'We leven met studenten mee'

| Rense Kuipers

De tentamenperiode: een snelkookpan van stress, concentratie, lange dagen in de bibliotheek en soms een vleugje wanhoop voor studenten. Hoe zit het met de beleving van docenten? Aan het woord zijn Pieter Roos, Rutger Brunink en Pascal Wilhelm.

Photo by: Arjan Reef
Pieter Roos die een college geeft.

Pieter Roos, universitair hoofddocent bij civiele techniek

‘Als docent ben je vooral benieuwd hoe je studenten het doen. Soms word je positief verrast, in andere gevallen eindigt het in een teleurstelling. Maar we leven ontegenzeggelijk met ze mee. Mijn rijinstructeur zei ooit dat-ie zenuwachtiger was bij een rijexamen dan degene die moest afrijden. Zo voelt het voor mij ook tijdens de tentamenperiode.

Je weet trouwens nooit honderd procent zeker of het tentamen dat je maakt waterdicht is. Ook al werken we eraan in een team, studenten moeten je altijd ter verantwoording kunnen roepen als iets niet klopt. Maar het is niet zo dat we bij inzage ‘op de markt staan’ om met ze te onderhandelen. Iedereen moet zijn eigen verantwoordelijkheid nemen, ook als het niet goed gaat.

‘Een goed tentamen is een goede afspiegeling van de lesstof’

Het individueel, schriftelijk tentamen is naar mijn idee een van de betere manieren om te meten wat iemand kan. We moeten ervoor waken dat we niet doorschieten in andere methodes, al zijn die niet per se slechter. Uiteindelijk gaat het om het behalen van de leerdoelen die we als opleiding stellen. Dan is het aan ons als docenten om te zorgen voor een goed tentamen. Hoe? Een dubbelzinnige vraagstelling is uit den boze. Een dubbelzinnige vraagstelling is uit den boze. Studenten mogen een vraag moeilijk vinden, maar niet omdat-ie onduidelijk geformuleerd is. Een goed tentamen is een goede afspiegeling van de lesstof.

Of ik ooit gekke antwoorden tegenkwam tijdens het nakijken? Wat me het meest is bijgebleven, is een student die al lang en breed doorhad dat hij het tentamen niet zou halen. Dus schreef hij een uitgebreid verhaal waarin hij duidelijk maakte dat het niet aan mijn colleges lag, maar aan hemzelf. Zo’n bedankje is een leuke opsteker voor mij. En we wisten allebei dat hij het de volgende keer beter zou doen. Ach, er zullen ook genoeg studenten zijn die me tijdens een tentamen even vervloeken. Maar weet dat wij als docenten ons betrokken en verantwoordelijk voelen, ook al hebben we het roer niet in handen op het moment dat de tentamenperiode aangebroken is.’

Rutger Brunink, docent academische vaardigheden bij psychologie en communicatiewetenschap

‘Nakijken is doorgaans een forse kluif, dat geef ik toe. Voor de opleiding psychologie zit het nakijkwerk er nu op. Bijna driehonderd schrijfopdrachten die we onder drie docenten hebben verdeeld. Voordat we met die klus beginnen, zorgen we dat we zoveel mogelijk op één lijn zitten. We bespreken waar we op letten, we kijken er een paar na en wisselen ze vervolgens onderling uit. Vervolgens proberen we binnen tien werkdagen klaar te zijn. Zelf was ik niet zo lang geleden nog student, ik weet hoe fijn het is om zo snel mogelijk je beoordeling te krijgen.

‘Zonder vooringenomenheid en zo fair mogelijk beoordelen’

Iedere student is trouwens anders. De verschillen merk ik extra goed door het grote aantal internationale studenten. Er zullen altijd studenten zijn die tevreden zijn met een zesje. Sommigen hebben geen flauw idee wat voor een cijfer in de lijn der verwachting ligt. En er zijn studenten bij wie het rauw op hun dak valt als ze een 6,5 hebben.

Bij het nakijken probeer ik zo min mogelijk informatie van individuele studenten te hebben. Iedere  docent heeft last van een bias: je hebt vooraf bepaalde verwachtingen van het werk van iemand. Het is moeilijk om dat te voorkomen. Vaak staat een naam en studentnummer al op de voorkant en weet je vanuit begeleidingsmomenten wel de invalshoek die iemand heeft gekozen. Ik probeer het werk van mijn studenten zonder vooringenomenheid en zo fair mogelijk te beoordelen. Daar heeft iedereen recht op.’

Pascal Wilhelm, docent bij University College ATLAS

‘Er gaat niets boven een goede toets, al pakken we het binnen ATLAS iets anders aan. We proberen de betekenis van een ‘tentamen’ te verleggen, omdat studenten zelf hun semesterdoelen bepalen. Eén of meerdere tentamens tijdens dat semester zijn in dat geval een middel om hun doelen te behalen. Ja, ik zie een positief effect, vooral op de motivatie van studenten. Er is minder focus op tentamens an sich en het leerproces blijft bovenaan staan. Dan helpt het niet om te verzanden in een veelheid van toetsen.

‘Het is moeilijk, intensief en we zijn het niet altijd met elkaar eens’

Een drukke periode breekt aan. Wij moeten nu de zelfevaluaties van studenten beoordelen. Dat kost ons een week. Met alle assessoren komen we bijeen om met zoveel mogelijk ogen te kijken naar het evaluatierapport van een student. Zo komen we tot een gewogen oordeel of iemand het wel of niet heeft gehaald. Dat is moeilijk, intensief en we zijn het niet altijd met elkaar eens. Het komt weleens voor dat een student zelf vindt dat een leerdoel niet behaald is, terwijl wij het daarmee oneens zijn.

Als docent werk je het gehele semester nauw samen met studenten. Je ziet van dichtbij hoe ze worstelen en weer bovenkomen. Dat maakt het werk zo ontzettend dankbaar. Ook al is het voor ons nu even roerig, het is ook een heel leuke tijd. Het is het einde van een hoofdstuk waar je samen aan werkte.’