Kijkje op campus die er misschien nooit gekomen was

| Rense Kuipers

Ruim honderddertig veelal oudere mensen kwamen gistermiddag samen in de kantine van de Horst. Reden van hun bezoek? Het zeventigjarige bestaan van de Stichting Universiteitsfonds Twente. Dat werd op gepaste wijze gevierd met de nazaten van de oprichters.

Photo by: Gijs van Ouwerkerk

Van vriendelijke handdrukken tot hartelijk omhelzen van oude bekenden. Het was gisteren zonder meer een ons-kent-onsfeestje. Niet gek als je bedenkt dat de stichters van het Universiteitsfonds zich vooral begaven in de kringen van de grootschalige Enschedese textielindustrie. Een flink aantal van de bijna vijftig stichtende bedrijven was nogal nauw verweven met elkaar.

'De UT is vooral veel groter geworden dan voorheen'

Bij veel aanwezige nazaten liggen de roots bij een textielfabrikant van weleer. Namen als Van Heek en Ten Cate, grondleggers van de Twentse textielindustrie, prijkten op de naamkaartjes. Marieke de Boer-Kok, wier grootmoeder ‘een Van Heek’ was: ‘Veelzeggend dat het een weerzien van oude bekenden is’, zegt ze. ‘Maar ontzettend leuk en bijzonder dat het op deze locatie plaatsvindt. De UT is vooral veel groter geworden dan voorheen, merk ik.’

Haar man, Jelle de Boer, is werkzaam aan de TU Delft. ‘Ik ben vanuit professioneel oogpunt vooral nieuwsgierig naar hoe de UT dit soort bijeenkomsten opzet en hoe ze omgaat met alumni en relaties.’ De Boer is overigens geen onbekende op de campus. ‘In de zeventiger jaren organiseerde de faculteit bouwkunde in Delft volop excursies naar de toenmalige Technische Hogeschool Twente. Het campusidee kende men nog niet in Nederland, dus het was ontzettend interessant om als student een kijkje te nemen, zeker ook naar de architectuur van de campusgebouwen.’

Geschiedenisles

De campus van de UT zoals we die vandaag de dag kennen, was er zonder de inspanningen van de stichting misschien wel nooit gekomen. Een korte geschiedenisles: in 1948 richtten de Commissarissen van de Koningin van Overijssel, Groningen, Friesland en Drenthe de ‘Stichting Technisch Hoger Onderwijs voor Noord- en Oost-Nederland’ op. Overwegend industriëlen sloten zich hierbij aan. Dat deden ze vanuit het gedeelde doel technisch hoger onderwijs in Noord- of Oost-Nederland te bevorderen.

Na ruim twaalf jaar lobbyen wierp het werk van de stichting zijn vruchten af: in 1961 besloot de regering tot het oprichten van een derde Technische Hogeschool in Nederland in de regio Twente. Mede gekozen vanwege het draagvlak in de regio. Die steun werd extra kracht bijgezet door de tientallen bedrijven en weldoeners die allen minimaal tienduizend gulden inbrachten. Het beheer van deze middelen werd toevertrouwd aan de stichting die eerst werd hernoemd tot Stichting Hogeschoolfonds Twente en in 1986 tot het huidige Stichting Universiteitsfonds Twente.

Verbondenheid

Terug naar de nazaten van de oprichters. Gea Jannink-Heuver nam bijna vier jaar geleden na 43 jaar dienstverband afscheid als medewerker van de universiteitsbibliotheek. ‘Ik vind het vooral interessant om een kijkje te nemen in de verschillende laboratoria die ik als medewerker nooit van binnen heb gezien.’

Ook Pieter Meerburg is geen onbekende van de UT en het fonds. ‘Mijn dochter is werkzaam voor het Universiteitsfonds. Ik heb het afgelopen jaar zelfs nog mijn steentje kunnen bijdragen in de zoektocht naar de nazaten van de stichters. Fantastisch dat ze in groten getale hierheen zijn gekomen.’ De bijeenkomst begon met woorden van collegevoorzitter Victor van der Chijs, Universiteitsfonds-voorzitter Wilma van Ingen en hoogleraar Dave Blank. Meerburg verheugde zich het meest op de rondleiding op de campus daarna. ‘Om te horen en van dichtbij te zien wat voor een bijzondere vindingen hier gedaan zijn.’ Vindingen op de campus die zonder de inspanning van de stichting misschien wel nooit verrezen waren.