Faculteitsraad EWI oneens met werving vrouwelijke hoogleraren

| Rik Visschedijk

De faculteitsraad van EWI ziet het niet zitten om coûte que coûte een vrouwelijke hoogleraar te werven. Dit negatieve advies gaf de raad eind juni aan decaan Joost Kok. Maar die gaat er niet in mee. Hij vindt een betere genderbalans belangrijk.

Photo by: Arjan Reef

De UT lanceerde onlangs de Hypatia-campagne. Die moet ervoor zorgen dat eind 2020 minimaal twintig procent vrouwelijke hoogleraren een aanstelling hebben op de UT. Om het beleid uit te rollen, zoekt elke faculteit dit jaar een hoogleraar.

Niet discrimineren

De faculteitsraad van EWI ziet de campagne niet zitten. Een positie openstellen alleen voor een vrouw gaat in tegen het UT-beleid om niet te discrimineren, schrijft de voorzitter Shing Long Lin. De raad is daarnaast bang dat deze manier van werven wantrouwen wekt op de werkvloer, omdat de nieuwe hoogleraar haar positie niet alleen te danken heeft aan vaardigheden en kennis.

Decaan Joost Kok laat in een reactie op 5 juli weten dat de Hypatia-hoogleraren extra posities zijn, die de carrièremogelijkheden van het huidige wetenschappelijk personeel niet in de weg zit. En, zo schrijft hij, de ‘standaard criteria’ gelden evengoed bij deze posities. Daarmee passeert hij het advies van de raad. Hij zegt wel toe om navraag te doen mij human resources (hr) over de legale houdbaarheid van de campagne.

Achterstand inlopen

Directeur hr, Joost Sluijs, zegt dat deze manier van werving geen probleem is. ‘We hebben de vacaturetekst genderneutraal opgesteld, maar geven wel de context aan. En die is dat we een aantoonbare achterstand hebben als het gaat om vrouwelijk wetenschappelijk personeel. We hebben met de minister van OCW afgesproken dat we 20 procent vrouwelijke hoogleraren hebben in 2020 en daar is dit een instrument voor.’

Mogelijke mannelijke kandidaten worden volgens Sluijs niet uitgesloten op de campus. ‘We zijn continu op zoek naar talent. Als die zich aandienen, dan kijken we of we een plek kunnen maken. Niet binnen de Hypatia-campagne, maar in de reguliere werving.’