‘Wat goed is, moet ook goed blijven’

| Rense Kuipers

Dirk de Groot, financieel projectmanager bij de faculteit EWI, is de nieuwe voorzitter van de personeelsvereniging UT-Kring. Daar stemden de leden tijdens de algemene ledenvergadering, gisteren in Boerderij Bosch, mee in. Hij volgt Frank Snels op, die na zeven jaar stopt.

Even voorstellen: wie is Dirk de Groot?

‘Ik ben 55 jaar, werkzaam als projectmanager voor derde geldstromen bij de faculteit EWI. Ik kom uit het westen van het land, maar werk inmiddels al twintig jaar aan de UT. Een van mijn vijf kinderen studeert hier, ze doet een master psychologie.’

Waarom voorzitter?

‘Frank Snels benaderde mij. Na wat bedenktijd besloot ik de functie te aanvaarden. Het lijkt me leuk om te doen, het is een leuke club mensen en de roerige jaren van de UT-Kring liggen inmiddels ver achter ons. Daarnaast, met ruim negenhonderd leden hebben we een stabiele vereniging. Wat goed is, moet ook goed blijven. Dat wil ik waarborgen. En ik sta graag tussen de mensen. In goed en positief overleg is veel te bereiken.’

Wat wil je zoal bereiken?

‘Ik vind binding en saamhorigheid belangrijk. De UT-kring is daar universiteitsbreed een mooi uithangbord voor. Een punt van aandacht voor de toekomst is het beter bereiken van een jongere doelgroep. Ondertussen moeten wij zorgen dat we voldoende leuke en interessante activiteiten blijven organiseren.’

‘Onze subverenigingen kunnen daar ook een belangrijke rol in spelen. Onlangs stopten de volleybalvereniging en de genealogievereniging. Een jaar daarvoor stopten de Kringzingers. Het zou mooi zijn als we nieuwe subverenigingen kunnen opstarten.’

Tot slot, wat betekent de UT-Kring voor je? En wat wil je voor de UT-Kring betekenen?

‘Ik ben sinds 2004 actief lid en in de tussentijd was ik ook voorzitter van de tennis-subvereniging. De UT-Kring staat voor mij voor saamhorigheid, ontspanning en veelzijdigheid. Daar wil ik op voortborduren. Het leven is een feest, maar je moet zelf de slingers ophangen. Nu ik de kans krijg om dat bij de UT te doen, wil ik die ook met beide handen aangrijpen.’