen kilowattuur aan elektriciteit afgelopen jaar, al een slok op een borrel schelen. Ook de koelcirkel bij de Horst is niet zomaar een ‘lelijke bak water’, zoals ik veel mensen hoor zeggen, maar een duurzame manier om alle gebouwen eromheen te koelen. En ook al zie je ze niet, er liggen wel degelijk zonnepanelen op de onlangs gerenoveerde Technohal.’ Maréchal heeft nog een ander voorbeeld paraat. ‘Iets wat al gedaan is, maar weinig mensen opvalt, is het plaatsen van half-ondergrondse containers als vervanger voor kliko’s. Omdat vuilniswagens nu minder vaak hoeven te rijden, gaat de CO2-uitstoot omlaag.’

Brechje Maréchal. Foto: Rikkert Harink.

Energielabels

Ondanks de positieve stappen, ziet ook Maréchal nog genoeg mitsen en maren op weg naar een duurzamere UT. Neem bijvoorbeeld de energielabels van gebouwen, waarbij A++ staat voor ‘een heel energiezuinig’ en G voor ‘een heel onzuinig gebouw’. De Cubicus (bouwjaar 1973) kreeg vorig jaar energielabel A. Met de belangrijke kanttekening dat het gebouw is aangesloten op de stadsverwarming (met kwaliteitsverklaring), opgewekt uit biomassa. Zonder die stadsverwarming had de Cubicus energielabel E gekregen. Op die manier kreeg bijvoorbeeld ook de Spiegel een A in plaats van F. Het Paviljoen, waarin Maréchal zelf werkt bij de dienst Campus & Facility Management, krijgt zelfs energielabel G. ‘De overheid wil op z’n hoogst toe naar energielabel C voor kantoorgebouwen. In het geval van het Paviljoen moet je dus afwegen welke duurzaamheidsmaatregelen je wilt nemen, of dat je er misschien een andere functie aan moet geven.’

Niet alles heeft de UT zelf in de hand. Veel werk is uitbesteed, zoals de catering, afvalverwerking, groenvoorziening en schoonmaak. ‘Met de huidige contractanten moeten we een weg vinden om verbeteringen door te voeren’, zegt Maréchal. ‘Daar blijven we gezamenlijk aan werken. Zo opende Appèl onlangs een vega-vestiging in de Technohal. En onze partners staan gelukkig open voor vragen en opmerkingen. Daarom stonden de vier grote contractanten vandaag op de Sustainability Market in de Technohal.’

Vliegreizen

Niet alleen externe partijen kunnen stappen maken, dat geldt ook voor UT’ers zelf. ‘Heel zichtbaar is wat mensen eten. Al neem je kip in plaats van rood vlees, dat maakt al een verschil’, aldus Maréchal. Wat ook opvalt aan het gedrag van UT’ers, is het zakelijk verkeer. Al onze vliegreizen zijn verantwoordelijk voor zo’n 4000 ton CO2-uitstoot. ‘Natuurlijk begrijp ik de noodzaak van reizen wel’, zegt Maréchal. ‘Onderzoek is per definitie een internationaal fenomeen, waarmee je je onderzoek voortstuwt via nieuwe samenwerkingen en zo subsidies binnenhaalt. Soms heb je daar face-to-face contact voor nodig. Maar misschien kan je sommige afspraken overslaan, of kan het per Skype? Of kun je met een ander vervoersmiddel op werkreis?’

‘Altijd meer, altijd beter’

Meten is uiteindelijk weten om onszelf te verduurzamen, zegt Maréchal. ‘Dat doen we nu via het SEE-programma. Binnenkort volgt vanuit daar nieuw beleid waar we op terug kunnen vallen.’ Hoe ambitieus dat beleid gaat worden, is ook voor Maréchal afwachten. Maar dat het onderwerp onder veel mensen leeft, is voor haar zeker. Evenals de notie dat er nog genoeg werk aan de winkel is. ‘Zeker bij duurzaamheid geldt: het kan altijd meer en beter.’